View allAll Photos Tagged schrijvers

Willem Otterspeer (Ouderkerk aan den IJssel, 15 november 1950) is een Nederlandse historicus en schrijver. Hij is hoogleraar universiteitsgeschiedenis aan de Universiteit Leiden. Hij is getrouwd met de arabiste en schrijfster Dorrit van Dalen.

 

Carrière:

Otterspeer studeerde geschiedenis en filosofie aan de Universiteit Utrecht (1970-1977) en was daarna werkzaam in de museumwereld. Vanaf 1979 werkt hij aan de Leidse universiteit, eerst als conservator van het universiteitsmuseum. Sinds 1997 is hij hoogleraar universiteitsgeschiedenis, eerst als bijzonder en vanaf 2002 als gewoon hoogleraar. Tussen 1979 en 1990 werkte hij als criticus intensief mee aan het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad, later in die hoedanigheid vooral bij de Volkskrant. Ook was hij van 2005 tot 2011 redacteur van De Gids.

 

Hij schrijft voornamelijk over ideeëngeschiedenis en over intellectuele instellingen. In 1992 promoveerde hij cum laude op het proefschrift De wiekslag van hun geest over de Leidse universiteit in de negentiende eeuw. Dat boek was de grondslag voor een veel groter project, een vierdelige geschiedenis van de Leidse universiteit, waarvan nu drie delen gepubliceerd zijn.

 

Daarnaast publiceerde hij biografieën van de filosoof G.J.P.J. Bolland (1995) en de historicus Johan Huizinga (2006). Vanaf 2000 was hij bezig aan een tweedelige biografie over Willem Frederik Hermans, waarvan het eerste deel, De mislukkingskunstenaar (1921-1952) in november 2013 en het tweede deel De zanger van de wrok in februari 2015 verschenen bij De Bezige Bij. In het kader van dit onderzoek publiceerde Otterspeer eerder al een aantal kleinere studies of bronnenuitgaven, zoals de briefwisseling tussen Hermans en Gerard Reve (samen met Nop Maas) en die tussen Hermans, Rudy Kousbroek en Ethel Portnoy. Otterspeer kreeg voor zijn werk een aantal prijzen, waaronder de Dr. Wijnaendts Francken-prijs, de Biografieprijs en de Eurekaprijs voor wetenschapscommunicatie.

 

Hij vervult verschillende bestuurlijke functies, zoals in de Raad van toezicht van het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden, het bestuur van het Nederlands Letterenfonds en de redactieraad van De Gids.

Vrolijke dag, Olst Overijssel, 1981

Foto Ewald Vanvugt

 

De makers van het VPRO-televisieprogramma `De Schrijvers’ met partners op het bordes van kasteel Groot Hoenlo in Olst, Overijssel, waar de familie Mulisch vaak woonde. Van rechts naar links: Ellen Jens, Wim T. Schippers, Sjoerdje Woudenberg, Krijn ter Braak, Ernestine Oosting, Bertil van Vugt, Wim de Bie, Marrie van der Leden, Cherry Duyns, Joke Duyns, Anna Mulisch, Frieda Mulisch, Ewald Vanvugt, Harry Mulisch. Fototoestel op het statief ingesteld en terug naar het bordes gerend.

 

The Langkloof is a 160 km long valley in South Africa, lying between Herold, a small village north of George, and Humansdorp. The aloof was given its name by Isaq Schrijver in 1689. The valley has been farmed since 1760 and is an important fruit-growing region, specifically of apples.

Nikolay Ge (1831-1894), Portret van de schrijver Lev Tolstoy/Portrait of the Writer Lev Tolstoy, 1884. Gezien bij de tentoonstelling 'Peredvizhniki. Russisch Realisme rond Repin 1870-1900', Drents Museum, Assen, 25 september 2016 t/m 2 april 2017.

schrijver, zijn nieuwste boek "als de Hemel genoeg ruimte heeft" is verschenen

programmamaker en tv-presentator

Splinter is een van de zonen van de Schrijver Bart Chabot en zijn vrouw arts Yolanda

tekstbron wikipedia.

kleding ontwerp

Peter George D'Angelino Tap

met dank aan Jose

Samen met dochter Vlinder, schreef Isa Hoes een kinderboek, getiteld "Engel".

 

Lastig is het om te schrijven, zegt Vlinder tegen haar moeder Isa...maar al gauw blijkt dat de combinatie van de "volwassen" woordenschat en de kennis en schrijvers ervaring van Isa om goed te omschrijven, samen met de fantasie en gedchte van Vlinder dé basis is voor dit leuke kinderboek.

 

Hoewel Vlinder (11) er niet bij is, verteld Isa hoe zij samen met haar dochter deze weg heeft bewandeld.

 

Hierna was er tijd voor (een hééle lánge) vra(a)g(en) en voldoende ruimte voor een handtekening in het boek.

 

Isa Kamerling-Hoes (Leiden, 13 juni 1967) is een Nederlands toneel-, film-, televisie- en stemactrice en (scenario)schrijfster.

Poet and writer Jan Boer (1899-1983).

Bronzen buste van de Groninger dichter en schrijver Jan Boer (1899-1983) aan de Kloosterweg in zijn geboortedorp Rottum, gemaakt in 1999 door beeldhouwster Greet Grottendieck.

Rottum, Groningen, The Netherlands.

 

Jan Boer, bijgenaamd 'het Zingend Hart van Groningen', was een zoon van een bakker in het wierdedorp Rottum. Bakker Boer werd echter een paar jaar na de geboorte van Jan gedwongen om te stoppen met zijn bakkerij omdat hij lupus kreeg, een chronische vorm van huidtuberculose. Hij vond daarna werk in de landbouw waardoor de kleine Jan even buiten het dorp opgroeide.

Veel van de gedichten en verhalen van Jan Boer zijn een ode aan zijn dorp en de mensen die er woonden.

Het beeld is in 1999 (zijn honderdste geboortedag) geplaatst bij het 'kleinste huisje van Rottum', dat als mini-museum is ingericht. Op de achtergrond is het kerkje van Rottum te herkennen.

#Ayrton #Senna nu voor maar: € 5,93 Bespaar: %50!

Uitgegeven door: #Richard #Craig

#eBook #bestseller #Free / #Giveaway #boekenwurm #ebookshop #schrijvers #boek #lezen #lezenisleuk #goedkoop #webwinkel

Bestel hem nu! www.boekshop.net/sportbiografieen-verhalen/42907-ayrton-s...

watermarked with picmarkr.com

 

I was lucky enough to meet & talk to Kalki during the Meet & Greet.

 

I was one of the very few who recognized Kalki & called her by name before she arrived at our table.

 

Kalki is one of those people that look straight into your eyes when you're talking to her.

 

I first saw & heard Kalki during the Dec 2007 concert here in Phoenix, when she sang as a Soprano Solist

 

MUSICOGRAPHY Here is a list of all the DVD's Kalki appears in, the most recent is on top...

 

Maastricht V aka Under the Stars

#6 I Will Follow Him - Soprano Solo

#7 Oh Happy Day

#21 Maastricht Anthem

#24 Adieu, Little Captain of my Heart

 

Home For Christmas

 

And The Waltz Goes On

#26 Greet Me, My Viena

#27 Let's Go to Varasdin

#28 Adieu, Little Captain of my Heart

 

Fiesta Mexicana aka The World of André Rieu

#9 Libiamo

#14 Adieu, Little Captain of my Heart

 

Roses From The South

#13 The White Horse Inn - Singing & dancing with Gary

#17 Adieu, Little Captain of my Heart

 

Maastricht 4 aka A Midsummer night's Dream

 

My African Dream

#5 Czárdásfürstin Potpourri - Singing & dancing with Gary

#7 You'll Never Walk Alone

#11 African Dream

#12 Adieu Mein Kleiner Gardeoffizier

 

Live in Australia

 

I lost my heart in Heidelberg

#7 Monotonously rings the little bell - Choir, lending their voices to the melody

 

Live in Sydney 2009 - Soprano Soloist

#10 I Could have Danced All Night - Trio of Carmen, Kalki, & Mirusia,; Platin Tenors joined them to harmonize & dance

#11 With A Little Bit of Luck - Carmen, Kalki, & Mirusia sing & dance with Platin Tenors. 53:25 Sally Fields, actress, is shown in the audience

#19 Ode to Joy - Carmen, Kalki, Mirusia & Platin Tenors join together to sing & harmonize

#22 Libiamo - Platin Tenors are joined by soprano soloists (Carmen, Kalki, & Mirusia). This is the first time we are treated to the solo voice of Kalki

#23 Adieu, mein kleiner Gardeoffizier - Platin Tenors + Carmen, Kalki, & Mirusia all join together to sing & harmonize

 

Live in Maastricht 3

#32 You'll Never Walk Alone - along with 5 other choir members, Platin tenors, Carla, Carmen, & Mirusia

 

Live in Australia

#6 Nessun Dorma - Tribute to Luciano - All 6 in choir, sang together in spotlight briefly

 

Live in Maastricht 2

#5 Chianti - Platin Tenors + they flirt with choir.

