View allAll Photos Tagged DRing

Clathrus archeri (M.J. Berkeley) Dring, 1980 = Anthurus archeri (M.J. Berkeley) E. Fischer, 1886 = Anthurus aseroeformis E. Fischer, 1897 = Anthurus aseroeformis ou aseroiformis var. brevipes R. Maire, 1930 = Anthurus aseroeformis ou aseroiformis var. longipes R. Maire, 1930 = Anthurus macowanii Marloth, 1913 = Anthurus muellerianus Kalchbrenner, 1880 = Anthurus muellerianus var. aseroeformis (E. Fischer) Saccardo, 1910 = Anthurus sepioides McAlpine, 1904 = Aserophallus archeri (M.J. Berkeley) Kuntze, 1891 = Aserophallus muellerianus (Kalchbrenner) Kuntze, 1891 = Ithyphallus muellerianus (Kalchbrenner) E. Fischer, 1893 = Lysurus archeri M.J. Berkeley, 1859 (1860) = Lysurus muellerianus (Kalchbrenner) Henn., 1902 = Lysurus pentactinus M.J. Berkeley, 1859 = Phallus muellerianus (Kalchbrenner) Lloyd, 1909 = Pseudocolus archeri (M.J. Berkeley) Lloyd, 1913 = Schizmaturus archeri (M.J. Berkeley) Locquin, 1977 = Schizmaturus muellerianus (Kalchbrenner) Locquin, 1977, l'anthurus d'Archer ou anthurus en forme d'Aseroé, clathre d’Archer.

One of the wolf shots I got dring this day...

Nadat de ‘Linz-shuttle’ van Railtraxx was gepasseerd, bleef het een lange tijd rustig langs het spoor. Naast twee losse loc treintjes passeerde er geen enkele cargo meer. Zelfs de IC-trein naar Leuven reed niet via lijn 15/1, maar rechtstreeks via lijn 27 naar lijn 15. Een foto van een reizigerstrein, al was het maar een Break of Desiro, zat er dus ook niet in.

 

Aangezien er in de namiddag nog wat gestudeerd moest worden voor de examens, had ik voorzien om tot ongeveer elf uur op dit plekje te vertoeven. De tijd begon stilaan te dringen en ik ging er vanuit dat ik maar twee cargo’s op de foto zou krijgen die dag. Het lot besliste er gelukkig anders over en niet veel later verscheen er een bij Railpool geleasede TRAXX van Lineas met een keteltrein naar Millingen. Met drie leuke cargo’s in iets meer dan twee uur tijd kon ik dan toch nog tevreden terug naar huis fietsen.

 

Aan een zeer traag tempo rijdt de 186 500 van Lineas met een kenmerkende sleep Ermewa-ketels gevuld met ethyleendichloride (UN 1184) over het verbindingsspoor tussen Y. Krijgsbaan en Y. Aubry. Net zoals de ‘Linz-shuttle’ van Railtraxx moest ook deze trein voorrang verleden aan het reizigersverkeer.

 

-------------------------------------------------------------

Vrijdag 15 mei 2020, 10:55

Lineas E 186 500

[E 47533] Antwerpen-Verb. Oiltanking – Millingen Gbf

Fietssnelweg F11 (Antwerpen – Lier), Mortsel

   

Jair-Rôhm Parker Wells is a Free improvisation bassist composer and conceptualist. He plays both upright and electric. He is one of the founding members of the improvising band Machine Gun which featured Thomas Chapin. Dring the 80s and 90s he was a big part of the downtown music scene and worked with Bill Laswell. He now lives in Bangkok most of the year and spends a lot of time working in Europe. This was shot with a 5d in Bushwick BK. Not bad for digital.

 

Three historic ships seen on the Weaver Navigation dring the Steam at the Lift Event 2026 which is held annually at the Anderton Boat Lift, Northwich, Cheshire.

 

Click here for more images of "Steam at the Lift 2026": www.jhluxton.com/Steam-Vintage-and-Veteran-Road-Vehicles/...

Met 9 minuten vertraging rijdt trein 47628 het zijspoor op in Putten. De Intercity zit vanaf net voorbij Amersfoort te dringen om er voorbij te kunnen en loopt tussen Amersfoort en Putten 4 minuten vertraging op. De intercity mag immers 140 rijden terwijl de Dolime maar met een snelheid van 95 km/his ingelegd. En die 95 km/h wordt maar zelden gehaald, getuige de dagelijkse vertragingen die deze trein onderweg altijd oploopt.