#19 Oh Fortuna - Platin Tenors + Carmen, Mirusia, Suzan & choir

#21 Strauss & Co - Step away from choir to flirt & kiss brass section players

 

Live in Dresden aka Semperoper aka Dancing Through the Skies aka Ich tanze mit dir in den Himmel hinein aka Wedding at the Opera

#1 Wiener Melange - Didn't see, but sure could hear the choir

#9 I'm Off to Chez Maxim - Platin Tenor song & dance. Choir added their voices & flirted with the Tenors

 

Wonderland aka Eftling

 

Live in Vienna

#2 Tritsch Trastsch Polka - I've watched this v-e-r-y closely, in slow motion, & have concluded the choir was really gossiping, not just role playing. Karin earns the title Queen of Gossip

#11 Perpetuum Mobile - entire brass section pig out on a big meal during the music & finally offer the entire choir 1 measily bite of food, which Nicolle ate

 

New York Memories aka Live in New York aka Live At Radio City Music Hall - Part 2 of this concert

#1 Singing in the Rain - Double Bass

 

Schönbrunn

#3 At The Hunt - Auf der Jagd - Choir members are those that run to the coaches

 

Songs From My Heart aka Live in Maastricht

Bonus Track #1 - My Father's Favorite - All the ladies on this DVD, donned wigs & period costumes & then turned on the charm & flirted, BIG TIME. Kalki, Queen of Flirt. does more flirting than anyone else.

Bonus Track #2 - Hallelulu - Carla, Carmen, Suzan, The Platin Tenors, & the Choir, all singing & harmonizing together

     

Christmas Around the World

#5 From Heaven high I come to you - choir add their voices

#12 Jingle Bells - choir add their voices

#23 Halleluja - Carla, Carmen, Suzan + Choir combine their voices

  

Flying Dutchman

#4 Vienna, my city of dreams - choir sings the chorus

Bonus Track #1 - In a Persian Market - Choir of Celine, Heidi, Kalki, & Nicolle greatly enhanced this song with their voices & veiled dance

Bonus Track #2 - We Are the Champions - Choir enhanced this song with their voices

 

Here is a grrrreat website where everything known & rumored about Andre & the JSO is discussed on the blog. Please add your comments to the topics that interest you:

andrerieufans.com/

Now click on the guestbook/Blog in the upper right hand corner

 

Dit is voor het plantagehuis van plantage Clevia in Suriname met drie broers Gonggrijp en hun echtgenotes. Links de Resident van Rembang George Lodewijk Gonggrijp met echtgenote Agnes Charlotte van der Valk, midden de jongste Stephanus Hendrik Gonggrijp met echtgenote Louise Catharina Spiering en rechts de oudste Statenlid Justus Rinia Cornelis Gonggrijp met echtgenote Anna Rühmann. Hun vader was Professor Justus Rinia Petrus François Gonggrijp op de Indische Instelling in Delft. Er zijn twee plantages Clevia geweest. De andere lag aan de overkant van de rivier. Deze ligt naast plantage Morgenstond aan de Anton Dragtenweg naar Leonsberg.

 

Resident van Rembang op visite.

De Resident van Rembang uit Nederlands-Indië, Georg Lodewijk Gonggrijp, is op de foto dus een keer in Suriname. Dat blijkt ook uit de krant dat hij op 27 oktober 1919 per ss Prins Frederik Hendrik met zijn echtgenote aankomt in Paramaribo. Dat kan wellicht de reden zijn dat men Augusta Curiël heeft uitgenodigd om dat heugelijke feit op de foto vast te leggen. Op 30 april 1920 is er nog een publicatie van deze George Lodewijk Gonggrijp in De West: 'Indrukken van een outsider'. Deze foto moet dus tussen oktober 1919 en april 1920 zijn gemaakt, de mannen zijn dan 63, 61 en 59 jaar oud. Het Surinaams Museum dateert deze foto op circa 1915, maar in die periode wordt G.L. Gonggrijp niet genoemd in de Surinaamse krant. Van hem zijn ook enkele wetenschappelijke publicaties over Nederlands-Indië. Hij is ook de anonieme schrijver van de Brieven van Opheffer aan de redactie van het Bataviaasch Handelsblad. Zijn zoon, eveneens George Lodewijk Gonggrijp, is de schrijver van het Javaanse toneelstuk in vier bedrijven Açoka in 1921. Daarvoor was hij nog bestuursambtenaar in Nederlands-Indië, maar vanaf 1919 lector en later professor in de economie aan de Handels-Hogeschool in Rotterdam, de latere Economische Hogeschool. Onder de oorlog is hij daar zelfs nog de rector-magnificus van en staat in die periode bekend om zijn weerstand tegen de duitse bezetter. Deze George Lodewijk Gonggrijp, de zoon dus, is de voorloper geweest op dezelfde leerstoel van de econoom en latere nobelprijswinnaar Professor Jan Tinbergen. De man met het baardje is dus de Resident van Rembang George Lodewijk Gonggrijp.

 

Jacob Isaäc Spiering geeft vijf kinderen zijn naam.

De twee broers rechts op de foto Stephan en Justus Gonggrijp waren samen eigenaar van plantage Clevia groot 210 ha. Zij hebben op het voorland van Clevia een steenfabriek gebouwd en vanaf 1884 verschijnen advertenties van de Gebroeders Gonggrijp met 'steenen à ƒ30 per mille' in de Surinaamse kranten. Stephan trouwt in 1887 met zijn buurmeisje Louise Catharina Spiering van plantage Morgenstond en is vervolgens ook de mede-eigenaar van die plantage. Samen met zijn zwager Jacques François Spiering is Stephan ook eigenaar van 't Lot 36, ook wel Gloria genoemd, in Nickerie groot 214 ha. Louise Spiering en haar vier broers en zusters waren de oorspronkelijke eigenaren van plantage Morgenstond groot 325 ha. Die was kort voor 1790 opgericht door Mr. François Ewoud Becker. Zijn moeder was Spiering en hij kwam op 6 februari 1757 samen met zijn oom Jacob Hendrik Carel Spiering in Suriname aan. Als zijn oom op 8 april 1766 onder erbarmelijke beschuldigingen door de gouverneur het land wordt uitgezet en op de boot overlijdt, blijft François in Suriname werken als administrateur en boedelbeheerder van wel 37 plantages. Vooral dat boedelbeheer was waardevol, want hoeveel rijkdom families ook in Suriname bezaten, op een dag gaan ze dood, blijven er soms weeskinderen na, of onbeheerde nalatenschappen. Iemand moet er dan op letten als de notaris de testamenten aan het afwikkelen is en de erfgenamen in Nederland zitten. Daarin heeft François kunnen voorzien, waarbij goede betrouwbaarheid dus zijn devies moest zijn geweest. Hij heeft daarbij in Suriname ook gezorgd voor de twee minderjarige kinderen van zijn overleden oom die het land was uitgezet. Na zijn overlijden in 1795 laat François de plantages Morgenstond, Poelwijk en Nieuw Altona na aan zijn hele familie van vaders en moeders zijde. De plantage blijft dan jaren een boedel van de Erven Becker en Spiering totdat een kleinzoon Jacob Isaäc Spiering op 14 augustus 1851 zijn hele familie uitkoopt en enige eigenaar wordt. Deze Jacob was 1 jaar oud toen zijn vader Frederik Hendrik Spiering in Suriname overleed. In de krant staat dat hij de plantage vanuit een vervallen staat weer helemaal heeft opgewerkt tot een bloeiend bedrijf. Hij bouwde de directeurswoning, als zijnde de tweede woning op dezelfde plaats, en de twee cacaoloodsen met drie droogsystemen. In Schakels staat het verhaal dat plantage Morgenstond zo heet omdat de toenmalige kostgronden tijdens het ochtendgloren bij het kaartspel zouden zijn gewonnen. Er zijn van Suriname geen cowboy verhalen bekend dat hele plantages zouden zijn vergokt bij het kaartspel. Het zal wel gegaan zijn om het lot dat het recht gaf om de kostgronden nrs. 28 t/m 34 te kopen die later plantage Morgenstond vormden. Anders is het wel een beetje veel dat je zoiets inzet bij het kaartspel. Jacob Isaäc Spiering was in maart 1847 getrouwd met Heloise Stephanie Bray, en had daar een zoon bij. Maar bij Gouvernementsresolutie nr. 3 van 23 december 1865 worden vanwege de Wet op de Naamswijziging op verzoek van Jacob Isaäc Spiering, ingediend 7 oktober 1864, de achternaam van de vijf kinderen van Sara Mietje Lobato gewijzigd naar Spiering met weglating van Lobato. Belanghebbenden konden daarbij binnen zes weken verzet aantekenen, wat alleen Heloise Bray doet, maar wat zij later weer intrekt. Sara Maria Lobato overlijdt vervolgens een jaar later in 1866, Heloise Bray in 1890. Er vindt dus geen wettelijke erkenning van de kinderen plaats, alleen een naamswijzing, maar ze worden wel behandeld als eigen kinderen, terwijl Jacob Isaäc Spiering dus nog getrouwd is met Heloise Bray. Deze vijf kinderen Spiering van Sara Maria Lobato kopen in 1884 plantage Morgenstond van Jacob Isaäc Spiering met de bepaling dat hij voor de rest van zijn leven de administrateur zal blijven. De zoon Albert Louis Stephan Spiering van Jacob Isaäc Spiering en Heloise Bray is daar niet bij. Waarschijnlijk omdat hij een toekomst in Nederland prefereerde en dus niet omdat hij buitengesloten werd. Op 9 februari 1895 wordt de N.V. Cultuuronderneming "De Morgenstond" opgericht en zijn deze vijf kinderen van Sara Maria Lobato de enige aandeelhouders. Daarbij blijft Jacob Isaäc Spiering de administrateur, tot hij in 1898 overlijdt, en Jacques François Spiering de directeur. Dat blijft hij nog tot 1908 maar vanaf 1905 zijn Stephan Gonggrijp en Louise Spiering al de beheerder. Vanaf 1908 is Jacques François Spiering woonachtig in Haarlem als rentenier waar hij in 1929 overlijdt. Louise Spiering en Stephan Gonggrijp moeten ergens de rest van Louises familie hebben uitgekocht. Want na hun overlijden in 1937 en 1945 zijn alleen hun vier kinderen de enige aandeelhouders van plantage Morgenstond en de neef Adriaan Pieter Spiering, die onder de oorlog op de plantage had gepast, zoon van Jacques François Spiering hiervoor genoemd. Henriette Magdalena Spiering, de zuster van Louise Spiering, trouwde met Alexander Edward Green van plantage Belwaarde aan de overkant van de rivier. Haar dochter Lili Green weet later als danseres internationale bekendheid te verwerven in New York en Parijs. Van Lili Green is in 1995 een biografie geschreven door Yoka van Brummelen.