 

Op de foto zij de seinen 422, 424, 426 en 428 te zien die de wissels afdekken die de vierspoorigheid terugbrengt naar het dubbele spoor wat door het station leidt. In de achtergrond is nog net het dak van het station zichtbaar alsmede ook de traverse.

Clathrus archeri (M.J. Berkeley) Dring, 1980 = Anthurus archeri (M.J. Berkeley) E. Fischer, 1886 = Anthurus aseroeformis E. Fischer, 1897 = Anthurus aseroeformis ou aseroiformis var. brevipes R. Maire, 1930 = Anthurus aseroeformis ou aseroiformis var. longipes R. Maire, 1930 = Anthurus macowanii Marloth, 1913 = Anthurus muellerianus Kalchbrenner, 1880 = Anthurus muellerianus var. aseroeformis (E. Fischer) Saccardo, 1910 = Anthurus sepioides McAlpine, 1904 = Aserophallus archeri (M.J. Berkeley) Kuntze, 1891 = Aserophallus muellerianus (Kalchbrenner) Kuntze, 1891 = Ithyphallus muellerianus (Kalchbrenner) E. Fischer, 1893 = Lysurus archeri M.J. Berkeley, 1859 (1860) = Lysurus muellerianus (Kalchbrenner) Henn., 1902 = Lysurus pentactinus M.J. Berkeley, 1859 = Phallus muellerianus (Kalchbrenner) Lloyd, 1909 = Pseudocolus archeri (M.J. Berkeley) Lloyd, 1913 = Schizmaturus archeri (M.J. Berkeley) Locquin, 1977 = Schizmaturus muellerianus (Kalchbrenner) Locquin, 1977, l'anthurus d'Archer ou anthurus en forme d'Aseroé, clathre d’Archer.

Construction of the cathedral began in about 1175, to the design of an unknown master-mason. Wells is the first cathedral in England to be built, from its foundation, in Gothic style. According to art historian John Harvey, it is the first truly Gothic cathedral in the world, its architects having entirely dispensed with all features that bound the contemporary east end of Canterbury Cathedral and the earlier buildings of France, such as the east end of the Abbey of Saint Denis, to the Romanesque. Unlike these churches, Wells has clustered piers rather than columns and has a gallery of identical pointed arches rather than the typically Romanesque form of paired openings.

 

Dring the period of 1329–45, master mason William Joy made alterations and extensions to the choir, joining it to the Lady Chapel with the retrochoir, the latter in the Flowing Decorated style. The retrochoir extends across the east end of the choir and into the east transepts. At its centre the vault is supported by a remarkable structure of angled piers. Two of these are placed as to complete the octagonal shape of the Lady Chapel, a solution described by Francis Bond as "an intuition of Genius". The piers have attached shafts of marble, and, with the vaults that they support, create a vista of great complexity from every angle.

Construction of the cathedral began in about 1175, to the design of an unknown master-mason. Wells is the first cathedral in England to be built, from its foundation, in Gothic style. According to art historian John Harvey, it is the first truly Gothic cathedral in the world, its architects having entirely dispensed with all features that bound the contemporary east end of Canterbury Cathedral and the earlier buildings of France, such as the east end of the Abbey of Saint Denis, to the Romanesque. Unlike these churches, Wells has clustered piers rather than columns and has a gallery of identical pointed arches rather than the typically Romanesque form of paired openings.

 

Dring the period of 1329–45, master mason William Joy made alterations and extensions to the choir, joining it to the Lady Chapel with the retrochoir, the latter in the Flowing Decorated style. The retrochoir extends across the east end of the choir and into the east transepts. At its centre the vault is supported by a remarkable structure of angled piers. Two of these are placed as to complete the octagonal shape of the Lady Chapel, a solution described by Francis Bond as "an intuition of Genius". The piers have attached shafts of marble, and, with the vaults that they support, create a vista of great complexity from every angle.

All Rights Reserved ©

Previously Rhacophorus norhayatii, now Rhacophorus norhayatiae. The specific epithet norhayatiae honours Professor Dr Norhayati Ahmad of the National University of Malaysia (Chan & Grismer, 2010).

 

Location: Throughout pristine forest of Peninsular Malaysia.

Distribution: Across Peninsular Malaysia, it also occurs in the extreme south and a small area of west-central Thailand, near the border with Myanmar (Dring, 1979; Chan-ard, 2003).

 

Habitat: Lowland pristine rainforest and hill forests up to 550 m elevation (Chan & Grismer, 2010). Basically an arboreal species, living on forest canopy, only descend onto forest floor during breeding season.

 

Description: Spots and other patterns are absent on the bright green dorsal surface of the body, limbs, and upper half of the flanks. The bottom flanks have tiny blue dots and lines scattered throughout their mottled orange and black coloring. The throat and underside of the body are both white to light grey in color, with a few dark specks scattered throughout.

  

Scroll down for English.

 

Sinds donderdag 9 april 2020 rijdt locomotief 186 258 van Lineas rond als 'Heroes'-loc ter ere van alle werknemers in de essentiële sectoren die tijdens de coronacrisis het land draaiende hielden. Deze locomotief was tijdens de maand mei al tijdlang te zien geweest aan kop van de staaltreinen tussen Châtelet en Genk, maar toen had ik door de maatregelen i.v.m. het coronavirus nog niet de kans gehad om deze trein te gaan fotograferen.

 

Sinds vorige week maandag wordt de locomotief nu opnieuw ingezet voor het slepen van de eerder genoemde staaltreinen. Nu mocht ik de kans om de loc op foto te zetten niet meer laten schieten. Een bijzonderheid was dat de Heroes-loc nu vergezeld werd door loc 186 293 (die in een zwarte livrei rondrijdt) en niet meer door één van haar grijze soortgenoten die enkel het Railpool-logo dragen zoals dit in mei het geval was.

 

Voor het fotograferen van deze trein trok ik afgelopen vrijdag (3 juli) richting Aarschot met de trein. Doordat de reistijd tussen Aarschot en Melsele anderhalf uur bedraagt en ik die namiddag nog een afspraak had, kon ik echter niet lang genoeg blijven staan tot het bijzondere duo zou passeren. Gelukkig werd maandagochtend al vrij snel duidelijk dat de locs ook deze week de staaltreinen nog zouden verzekeren en dus trok ik vandaag opnieuw richting Aarschot, met de auto ditmaal. Op Google Maps had ik immers een geschikte locatie gevonden die moeilijk met het openbaar vervoer te bereiken was.

 

Eens ter plaatse installeerde ik mij op het voorziene fotopunt en nu was het wachten geblazen.

Op basis van enkele meldingen van de trein vorige week verwachtte ik hem iets na twaalf uur. Rond half één zag ik dan een goederentrein vanuit de richting van Leuven komen, maar dit bleek nog niet de trein waarvoor ik gekomen was. Iets later, om kwart voor één, was er opnieuw een goederentrein in aantocht en weer was het niet de staaltrein richting Genk. De tijd begon te dringen vermits de zon ondertussen bijna in een hoek van 90° op de treinsporen scheen. Om stipt één uur zag ik in de verte gelukkig toch de neus van de witte heldenlocomotief verschijnen. Tegen dat de trein voor mijn lens verscheen, had de zon zich spijtig genoeg juist achter een paar wolken verscholen...

 

Op de foto passeren locomotieven 186 258 en 186 293 van Lineas de fotograaf een drietal kilometer vóór het station van Aarschot. De locs zijn onderweg met een half beladen staalrollentrein van Châtelet-Formation naar Genk-Goederen.

 

----------

 

Since last Monday locomotives E186 258 and E186 293 of Lineas ensure the coils trains between Châtelet and Genk. Locomotive E186 258 is running in a heroes livery and locomotive E186 293 in a black Lineas livery. We see the locomotives passing together through Aarschot in the direction of Genk.

sunbeams penetrate the dense forest

Lumix GX7, Olympus M.Zuiko Digital ED 75mm f1.8

Zondag 24 januari : vandaag zat ik op facebook te lezen dat Captrain 6609 als tractie voor de Nosta Shuttle zat. Dus ik ben maar weer eens naar Station Gouda gegaan..., eenmaal op gouda kon je nog een prima foto maken, maar een een half uur later moest je dringen om een foto te kunnen maken !, Met een dreigende Virm achter ons heb ik alsnog dit plaatje kunnen maken !!, net toen ik weg ging kreeg ik nog een melding dat de BLS 186 108 als LLT langs Gouda kwam, dus die heb ik ook nog effen geklikt !