 

Ondernemen in Suriname.

Justus Rinia Cornelis Gonggrijp woonde als huurder tot 1917 in het latere Bisschopshuis aan de Gravenstraat La. A. No. 5 in Paramaribo. Hij was vanaf 1895 lid van de Koloniale Staten van Suriname en later nog zelfs voorzitter daarvan. Toen waren Anton Alexander Dragten en E.A. May ook Statenlid. Van deze Justus zijn bij het Tropenmuseum foto's van Augusta Curiël dat het voorland van Clevia, dus in het zoute rivierwater, helemaal vol staat met volwassen cocosnootbomen. Deze Justus heeft ook aan het begin gestaan van de bacovencultuur in Suriname. Hij is daartoe samen met de heer Koch ook eigenaar geweest van plantage Kroonenburg en eerst pachter en vervolgens vanaf 1901 samen met Koch ook eigenaar van de plantages De Goede Vriendschap, Rijnberk en Schaapstede om daar een cacaocultuur aan te leggen. In 1903 verkoopt hij deze plantages echter weer aan de Surimaanse overheid, om aangeboden te worden aan de contractimmigranten voor de kleinlandbouw. Volgens de krant Onze West van 20 augustus 1903 betrof het een areaal van 7000 ha. ingepolderd land voor ƒ56.000 gulden. Maar het was ook om de krullotenziekte omdat een maand later een artikel in de krant staat over de hopeloosheid van de cacaocultuur en er door die ziekte geen vruchten meer te verwachten zijn. Volgens een Memorie van Toelichting uit 1905 van Gouverneur C. Lely aan de Tweede Kamer was de uitvoer van cacao van 1899 naar 1904 gedaald van 3860 ton naar nog maar 850 ton. De opbrengsten uit de cacao daalden met 81%. De krullotenziekte heeft in 1905 een zodanige verwoestende uitwerking dat in deelgebieden al de helft van de bomen is verloren gegaan en voor het overige de helft van de noten verstenen. De noodlijdende plantages gaan dan over op de bacovencultuur en moeten in 1909 3000 ha bacoven in cultuur hebben. Door de panamaziekte onder de bacoven gaat de cultuur in 1908 al ter ziele. Door de wereldoorlogen en de crisis van 1929 wordt de bacovencultuur pas na 1948 weer hervat. De plantages hebben tot 1928 de lening voor deze mislukte bacovencultuur aan het Gouvernement moeten aflossen.

 

De eerste goudzoeker in Suriname, wie?

Deze Justus heeft ook aan de basis gestaan van de goud-exploratie en exploitatie in Suriname, namelijk doordat zijn vader, de Indische Professor J.R.P.F. Gongrijp, de eerste aanvrager is geweest voor een concessie om in de rivierbeddingen onderzoek te doen naar de aanwezigheid van goud. Deze concessie heeft wat voeten in de aarde gehad en is zelfs op 30 oktober 1890 besproken geweest in de Eerste Kamer in Nederland. Wat was het geval, per resolutie van 7 september 1882, gewijzigd 18 september 1884, was het bij wet verboden om in Suriname naar goud te zoeken. Het was zelfs strafbaar gesteld. Er moest eerst een aparte resolutie gemaakt worden. Ook het uitgeven van een concessie door de Gouverneur in strijd met de wet werd strafbaar gesteld in artikel 22 lid c van het Regeeringsreglement van 22 april 1855. Dus groot is de ophef dat het wel is gebeurd. Maar de behoefte om Suriname uit het economische dal te trekken was zo groot dat de Staten het toelieten. De gouverneur stelt, dat hij geen goede resolutie kan ontwerpen zonder voorafgaand onderzoek naar de situatie. J.R.C. Gonggrijp heeft vervolgens een belangrijke bijdrage geleverd aan de aanleg van de spoorlijn naar Dam. De contract-immigranten uit Nederlands-Indië vanaf 1890, waar toen zoveel behoefte aan was, en waar zoveel moeite voor was gedaan om ze naar Suriname te laten komen, daar was in 1904 al geen werk meer voor op de plantages. Een noodkreet van de Vereeniging voor den Grooten Landbouw gaat uit naar de gouverneur, dat als het koloniaal bestuur geen rentegarantie kan geven voor buitenlands kapitaal, de enige ander oplossing de kostenvermindering is, doordat het gouvernement de contract-immigranten overneemt. Die zijn toen allemaal tewerkgesteld bij de aanleg van de 183km lange spoorlijn naar Dam. In de kranten van toen sprak men over de tramlijn. Intussen kregen de plantages adem voor een conversie terug naar de koffiecultuur, terug in die zin dat veel plantages dat voor 1850 in oorprong nog waren.

 

Hevea rubberbomen.

Daarnaast waren de broers Gonggrijp actief in het vinden en vervolgens op grotere schaal kweken van de hevea rubberbomen voor rubber. Op plantage Clevia en deels ook op plantage Morgenstond, en misschien ook elders, gebruikten zij die bomen als schaduwbomen voor de koffie- en cacaocultuur. Het sap van de boom, de latex, was de grondstof voor een harde rubbersoort, die gewild was voor aandrijfriemen van bijvoorbeeld stoommachines. Hij reist met dat rubber zelfs naar de rubbertentoonstelling in New York om het te promoten. In een periode van tien jaar is in die tijd 4,6 miljoen kilo rubber van Suriname naar New York verscheept onder meer ook afkomstig uit Nickerie. Justus moet in New York - net als elke andere Surinamer die daar komt - bevangen zijn geweest niet door de torenhoge skyscrapers (toen nog merendeels pas in opkomst), maar door de grote vraag, wat maakt het verschil dat New York in dezelfde tijd zoveel groter is gegroeid vergeleken met Suriname?

 

Arbeiders uit Nederlands-Indië naar Suriname halen.