  

Captrain 6609 Met de Nosta Shuttle

De achterste wagens van Gz 5135 waren in Rothenbrunnen achtergelaten, waarna het Zephir tweeweg-voertuig van de gemeente Cazis/Realta zich erover ontfermde.

 

Dit was voor ons een verrassing en hoewel de tijd begon te dringen, wilden we ons dit niet laten ontgaan: Met de twee wagens aan de haak wordt het station Rothenbrunnen verlaten en het straatspoor van de industriezone bereden.

SN/NC: Oxybelis Fulgidus, Colubridae Family

 

La Bejuquilla Verde (Oxybelis fulgidus) es un Colubridae o culebra (colúbridos) arbórea larga y delgada que habita en América Central y el norte de América del Sur.

Esta serpiente es delgada, alrededor de 2 cm de grosor y puede llegar a medir entre 1.5 y 2 metros de largo. Su cola es larga y muy delicada, usada más que nada para sostenerse mientras alcanza a su presa. Su cabeza es de forma aerodinámica y muy puntiaguda; su boca es muy grande y se extiende casi a través de toda su cabeza. La lengua es larga y verde y cuando está en uso la mantiene afuera moviéndola de arriba abajo. La bejuquilla verde se queda en lo alto de los árboles mirando hacia el suelo. Cuando encuentra un ratón, lagartija o nido la serpiente sigue a la presa una corta distancia y la huele cuidadosamente. Si la serpiente está contenta con lo que huele, muerde la cabeza de la presa y la levanta de 20 a 40 cm del suelo. Con esto la serpiente evita que la presa use su fuerza física. La bejuquilla tiene dos dientes más grandes en la parte posterior de la boca, dichos dientes permiten que la saliva tóxica penetre las heridas e inmovilice a la presa. Luego, se la traga rápidamente. Una vez la presa está completamente dentro de la serpiente, la bejuquilla busca un lugar para descansar, usualmente el punto más alto de un árbol. Entre sus predadores naturales en Guatemala se encuentra el "gran halcón negro" (Buteogallus urubitinga). No es una especie agresiva, aunque puede morder si es manipulada; su veneno, el que inyecta a través de sus colmillos traseros, puede causar dolor e hinchazón, pero no es mortal para el humano. Esta serviente se distribuye en México, Guatemala, El Salvador, Honduras, Belice, Nicaragua, Costa Rica, Panamá, Colombia, Venezuela, Trinidad y Tobago, Ecuador, Brasil, Perú, Bolivia, Guyana, Surinam y Guayana Francesa.

A Bejuquilla Verde (Oxybelis fulgidus) é uma colubridae longa e fina arbórea, que habita a América Central e o norte da América do Sul.

 

Essa cobra é fina, tem cerca de 2 cm de espessura e pode ter entre 1,5 e 2 metros de comprimento. Sua cauda é longa e muito delicada, usada mais do que qualquer coisa para se sustentar enquanto atinge sua presa. Sua cabeça é aerodinâmica e muito pontiaguda; sua boca é muito grande e se estende quase por toda a cabeça. A língua é comprida e verde e, quando está em uso, a mantém afastada, movendo-a para cima e para baixo. As videiras verdes permanecem altas nas árvores, olhando para o chão. Quando encontra um rato, lagarto ou ninho, a cobra segue a presa a uma curta distância e fareja-a com cuidado. Se a cobra está feliz com o cheiro, ela morde a cabeça da presa e a levanta de 20 a 40 cm do chão. Com isso, a cobra impede que a presa use sua força física. As videiras têm dois dentes maiores na parte posterior da boca, permitindo que a saliva tóxica penetre nas feridas e imobilize as presas. Então ele rapidamente engole. Quando a presa está completamente dentro da cobra, a videira encontra um lugar para descansar, geralmente o ponto mais alto de uma árvore. Entre seus predadores naturais na Guatemala está o "grande falcão preto" (Buteogallus urubitinga). Não é uma espécie agressiva, embora possa morder se for manipulada; seu veneno, injetado pelas presas traseiras, pode causar dor e inchaço, mas não é fatal para os seres humanos. Este servidor está distribuído no México, Guatemala, El Salvador, Honduras, Belize, Nicarágua, Costa Rica, Panamá, Colômbia, Venezuela, Trinidad e Tobago, Equador, Brasil, Peru, Bolívia, Guiana, Suriname e Guiana Francesa.