En dan is er nog iets wat deze J.R.C. Gonggrijp op zijn naam heeft staan. Bij al zijn ondernemingsplannen waren arbeiders nodig. Op het Indisch Genootschap in Paramaribo, in de Land- en Tuinbouwvereniging en later in de Koloniale Staten, is er steeds de wederkerende kwestie van het tekort aan arbeiders in Suriname. Een uittreksel van die discussie op het hoogste niveau uit de krant van 1892 is als volgt:

 

"In april 1892 is er een discussie over immigratie en kolonisatie van Suriname op het Indisch Genootschap in Paramaribo met onder meer J.R.C. Gonggrijp als lid. In een betoog brengt mr. J.M. Gülcher stellingen voor immigratie van arbeidskrachten naar voren waar de vergadering verder over discussieert. Ondanks Surinames natuurlijke rijkdommen is er in de kolonie achteruitgang, gebrek aan kapitaal, de vloek der slavernij en het gemis eener gevestigde arbeidersbevolking. De vroegere slaven gingen aan den landbouw verloren, verhuisden naar Paramaribo, leefden van ongeregelde arbeid, vestigden zich op eigen stukjes grond of werkten in de goudindustrie. Het verlies aan binding met de plantage leidde tot losbandigheid. Voor rekening van particulieren was er een immigratie van enige duizenden “Chineesche koelies” die vrij goed voldeden. Maar tot duurzame versterking van de landbouwbevolking droegen zij niet bij en legden zij zich meer toe op kleinhandel. Daarna de immigratie van “Britsch-Indische koelies” op de grondslag van een tractaat met Engeland met de bepaling dat alle immigranten onder de hoede staan van de “Britschen consulaire agent” omdat zij Brits onderdaan bleven. In het streven naar het aanwerven van eener vaste arbeidersbevolking, bekend met land en werk, verdienen Javanen de voorkeur boven Hindoes, daar zij zich rustiger gedragen waar de Hindoes aan onverschilligheid en teleurstelling vervallen als de voordelen hun voorgespiegeld niet verwezenlijkt worden. De immigratie van Javanen ligt gevoelig omdat die eerder aan Engeland voor zijn koloniën was geweigerd “omdat wij het zelf niet deden”. Wat heeft men aan koloniën als die een last zijn. Men kan Suriname laten voortsukkelen. Maar als men de rechten (op Suriname) handhaaft moet men ook niets nalaten om dat land te ontwikkelen. Een kolonisatie door Europeanen werd bestreden, omdat de uitkomst in andere koloniën had bewezen dat dit zelfs niet in de gezondste delen mogelijk is. Het waren niets dan treurige resultaten. De geaardheid van de bodem en het klimaat waren hiervan de oorzaak. Noordelijke Europeanen konden zelfs niet in Spanje werken. Teneinde Suriname duurzaam te doen bloeien, is een krachtige exploitatie van de plantages nodig, is de aanvoer van werkkrachten vereischt met als doel daaruit een gevestigde arbeidersbevolking te verkrijgen. Een vestiging van “eigen Indische onderdanen” (uit Nederlands-Indië) is zeer gewenscht."

 

Deze discussie herhaalt zich in de Land- en Tuinbouwvereniging waar J.R.C. Gonggrijp bestuurslid van is, wat later overgaat in de Vereeniging voor den Grooten Landbouw, en vervolgens in de Koloniale Staten waar J.R.C. Gonggrijp op 27 juni 1895 in gekozen wordt met 94 van de 181 uitgebrachte geldige stemmen. Want als de landbouw in Suriname tot bloei wil komen moest er een zogenaamde "tussenlaag" van kleinlandbouwers komen in de bevolkingsopbouw. Behalve zijn halfbroer Hendrik en zijn broer George heeft hij ook nog een oom G.P.H.H. en een neef G.F.E. Gonggrijp in Nederlands-Indië, die allemaal groot-ambtenaar functies hadden in het binnenlands bestuur of een eigen onderneming in de landbouw. Groot-ambtenaar in de zin van dat je in aanmerking kwam voor functies als resident en gouverneur. Door die connecties worden de gebroeders J.R.C. en S.H. Gonggrijp pleitbezorgers om Javaanse contract-immigranten naar Suriname te halen. Het wordt door het Ministerie van Koloniën ook zo uitgevoerd. Het enige motief van hem hierin was om de economie van Suriname uit het dal te trekken en de kolonie tot bloei te laten komen. J.R.C. Gonggrijp wordt in de krant bij de Koloniale Statenverkiezingen van 1895 geroemd dat hij al zijn verdiensten steeds weer terug investeerde in zijn ondernemingen in Suriname, waarna hij ook tot Statenlid wordt gekozen. Het is dus ook altijd het politieke beleid van Suriname geweest geen Nederlandse kolonisten toe te laten. Dat is iets wat in New York wel gebeurde. Tussen 1 januari 1892 en november 1954 kwamen in totaal zo'n 12 miljoen immigranten door de poorten van het verwerkingscentrum op Ellis Island, allemaal Europese mensen van het Kaukasische type. Aldaar is het de stelling dat de wereldmacht van Europa toen via Ellis Island naar Amerika verhuisde. Dit is dus waarom New York zo groot werd vergeleken Suriname met nog één ander ding, het mercantilisme. Mercantilisme is toen de kolonies alleen de grondstoffen en halffabrikaten (b.v. cacaobonen) leverden, en in Europa de eindproducten en grote winsten werden gemaakt (b.v. chocoladerepen). Vanaf de onafhankelijkheid in 1776 ging de Verenigde Staten door industrialisatie ook eindfabrikaten maken. De grote groei van New York tot wereldhaven ontstaat vooral na de aanleg van het 584 km lange Eriekanaal tussen de Great Lakes en New York. Daardoor was er tot diep in het achterland verbinding over water met New York, en via New York met Europa en elders. De “tramlijn” naar Dam, wat men nu de Lawa spoorlijn noemt, was in Suriname ook zo’n daad “om het binnenland open te gooien”, maar als de spoorlijn in 1913 voltooid is, is de goudindustrie vanwege tegenvallende opbrengsten alweer ter ziele. De vader Alexander Edward Green van Lili Green hiervoor genoemd, zijnde de zwager van Stephanus Hendrik Gonggrijp, was na het faillissement van zijn plantage Belwaarde in 1900 in deze goudindustrie gegaan, maar is daaraan in 1905 door hevige malariakoortsen in het binnenland overleden.

 

Houtvester Gonggrijp in Suriname, er zijn er twee.

De oudste zoon van deze J.R.C. Gonggrijp was Justus Wilhelm Gonggrijp die na zijn studie aan de landbouwhogeschool in Wageningen op 27 januari 1910 in Paramaribo trouwt met Evelyn Alma Mayers. Hij is de bekende houtvester geworden in Suriname en heeft daar belangrijk werk verricht voor de bosbouw van Suriname. Van 1910-1923 was hij het hoofd van het Bureau Boswezen. Er bestaan circa honderd wetenschappelijke publicaties van zijn hand over onder meer de bosbouw in Suriname. Hij werkte samen met Stahel, die de directeur was van het Landbouwproefstation, om onder meer de boomsoorten en hoeveelheden daarvan in Suriname in kaart te brengen. Daarbij zijn meerdere tochten ver het binnenland in gemaakt. Stahel heeft nog altijd eeuwige roem doordat hij al één jaar na zijn indiensttreding de oorzaak van de krullotenziekte in de cacao in Suriname wist te ontdekken, namelijk een schimmel. De krullotenziekte was vanaf 1895 de oorzaak dat de cacaocultuur in Suriname mislukte omdat de noten versteenden. Op meerdere plantages zoals Morgenstond werd toen weer overgegaan op koffie. Vanaf 1924 is Justus Wilhelm Gonggrijp beheershoutvester, en in 1925 opperhoutvester, niet in Suriname maar in Nederlands-Indië. Hij was namelijk al die tijd aangesteld geweest voor de Indische Dienst maar gedetacheerd naar Suriname. De Gonggrijpstraat in Paramaribo zou naar deze houtvester Gonggrijp zijn vernoemd, maar het was daarvoor ook de weg naar de "terreinen van Gonggrijp". In 1935 krijgt deze Justus Wilhelm Gonggrijp de zilveren Frederik (Frits) W. van Eeden medaille voor zijn botanische werk voor de flora en fauna van Suriname. Samen met Stahel is hij dan de enige drager van die medaille. Deze Frederik W. van Eeden was niet de schrijver van De Kleine Johannes, maar de botanicus en de eerste directeur van het Koloniaal Museum in Haarlem van waaruit later het Koninklijk Instituut voor de Tropen is voortgekomen. In Paramaribo is er tegelijk ook nog een tweede houtvester Gonggrijp, namelijk de jongere neef van Justus Wilhelm Gonggrijp, de eveneens Wageningse ingenieur Louis Gonggrijp, zoon van Stephan Gonggrijp en Louise Spiering van plantage Morgenstond. Als aspirant-houtvester heeft Louis vanaf juli 1920 tegelijk gewerkt met Justus Wilhelm Gonggrijp in Paramaribo, maar als na vijf jaar het "Boschwezen in Suriname geen deskundige meer nodig heeft", vertrekt ook deze houtvester Louis Gonggrijp in augustus 1925 naar Nederlands-Indië.

 

De professor was drie keer getrouwd.

De drie broers op de foto hebben nog andere familie in Nederlands-Indië, waaronder hun oudere halfbroer Hendrik Cornelis Rinia Gonggrijp, de eerste zoon van hun vader. Zijn nakomelingen zijn zich in Nederlands-Indië officieel Gonggrijp van der Sanden gaan noemen, Mathilda van der Sanden uit Noordwijkerhout was de eerste vrouw van Professor J.R.P.F. Gonggrijp. De drie broers op de foto zijn van de tweede vrouw Maria Cornelia Wolvekamp uit Rotterdam. Maar Maria Wolvekamp overleed kort na de geboorte van Stephan op de foto in Meester Cornelis (tegenover Batavia) oud 30 jaar. Daarna is hun vader nog een derde keer getrouwd, namelijk met Anna Rosina Hendrika Wolvekamp, de jongere zuster van Maria Cornelia Wolvekamp, en die heeft de drie broers op de foto opgevoed.

 

De drie broers op de foto zijn wel geboren in Nederlands Indië, met name in Depok. Dat ligt een stukje onder Batavia, nu Djakarta vlakbij Buitenzorg, toen de residentie van de Gouverneur, thans een flora- en faunacentrum. Depok was een landgoed dat begin 18e eeuw in eigendom was afgestaan aan de aanwezige voornamelijk christelijke arbeiders. Het is voor deze christelijke arbeidersgezinnen dat een eeuw later hun vader J.R.P.F. Gonggrijp in 1849 als zendelings-leraar van de Nederlands Hervormde kerk in Rotterdam naar Nederlands-Indië wordt uitgezonden. Hij geeft daar les op de school van deze christen-gemeente en vertaalt bijbelgeschiedenisboekjes in het Maleis en later Soendanees voor deze inlandse christenen. Deze boekjes worden zo gewaardeerd dat ze worden ovegenomen door de binnenlandse regering voor verdere verspreiding. Hij heeft ook een vertaling gemaakt in Romeins letterschrift van de Hhikajat Kalila dan Damina, een Indisch letterkundig werk uit de oudheid, zo'n beetje het kaliber van de Ilias van Homerus uit onze westerse cultuur. Dat boek van J.R.P.F. Gonggrijp is heden nog nieuw te koop op Ebay. Na het overlijden van zijn tweede vrouw Maria Wolvekamp gaat J.R.P.F. Gonggrijp vanaf 1864 met groot verlof naar Nederland en gaat wonen in Vrijenban bij Delft. Dat is als de oudste van de drie broers op de foto zeven jaar is. Zij groeien vervolgens op tot hun volwassenheid in Vrijenban, dat was toen een aparte gemeente tussen Delft en Nootdorp ten oosten van de Schie, tegenwoordig een wijk binnen de gemeente Delft.

 

Ik ga naar Suriname.

Het is vanuit Vrijenban naast Delft dat hun halfbroer, de eerste zoon Hendrik Cornelis Rinia Gonggrijp, het plan opvat om op 18 maart 1871 per zeilschip Lida naar Suriname af te reizen. Dit weet de huidige familie Gonggrijp wellicht niet, maar het staat echt zo in de Surinaamse kranten. Hendrik Rinia Cornelis Gonggrijp gaat eerst naar Suriname voordat hij naar Nederlands-Indië gaat. Hij trouwt in Paramaribo op 12 mei 1875 met Elisabeth Margaretha Arlaud. Op 28 februari 1876 wordt in Paramaribo hun dochter Henriette Elisabeth Jacoba Gonggrijp geboren. Op internet staat vanuit Hendrik Gonggrijp een stippellijn naar deze Elisabeth Margaretha Arlaud terwijl de rest van de familie met een ononderbroken lijn is, maar dat klopt niet. Elisabeth Arlaud was de eerste en de echte, de lijn van Hendrik Gonggrijp naar Nederlands-Indië zou eigenlijk gestippeld moeten zijn. De dochter heeft de voornamen van haar vader en moeder, als men verder leest zal blijken waarom. Hier speelt zich namelijk een verdrietige situatie af die op 19 april 1881 wordt beschreven in een oproep in het Gouvernementsblad van Suriname én de Nederlandse Staatscourant. Die oproep is gericht aan Hendrik Cornelis Rinia Gonggrijp dat hij over een half jaar op 4 november 1881 een "praktizijn" voor zich moet stellen bij het Hof van Justitie in Paramaribo, vanwege een eis tot echtscheiding van Elisabeth Margaretha Arlaud. Daarin wordt ook duidelijk wat Hendrik in Suriname heeft gedaan. Volgens de beschrijving van Elisabeth in die oproep is hij namelijk een week na het huwelijk al vertrokken naar Demararij, kwam een maand later nog voor een week terug wegens ziekte, om vervolgens weer heen te gaan. Omdat hij daarna vijf jaar niets meer van zich heeft laten horen en Elisabeth geen idee heeft waar hij was, had zij conform de wet het recht om een echtscheiding aan te vragen. Na die oproep reist vanuit Nederland op 10 juni 1881 per ss Anna en Bertha een J.H. Gonggrijp af naar Suriname die op 25 juli 1881 in Paramaribo aankomt. Het is heel misschien een pseudoniem, want andere Gonggrijpen waren talrijk, Justus, Joost, Rinia, Cornelis, Harmens, Hendrik, George, Lodewijk, Tjalling, Teetse, die zijn er allemaal, maar in 1881 is er alleen een jeugdige nicht Jeannette Henriette Gonggrijp op de H.B.S. in Batavia in Nederlands-Indië. Het huwelijk van Hendrik en Elisabeth wordt op 6 januari 1882 in Paramaribo door vonnis van de rechtbank ontbonden. Een half jaar later, op 23 juni 1882, is J.R.P.F Gonggrijp de verzoeker dat aan hem "een perceel land groot 117 H.A. aan de linkeroever der Suriname, bekend onder de nrs. 39, 41 en 43, in allodialen eigendom en erfelijk bezit wordt afgestaan". Het begrip allodiale eigendom hield toen in eigendom met een plicht. En de plicht bestond voor 1863 hieruit dat je twee slaven ter beschikking moest stellen om de dijk langs de rivier te onderhouden. Dat was dus plantage Clevia. Wat eerst aannemelijk leek, dat Hendrik Gonggrijp het pad voor zijn twee jongere halfbroers had geëffend door plantage Clevia alvast voor te bereiden, blijkt dus niet zo te zijn. Waarschijnlijk is de aankoop gedaan door J.R.C. Gonggrijp in naam van zijn vader en heeft hij msschien de reis op de boot gemaakt onder de naam J.H. Gonggrijp. Of mogelijk was hij al eerder in Suriname, want in latere beschrijvingen staat dat hij als opzichter op andere plantages eerst het Surinaamse plantersvak heeft geleerd. Vanaf 1884 zijn de advertenties van J.R.C. Gonggrijp of de Gebrs. Gonggrijp talrijk in de krant, maar de eerste advertentie van J.R.C. Gonggrijp is al in de zomer van 1882, nl. van 22 juli dat "Bezitters van de photographie door E. Cramer, voorstellende de famielje met het woonhuis van plantaadje Clevia, worden beleefd verzocht deze tegen restitutie van de kost-prijs, terug te zenden; zijnde tegen ons verlangen verkocht". Zijn woonadres is dan bij J.D. Horst aan de Keizerstraat La. A No. 140. Waarschijnlijk kennen zij die J.D. Horst goed, want vanaf 1884 is J.D. Horst hun agentschap in de stad Paramaribo waar klanten hun stenen kunnen kopen.

 

Een moeder met een kind en een onderwijs-akte.