 

The Green Vine Snake (Oxybelis fulgidus) is a long and thin arboreal Colubridae or snake (colúbridos) that inhabits Central America and northern South America.

This snake is thin, about 2 cm thick, and can be between 1.5 and 2 meters long. Its tail is long and very delicate, used more than anything to support itself while reaching its prey. Its head is aerodynamic and very pointed; its mouth is very large and extends almost through its entire head. The tongue is long and green and when it is in use it keeps it out moving it up and down. The green vines remain high in the trees looking down at the ground. When it finds a mouse, lizard, or nest, the snake follows the prey a short distance and sniffs it carefully. If the snake is happy with what it smells, it bites the prey's head and lifts it 20 to 40 cm from the ground. With this the snake prevents the prey from using its physical force. The vines have two larger teeth at the back of the mouth, these teeth allow toxic saliva to penetrate wounds and immobilize prey. Then he quickly swallows it. Once the prey is completely inside the snake, the vine finds a place to rest, usually the highest point of a tree. Among its natural predators in Guatemala is the "great black hawk" (Buteogallus urubitinga). It is not an aggressive species, although it can bite if it is manipulated; its venom, which it injects through its rear fangs, can cause pain and swelling, but it is not fatal to humans. This servant is distributed in Mexico, Guatemala, El Salvador, Honduras, Belize, Nicaragua, Costa Rica, Panama, Colombia, Venezuela, Trinidad and Tobago, Ecuador, Brazil, Peru, Bolivia, Guyana, Suriname, and French Guiana.

 

De groene Bejuquilla (Oxybelis fulgidus) is een lange en dunne boomcolubridae of slang (colúbridos) die Midden-Amerika en Noord-Zuid-Amerika bewoont.

Deze slang is dun, ongeveer 2 cm dik en kan tussen de 1,5 en 2 meter lang zijn. Zijn staart is lang en zeer delicaat, meer dan wat dan ook gebruikt om zichzelf te ondersteunen terwijl hij zijn prooi bereikt. Het hoofd is aerodynamisch en erg spits; zijn mond is erg groot en strekt zich bijna door zijn hele hoofd uit. De tong is lang en groen en als hij in gebruik is, houdt hij hem niet op en neer. De groene wijnstokken blijven hoog in de bomen staan en kijken naar de grond. Wanneer hij een muis, hagedis of nest vindt, volgt hij de prooi op korte afstand en snuift hij voorzichtig. Als de slang blij is met wat hij ruikt, bijt hij de kop van de prooi en tilt deze 20 tot 40 cm van de grond. Hiermee voorkomt de slang dat de prooi zijn fysieke kracht gebruikt. De wijnstokken hebben twee grotere tanden aan de achterkant van de mond, deze tanden laten giftig speeksel door de wonden dringen en de prooi immobiliseren. Dan slikt hij het snel in. Zodra de prooi volledig in de slang zit, vindt de wijnstok een plek om te rusten, meestal het hoogste punt van een boom. Onder zijn natuurlijke roofdieren in Guatemala is de "grote zwarte havik" (Buteogallus urubitinga). Het is geen agressieve soort, hoewel het kan bijten als het wordt gemanipuleerd; het gif dat het via de achterste hoektanden injecteert, kan pijn en zwelling veroorzaken, maar is niet dodelijk voor mensen. Deze dienaar wordt gedistribueerd in Mexico, Guatemala, El Salvador, Honduras, Belize, Nicaragua, Costa Rica, Panama, Colombia, Venezuela, Trinidad en Tobago, Ecuador, Brazilië, Peru, Bolivia, Guyana, Suriname en Frans-Guyana.