Elisabeth Arlaud had een onderwijs-akte en voorzag zich in haar levensonderhoud als onderwijzeres in Paramaribo. Zo adverteert ze ook in de krant. In die hoedanigheid heeft zij de onderwijzer Richard Anton Patrieck Connel O'Ferrall leren kennen waarmee zij op 1 februari 1884 in Paramaribo in het huwelijk treedt. Met hem wordt al het onplezierige van haar vorige huwelijk meer dan goedgemaakt, want Richard heeft een bijzonder bedrijvig leven in het onderwijs in Suriname. Hij begint een avondschool annex constructiewerkplaats die later de Ambachtsschool wordt, voert de gymnastiek in het onderwijs in, is directeur van de ULO, is oprichter van de toneelgroep Ons Genoegen, is de eerste Surinaamse schrijver van een avondvullend toneelstuk in Thalia, is de nieuwe hoofdredacteur van de krant Onze West als W. Kraan die op 1 october 1909 verlaat en De West opricht ("een oude krant met een nieuwe redactie, en een nieuwe krant met een oude redactie" zoals Kraan zijn krant promoot), is kapitein bij de Schutterij en aan het einde van zijn leven nog meerdere jaren Lid van de Koloniale Staten van Suriname. Van een rancune tussen Richard en de andere broers Gonggrijp vanwege het gedrag van halfbroer Hendrik blijkt geen sprake, want in 1889 is Richard als deskundige al introducé van J.R.C. Gonggrijp op de vergadering van de toen opgerichte Land- en Tuinbouwvereniging. Richard is ook de eerste Surinaamse schrijver van een roman "Een Beschavingswerk", een satirische sleutelroman over de aanleg van de 183km lange spoorlijn naar Dam van 1903-1913 voor de goudindustrie, die in 1913 al niet meer rendabel bleek. De roman geeft een ironisch beeld van de megalomanie van overheden; de neerbuigende houding tegenover bosnegers en Indianen; de truttigheid van het koningshuis; en de idiotie van beschavingsmissies. Op het einde van hun werkzame leven, als ze 74 en 77 jaar zijn, maken Richard en Elisabeth op 5 mei 1929 nog een mooie bootreis per ss Nickerie naar Amsterdam. De boot komt aan in Amsterdam op 24 mei maar tegelijk is er een bericht in het Algemeen Handelsblad te Amsterdam dat "E. Arlaud weduwe van R. Ferral, vrouw 77 jaar" is overleden. Zij is dus op de boot overleden. Richard gaat 1,5 jaar later in december 1930 weer terug naar Suriname. Hij overlijdt op 28 oktober 1936 in Paramaribo oud 81 jaar. Zijn overlijdensadvertentie is dan van de Weduwe R. O' Ferrall-Schipper en er worden geen kinderen in genoemd. De stiefdochter Henriette Elisabeth Gonggrijp trouwde in 1895 met Diederik Schippers. Ze hebben bezigheden gehad in Paramaribo, Nickerie en Curaçao en Henriëtte woont in 1939 als weduwe in 's-Gravenhage. Haar dochter Hermine woont dan in Leiden met haar gezin Korten, haar zoon Henri in Nederlands-Indië, hij is dus de ononderbroken lijn, de anderen zijn de stippellijn, en haar zoon Bert Diederik Schippers is gezagvoerder op de scheepvaart die zich later met gezin in Australië vestigt.

 

Waar is Hendrik Cornelis Rinia Gonggrijp gebleven?

Waar Hendrik Cornelis Rinia Gonggrijp is gebleven blijkt uit het Samaranghsch handels- en advertentieblad De Locomotief van 2 januari 1877. Hij staat daar op de passagierslijst van de ss Prins van Oranje van Amsterdam naar Nederlands-Indië waar hij de rest van zijn leven blijft. Met zijn tweede echtgenote Louise Marie Antoinette van Haastert, waar hij pas op 13 september 1888 mee trouwt, en derde echtgenote Melanie Damwijk heeft hij in Nederlands-Indië nog negen andere kinderen. In 1894 is hij eigenaar en administrateur van een cultuurmaatschappij Soekadjadi te Tasikmalaija. Dat ligt in West-Java, een kleine 150km oostelijk van Batavia. Hij verbouwt er kina, een boomsoort uit Peru die vanaf 1854 in Nederlands-Indië werd geïntroduceerd. De bast van de boom in water getrokken gaf aan het water een heilzame werking tegen tropische koortsen en malaria koortsen. Later bleek dat het kinine was. De onderneming wordt in 1894 verwoest door de uitbarsting van de vulkaan Galoengoeng. In 1901 is hij administrateur en ondernemer te Blitar voor de verbouw van koffie. Dat ligt op Java 400km verder naar het oosten. Die wordt verwoest door de uitbarsting van de vulkaan Kloet. Op 18 september 1924, als hij 77 jaar is, verongelukt nog zijn 32-jarige zoon Sjoerd Gonggrijp doordat die in een ravijn stort bij een onderzoek ter plekke om hogerop de rivier een bamboeleiding voor koelwater te verplaatsen. Dat was op zijn kina onderneming in Manonjaija, dat is weer terug vlak onder Tasikmalaija. Het is zijn andere zoon Eric Gonggrijp van der Sanden die het werk in Indonesië verder voortzet. Zij worden vervolgens onder de oorlog allemaal geïnterrneerd in het Jappenkamp voorzover in den lande. Ronald, een zoon van Eric, heeft zich genaturaliseerd tot staatsburger van de VS en woont sedert 1972 in Californië en veranderde zijn naam van Robert Gonggrijp van der Sanden naar Robert Eric Gonggrijp.

 

Drie generaties boelgoedroeper in Harlingen.

De Gonggrijpen komen van Harlingen in Friesland. De naam is afgeleid van Goingarijp, Goai een persoonsnaam, gea een dorp en rijp een strook. Goingarijp ligt aan het eind van ontginningsstroken die hun oorsprong hebben in het dorp Goënga. Goingarijp is nu een dorp in de gemeente Skarsterlân in Friesland. Het ligt halverwege tussen Sneek en Harlingen. Voor de gemeentelijke herindeling in 1984 maakte Goingarijp deel uit van de gemeente Doniawerstal. Hun opa Rinija Justus Gonggrijp was in Harlingen geboren, maar had zijn werkzame leven in Culemborg en Wageningen als Rijks Commies-Roeijer 1e klasse bij de Belastingen en later Commies 2e klasse. Met zijn tweede vrouw woont hij meer dan 25 jaar in Hoeven in Noord-Brabant, een kleine plaats tussen Roosendaal en Etten-Leur. In Harlingen zat de voorouderlijke familie, vischkeurmeester, meesterbakker, boelgoedroeper (vader, zoon en kleinzoon!) en onderwijzer. In Sneek zat een zijtak met een houtzaagmolen aan de Geeuw, zijnde een stellingmolen met een achtkantige bovenkruier met buitenkruier, gebouwd tussen 1750-1792, later vervangen door een stoomzagerij waarbij de romp van de molen in 1892 is verplaatst naar Franeker. Op die houtzagerij hebben vijf generaties lang Teetse Tjallings, Tjalling Teetses en Tjalling Tjallings Gonggrijp gezeten, waaronder ook een glasschilder en burgemeester en Lid van de Provinciale Staten van Friesland. Als van de 2e generatie Tjalling Teetses Gonggrijp vroeg overlijdt is het zijn broer, zich Jan ten Cate van Gonggrijp noemende, die de houtzaagmolen voortzet voor de minderjarige kinderen van Tjalling, welk bedrijf hij later aan hun overdraagt. De moeder was Minke Jans ten Cate. De naam "ten Cate van" is dan niet gevoegd bij de achternaam, maar vormt onderdeel van de voornaam, waardoor er geen toestemming voor gevraagd hoefde te worden.

 

Maleis en Soendanees doceren aan aanstaande ingenieurs.

De drie broers op de foto zijn dus in Nederlands-Indië geboren en in Vrijenban naast Delft opgegroeide nazaten van Harlingse Friesen. Zonen van een Nederlands Hervormde zendelings-leraar Justus Rinia Petrus François Gonggrijp die in Nederlands-Indië ook leerboeken van de bijbelse geschiedenis vertaalde in het Maleis en Soendanees en vervolgens meer dan 25 jaar als talenprofessor in het Maleis en later ook Soendanees doceert aan de Indisch Instelling in Delft. Bij zijn 25-jarig jubileum als professor in Delft zijn zijn oud-leerlingen in Nederlands-Indië hem nog niet vergeten. Zij geven hem een "prachtig in eenvoudigen stijl bewerkte notenhouten bureau-ministre met stoel en een kunstig gesneden ivoren vouwbeen en dito penhouder, tesamen met een album met de protretten van de schenkers" als cadeau. Tegelijk wordt hij bij die gelegenheid ook koninklijk onderscheiden tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Die gebeurtenis laat hij ook adverteren in de Leeuwarder courant, in welke provincie hij anders nooit adverteerde, maar waaruit dus nog zijn binding blijkt met de familie in Friesland. Niet lang daarna, op 21 februari 1890, is hij in Suriname de eerste aanvrager van de hierboven al genoemde concessie om in de Sarakreek, de Suriname- en Saramaccarivier met een stoommachine onderzoek te doen in de beddingen naar de aanwezigheid van goud en andere mineralen. Aan de Sarakreek, en dan voorbij de zuidelijkste grote stroomversnelling, is het eindpunt Dam van de 183km lange Lawa-spoorlijn vanuit Paramaribo. De "goudkoorts" wordt vanaf 1900 goed gevoed met de vondst door derden van een klomp goud van 5836 gram. Op 3 november 1909 is hij overleden te Wiesbaden oud 82 jaar, toen een internationaal bekend kuuroord in Duitsland.