Op de 10de november was het wachten op de Eurostar vanuit Brussel. Ondertussen waren we wel te weten gekomen dat deze in Edingen station stilstond voor een medische tussenkomst. Restte nog de vraag wanneer deze terug zou vertrekken... te meer omdat voor mij de tijd begon te dringen: ik moest die dag namelijk nog werken (enfin de permanentie verzorgen tijdens de Single Day) en diende dus om 12u terug thuis te zijn. Zou het nog lukken om een hogesnelheidstrein vast te leggen die uit Edingen kwam?

 

Ik begon er aan te twijfelen, te meer omdat de volgende Thalys naar Parijs ook met +45 reed...

 

Ondertussen sloot de overweg terug voor de volgende trein, namelijk de InterCity van Doornik naar Halle, samengesteld uit twee Desiro's... niet direct de meest comfortabele oplossing voor zo een trein.

-----

We had to wait for the next high speed train coming from Brussels. To our regret the Eurostar was hold in the station of Edingen due to a medical intervention and the Thalys that would follow half an hour after the Eurostar service had plus 45 minutes....

 

In meantime the next train appeared: the InterCity from Doornik to Halle, with two Desiro EMU's... not direct the lost comfortable solution for an IC service ;-)

----------

Enghien, 10/11/2019

NMBS 08169 + 08030

IC 1910 Doornik - Halle

Een slufter is een getijdengebied waarbij zout water vanuit zee onder invloed van het getij door een geul in de duinen het land binnen kan dringen. In de strikte zin gebeurt dit niet telkens bij hoogwater, maar enkel bij springtij (in combinatie met hevige westenwind voor België). Hiermee krijgen de duinen ook aanvoer van vers zand. Er ontstaat een levendig duinengebied met begroeide en onbegroeide delen, droge en natte, kalkrijke en kalkarme, humusrijke en humusarme grond. Deze overgangen leveren een heel typische flora en fauna op.

Es ist Herbst Die letzten warmen Tage sind vorbei, der blaue Himmel mußte nun grauen Wolken weichen, die Sonnestrahlen dringen nur noch selten durch die Wolken hindurch, Regentropfen sammeln sich, eine Pfütze, die immer größer wird. Schnell wird es dunkel, die Tage werden kürzer. Der Sommer ist wohl vorbei. Und es ist kalt- Doch ich friere nicht. Ich spüre ein Wärme in mir. Eine Wärme, die ich schon lang vergessen glaubte. Plötzlich weichen die grauen Wolken und ich spüre die Sonnenstrahlen auf meiner Haut. Schmetterlinge tanzen in der Sonne. Regentropfen verdampfen, als sie die Boden berühren. Ich rieche den süßen Duft der Rosen, höre das vergnügte Lachen der Kinder. Es ist Herbst. Doch der Sommer ist zurück. Ich spüre ihn - in meinem Herzen. Und ich wünsche mir, dass es noch lange Sommer bleibt.

 

de.youtube.com/watch?v=3u1aJwmiZ1w

Zou er nog iets komen op het plekje tussen de wijnbergen? Geen idee, ik besloot alvast anders te gaan staan zodanig dat ik eens de volledige lengte van de cargo op foto zou kunnen krijgen. Dat was dan wel buiten de waard gerekend, want in plaats van een ellenlange cargo, werden we getrakteerd op een loktrein, gevormd door de 475132, 460059 en 460146. Laat dit echter geen domper op de feestvreugde zijn!

 

Ondertussen begon de tijd te dringen, ik had een herinnering gezet om 16u35. Uiterlijk dan moesten we terug naar de wagen, anders riskeerden we de enige "zeker goed voor de zon rijdende" trein richting Parijs (een TER wat anders?) niet te kunnen platen platen in de bocht van Reuilly. De weg naar het fotopunt kenden we ondertussen van buiten (handig om de GPS niet altijd nodig te hebben) en we wisten bij aankomst al waar we konden gaan staan, voor de muur van het kerkje. Een fraai fotopunt is dit, al is het standpunt wel speciaal: op het plaatselijk stort. Gelukkig dat hier enkel groenafval en steengruis wordt gedeponeerd, maar toch...

Op het moment dat we toekwamen, waren er trouwens net een aantal mensen de laadbak van hun camionnette aan het leeg gooien.

Toen wij toekwamen met onze campingstoeltjes, vroegen ze of we gingen vissen, groot was hun verbazing toen we antwoorden: “Ja op treinen” ;-) Het had natuurlijk gekund, de Marne is hier niet veraf (achter de bomen links van de locomotief).