 

Nusantara, wat een professor aan spulletjes nalaat.

De Indische Instelling in Delft lag aan de Oude Delft 69, twee panden rechts van de studentenvereniging Sanctus Virgilius. Eerst was er van 1842-1864 de Koninklijke Academie om ambtenaren op te leiden voor de Indische dienst. Als de regering de academie in 1864 opheft neemt de gemeente Delft het initiatief om de Indische Dienst voor de Taal-, Land- en Volkenkunde op te richten. Er bestond een nauwe band met de Polytechnische School (voorloper van de huidige Technische Universiteit) omdat ruim eenderde van de technische ingenieurs in Nederlands-Indië ging werken. Op de Indische Instelling konden zij de taal leren en kennis maken met de Indische bevolking en de Indische cultuur. In 1901 wordt de Indische Instelling opgeheven. Alleen op de Universiteit in Leiden wordt daarna nog Indisch onderwijs gegeven. Het gebouw aan de Oude Delft 69 is nu een appartementencomplex waarbij de originele voorgevel is behouden met de gravure "Indische Instelling" in de kroon van de gevel. De etnografische verzameling van de Indische Instelling, om het onderwijs zo aanschouwelijk mogeljk te maken, werd ondergebracht in het dan opgerichte Volkenkundig Museum Nusantara. Dat werd gehuisvest aan bijna het andere uiteinde van de Oude Delft in het gebouw aan het St. Agathaplein in Delft. Dat zal de lezer van dit stuk niet veel zeggen, behalve dat het dus aan het Prinsenhof ligt in Delft waar in 1584 Prins Willem van Oranje is vermoord. Dat is ook tegenover de Oude Kerk in Delft waar 's lands roemrijkste onderdanen liggen begraven, zoals Anthonie van Leeuwenhoek, Johannes Vermeer en de bij iedereen bekende Piet Hein. In 1989 wordt een gedenkboek uitgegeven: "De Indische Instelling in Delft" ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van de collectie van het Volkenkundig Museum Nusantara. Het Museum Nusantara is sinds 6 januari 2013 gesloten.

 

De Javanen op Clevia zijn er nog steeds.

Als na de oorlog de Gonggrijpen de plantages Clevia en Morgenstond weer verlaten, is plantage Clevia in kleine percelen verdeeld onder de Javaanse arbeidersgezinnen. Tot heden wonen die gezinnen en hun nakomelingen nog altijd op die oude plantage Clevia. Hoeveel moeite de Gonggrijpen niet gedaan hebben om de Javanen daar te krijgen, maar door het ontbreken van enige handel met Nederland in de Eerste en Tweede Wereldoorlog zijn veel plantagebedrijven geëindigd, en waren de Javanen al na één generatie daarvoor niet meer nodig. Enkele Javaanse families van Clevia zijn bijvoorbeeld, Wagimin, Soekimin, Djawikromo, Slamat, enz. en enkele van Morgenstond die daar zijn gaan wonen, Kastami, Tota, Ramoutar, Kromo, Dalman, Zaïmin, Elias. Wat eerst een agrarisch gebied was met allemaal kleine kostgrondjes is langzaam verstedelijkt tot een stadswijk wat het nu is. Behalve Javanen op Clevia, de Gonggrijpstraat en een blauwe gedenksteen van Justus Wilhelm Gonggrijp uit 2008 opgericht door de studenten van de Anton de Kom Universiteit is er in Suriname niets meer dat wijst op de aanwezigheid van de Gonggrijpen in Suriname. Behalve nog één ding, het grafje van Henri Gonggrijp naast het graf van zijn opa Jacob Isaäc Spiering op de begraafplaats Nieuwe Oranjetuin aan de Gravenstraat (nu Henck Arronstraat). Deze Henri Gonggrijp is het vroegoverleden zoontje van Stephanus Gonggrijp en Louise Spiering, het broertje van de houtvester Louis Gonggrijp hiervoor genoemd. Het grafje was in 2003 nog aanwezig, net als het graf van de opa Spiering, in 1897 gemetseld met de donkerrode bakstenen van de steenfabriek van de Gebrs. Gonggrijp op Clevia. Hier cityofparamaribo.nl/read/oranjetuin zijn enkele foto's van grafzerken op begraafplaats. Andere grafzerken gemetseld na 1884 zijn waarschijnlijk van de bakstenen van de steenfabriek van de Gebrs. Gonggrijp.

 

Kijk, hier is Clevia, 210 hektare groot.

Clevia is hier goo.gl/maps/xGg7o . Alles tussen Kasoedjieweg en de schuine lijn in het verlengde van de Pomerakstraat. De dam in de trens precies bij de aansluiting van de Djamoestraat met de Anton Dragtenweg, daar was de houten brug naar het plantagehuis van Clevia. De Djamoestraat loopt precies over waar het huis heeft gestaan. Dat stukje Djamoestraat, van de Anton Dragtenweg tot de Guavestraat, was er oorspronkelijk niet. Dat is pas na 1950 doorgetrokken. Bij dat dammetje, op het voorland aan de rivier, heeft de steenfabriek gestaan. Daar is nu niets meer van over.

 

Ir. Jan Koenraadt

jankoenraadt@gmail.com

 

#Paying #the #Mechanic's #Bill #(Dirtyhunk #Gay #Sex #Stories) nu voor maar: € 5,59 Bespaar: %50!

Uitgegeven door: #Brian #West

#eBook #bestseller #Free / #Giveaway #boekenwurm #ebookshop #schrijvers #boek #lezen #lezenisleuk #goedkoop #webwinkel

Bestel hem nu! www.boekshop.net/erotische-romans/84523-paying-the-mechan...

#UK #Grannies nu voor maar: € 4,19 Bespaar: %50!

Uitgegeven door: #Brandon #Carlscon

#eBook #bestseller #Free / #Giveaway #boekenwurm #ebookshop #schrijvers #boek #lezen #lezenisleuk #goedkoop #webwinkel

Bestel hem nu! www.boekshop.net/beeldende-kunst/85473-uk-grannies.html

#Hot #MILF #Sex #Interview nu voor maar: € 0,82 Bespaar: %50!

Uitgegeven door: #Sophie #Sin

#eBook #bestseller #Free / #Giveaway #boekenwurm #ebookshop #schrijvers #boek #lezen #lezenisleuk #goedkoop #webwinkel

Bestel hem nu! www.boekshop.net/erotiek/84151-hot-milf-sex-interview.html

#Sexy #Busty #Amateurs #Nude nu voor maar: € 5,59 Bespaar: %50!

Uitgegeven door: #Brandon #Carlscon

#eBook #bestseller #Free / #Giveaway #boekenwurm #ebookshop #schrijvers #boek #lezen #lezenisleuk #goedkoop #webwinkel

Bestel hem nu! www.boekshop.net/erotische-romans/85482-sexy-busty-amateu...

#人妻ラブドール えみり26歳 若妻過激ランジェリー nu voor maar: € 6,04 Bespaar: %50!

Uitgegeven door: #Skoal

#eBook #bestseller #Free / #Giveaway #boekenwurm #ebookshop #schrijvers #boek #lezen #lezenisleuk #goedkoop #webwinkel

Bestel hem nu! www.boekshop.net/fotografie/23109-26.html

#Hot #Sex nu voor maar: € 7,99 Bespaar: %50!

Uitgegeven door: #Tracey #Cox

#eBook #bestseller #Free / #Giveaway #boekenwurm #ebookshop #schrijvers #boek #lezen #lezenisleuk #goedkoop #webwinkel

Bestel hem nu! www.boekshop.net/seksualiteit-erotiek/19053-hot-sex.html

J.D. Salinger (1919-2010; 'De Vanger in de Gort', ook wel 'De Kinderredder van New York', vertalen blijft een vak) kende wilde fantasieën.

 

Toy Museum Deventer has the largest toy collection in the Netherlands. The masterpieces can be seen here in two attractive merchant houses from the Hanseatic period.

'Toys are essentially about fun, fantasy and imitation'

Writer Antonia Fraser

 

Speelgoedmuseum Deventer heeft de grootste speelgoedcollectie van Nederland. De topstukken zijn hier te zien in twee sfeervolle koopmanshuizen uit de Hanzetijd.

'Bij speelgoed gaat het in de kern om plezier, fantasie en imitatie’ Schrijver Antonia Fraser.

 

Le Musée du Jouet Deventer possède la plus grande collection de jouets des Pays-Bas. Les chefs-d'œuvre peuvent être vus ici dans deux jolies maisons de marchands de la période hanséatique.

« Les jouets sont essentiellement une question de plaisir, de fantaisie et d'imitation »

Écrivaine Antonia Fraser

#Private #Nudes nu voor maar: € 25,19 Bespaar: %50!