 

De TER was trouwens te laat op dit punt en voor de gelegenheid zat nog eens het lelijke eendje van de reeks 15000 voor de sleep, wat eigenlijk wel een beetje te voorzien was als je de dienstregeling wat nader bekijkt...

 

Voici encore une fois le 15024, de nouveau vu à Reuilly (mais dans l'autre direction)

----------

Reuilly, 20/08/2013

SNCF 515024

TER 839126 Saint-Dizier - Paris-Est

Stegosaurus made up of paint and trains. Also features a modified vehicle for a head.

 

Acrylic on canvas.

 

This piece is going into the Get Dring Mobile auction at Paintworks in Bristol on 15th October.

 

The auction is part of a charity fundraising drive going on at the moment called ‘Get Dring Mobile’, which is aiming to raise enough money to sort the legendary Mike Dring of Art-el fame out with a a modified vehicle he can drive himself.

 

More info here - getdringmobile.wordpress.com/

Zondag 24 januari : vandaag zat ik op facebook te lezen dat Captrain 6609 als tractie voor de Nosta Shuttle zat. Dus ik ben maar weer eens naar Station Gouda gegaan..., eenmaal op gouda kon je nog een prima foto maken, maar een een half uur later moest je dringen om een foto te kunnen maken !, Met een dreigende Virm achter ons heb ik alsnog dit plaatje kunnen maken !!, net toen ik weg ging kreeg ik nog een melding dat de BLS 186 108 als LLT langs Gouda kwam, om de defecte ERS 189 210 met de Poznan Shuttle op te halen in Amersfoort dus die heb ik ook nog effen geklikt !

  

BLS 186 108 Als LLT In Gouda

All Rights Reserved ©

Location: Peninsular Malaysia.

Previously Rhacophorus norhayatii, now Rhacophorus norhayatiae.

The specific epithet norhayatiae honours Professor Dr Norhayati Ahmad of the National University of Malaysia (UKM) (Chan & Grismer, 2010).

Location: Peninsular Malaysia.

Distribution: Across Peninsular Malaysia, it also occurs in the extreme south and a small area of west-central Thailand, near the border with Myanmar (Dring, 1979; Chan-ard, 2003).

 

Habitat: Lowland pristine rainforest and hill forests up to 550 m elevation (Chan et al. 2010b; Dring 1979; Grandison 1972; Norhayati et al. 2005; Wood et al. 2008b). Living on trees up to 7 m above the forest floor,

Dring dring dring sur mon ti bicycle !!

What a shame, take advantage of that the daughter is looking at Notre Dame de Paris to steal her drink ;-)

Op lijn 42 rijden op het ogenblik nog een van de mooiste treinsamenstellingen van het land, deze wou ik tijdens een trip naar de Ardennen toch op foto zetten. Ik trok er 's ochtend op uit met samen met mijn pa. Ik vond dit standpunt nog volledig in de schaduw, maar het zou niet zó lang meer duren vooraleer de zon op kwam en dit stekje verlichtte. We reden daarna nog wat verder op zoek naar een ander plaatsje, maar de tijd begon wel te dringen. Net op tijd keerden we terug en zagen de trein van de andere richting al voorbij rijden. De zon was inmiddels al iets te ver maar de loc zou nog mooi door het licht rijden. De bestuurder toeterde voor de tunnel achter de bocht en daar kwam hij aan, hij reed zeer traag en was nog aan het optrekken want trein kwam net vanuit Trois-Ponts. Ook de stijgingsgraad van de lijn werken niet in de loc's voordeel! We hebben geprobeerd onze schaduwen te verbergen maar als je goed kijkt kun je 2 hoofden opmerken op de grond.

inspired by Micheal Godard, dropped a strawberry into a glass of liquid

Original home of Cheerwine, the cherry flavored carbonated beverage bottled by Carolina Beverage, Salisbury. Thye occupy a newer facility, still in Salisbury.

Captured using my DJI Phantom 4 Pro dring a job assignment last week.

100 bicycles project, no. 25The 100 Bicycles project: 100 different bicycles photographed in detail. This is bicycle number 25.

To learn more about this project see the 100bicycles group.

1 2 3 5 7 ••• 79 80