Uitgegeven door: #Leonardo #Glauso

#eBook #bestseller #Free / #Giveaway #boekenwurm #ebookshop #schrijvers #boek #lezen #lezenisleuk #goedkoop #webwinkel

Bestel hem nu! www.boekshop.net/fotografie/114056-private-nudes.html

#Nude #Mature #MILF nu voor maar: € 3,99 Bespaar: %50!

Uitgegeven door: #Brandon #Carlscon

#eBook #bestseller #Free / #Giveaway #boekenwurm #ebookshop #schrijvers #boek #lezen #lezenisleuk #goedkoop #webwinkel

Bestel hem nu! www.boekshop.net/erotiek/83521-nude-mature-milf.html

Schrijver, schilder en hiphoppionier Def P (Osdorp Posse), zit binnenkort dertig jaar in het vak. Om dit te vieren kondigt hij voor 2016 een tour en een nieuw soloalbum aan onder de titel “30xPi”. Op zaterdag 9 april bouwt hij er in Pop- & Cultuurpodium De Peppel een feestje van

#Pussy #Lickers nu voor maar: € 5,59 Bespaar: %50!

Uitgegeven door: #Naughty #Daydreams #Press

#eBook #bestseller #Free / #Giveaway #boekenwurm #ebookshop #schrijvers #boek #lezen #lezenisleuk #goedkoop #webwinkel

Bestel hem nu! www.boekshop.net/erotische-romans/85237-pussy-lickers.html

#30+ #Mature #Wives #Vol.14 nu voor maar: € 7,19 Bespaar: %50!

Uitgegeven door: #Brandon #Carlscon

#eBook #bestseller #Free / #Giveaway #boekenwurm #ebookshop #schrijvers #boek #lezen #lezenisleuk #goedkoop #webwinkel

Bestel hem nu! www.boekshop.net/beeldende-kunst/135831-30-mature-wives-v...

Hunter S. Thompson (Raoul Duke, 1937-2005);

nl.wikipedia.org/wiki/Hunter_S._Thompson

 

Fear and Loathing in Las Vegas;

www.youtube.com/watch?v=8m662obIvhY

 

O ja, Mullisch met pijp komt pas in beeld zodra hij kan bewijzen dat ie hier weer op aarde rondloopt.

#A #Footjob #Story nu voor maar: € 5,59 Bespaar: %50!

Uitgegeven door: #Toegirl

#eBook #bestseller #Free / #Giveaway #boekenwurm #ebookshop #schrijvers #boek #lezen #lezenisleuk #goedkoop #webwinkel

Bestel hem nu! www.boekshop.net/erotische-romans/85608-a-footjob-story.html

Leo Blokhuis is een Nederlands journalist op het gebied van popmuziek. Hij is grafisch ontwerper van beroep maar bovendien werkzaam als samensteller van diverse radioprogramma’s, presentator van televisieprogramma’s en schrijver van artikelen

Tekstbron Wikipedia.

nl.wikipedia.org/wiki/Leo_Blokhuis

#Hogtied #and #Humiliated #by #my #Mistress: #A #Mistress #Xtina #Strict #BDSM #Experience nu voor maar: € 5,59 Bespaar: %50!

Uitgegeven door: #Jennifer #Lynne

#eBook #bestseller #Free / #Giveaway #boekenwurm #ebookshop #schrijvers #boek #lezen #lezenisleuk #goedkoop #webwinkel

Bestel hem nu! www.boekshop.net/erotische-romans/84897-hogtied-and-humil...

Dutch author Ronald Giphart.

---

Puur Gelul was ook aanwezig op het Bevrijdingsfestival Den Haag. Hagenezen Boozy, Jeffrey Huf en Karel Kanits verkenden in de Centrale Bibliotheek op geheel eigen wijze de grenzen van de vrijheid van meningsuiting en werden daarbij bijgestaan door schrijvers Henk van Straten en Ronald Giphart (foto). Het overdonderende vocaal geweld van Puur Gelul was zo populair, dat er niemand meer in de zaal paste. Gelukkig organiseert het literaire initiatief uit Den Haag binnenkort weer een avond in het Paard van Troje met onder andere Jules Deelder, Nico Dijkshoorn en Small Time Crooks.

De reddingboot Brandaris naast de Lieve Vrouwekerk.

De Brandaris zette een fotograaf en een schrijver af op de Vrouwekerk.

Onder de tekst van het artikel dat later in de Blauwe Wimpel werd opgenomen.

 

Schip op het strand.

 

Op 20 januari van dit jaar, te 13.18 uur in de middag, vond het stoomschip "Lieve Vrouwekerk" van de VNS, dat het voorlopig genoeg zout water geproefd had. Het besloot de leden wat te strekken op het zand van de Vliehors. . ".

Er woei die dag een zuidwester met orkaankracht over de Noordzee die al meer vaartuigen in moeilijkheden had gebracht. Sleep- en reddingboten waren in actie gekomen. Maar de "Lieve Vrouwekerk" behoorde tot hen, die niet meer van een stranding te redden waren.

De plaats, die het had uitgezocht, behoort tot de slechtst gereputeerde van de Nederlandse kust.

De sleepboot "Holland" van rederij Doeksen had de gehele dag stand by gehouden maar aanvankelijk werd haar hulp niet aanvaard. Pas toen het te laat was, toen het grot schip beide ankers en het ankerspil verspeeld had, werd haar verzocht vast te maken.

Te laat, want de zee, die onder invloed van een bui met orkaankracht stond, loog er niet om.

Het was te 13.18 uur. dat de "Lieve Vrouwekerk" voorlopig tot rust kwam.

  

Een schip op het strand is niet alleen een baken in zee, maar ook een voorbeeld van onverzettelijke onverzettelijkheid.

Het is voor de leek telkens weer een volkomen raadsel, dat de mensen van de bergingsmaatschappijen er in de meeste gevallen altijd toch meer weer in slagen deze enorme hoeveelheid zwaar materiaal weer in zee te krijgen.

Maar wat voor de leek onmogelijk is, is mógelijk bij de berger, en ook hier trok, toen het weer wat opgeklaard was, een legertje nijvere lieden aan boord om de schade te verkennen en plannen te maken voor de tweede tewaterlating.

Er was, gelukkig, bij deze stranding geen mens een haar op het hoofd gekrenkt. Zelfs zonder natte voeten te krijgen, was de bemanning van boord gestapt.

 

Toen de "Lieve Vrouwekerk" enige dagen op de Hors zat, zijn we eens gaan kijken aan boord.

De Terschellinger reddingboot "Brandaris", die die dag toch radio-oefeningen hield, bracht ons langszij van de hoge, naakte romp.

Nu weet ik niet, Wimpel-lezer, of U wel eens een scheepsromp hebt gezien. Natuurlijk wèl.

Ik trouwens ook, maar toch had ik (eerlijk gezegd) niet gedacht, dat de wand van een schip zó verschrikkelijk hoog kon zijn, voor we op die bewuste dag langszij van de "Lieve Vrouwekerk" lagen.

Het was hoog water, en er stond juist genoeg om het de reddingboot, al stotend, mogelijk te maken, de onderkant van een storm leer te bereiken, die langs die hoge romp bengelde.

Daar wij de wens te kennen hadden gegeven, een bezoek aan het schip zèlf te brengen,zat er niets anders op, dat uiteinde te grijpen en de ladder te bestijgen. Dat was echter sneller gedacht dan gedaan. Want het beklimmen van een dergelijk kringelend geval mag dan voor de zeeman dagelijks werk zijn, een (in dit opzicht ongeoefende) walkrab maakt er niet zoveel van, vooral niet als hij óók nog behangen is met een batterij camera's.

Ik heb me in totaal één sport omhoog gewerkt. Toen lukte het werkelijk niet meer. Daar bengelde ik langs die ijzeren scheepsromp! Onder me de "Brandaris", die zo vriendelijk was, haar railing op een paar centimeter van m'n voeten tegen de "Lieve Vrouwekerk" te drukken.

 

Boven me de baardige koppen van de opvarenden 'van 't gestrande schip, die zich, verwonderd afvroegen, door wat voor rare sprinkhaan hun tijdelijk tehuis daar nu wel geënterd werd.

Enfin, met behulp van deze lieden, die me met ladder en al ten hemel deden vertrekken, ben ik tenslotte aan boord geraakt. Het was toen wel sneu te moeten vernemen dat aan de andere kant van het schip een staatsietrap met alles er op en eraan klaar lag om de bezoeker op een wat prettiger wijze te ontvangen. Sneu was het óók, dat de overige nieuwsgierigen van de "Brandaris" er natuurlijk een dankbaar gebruik van maakten.

De baardige helpers ontpopten zich als Vlielanders, die in dienst van Doeksen, bezig waren met de berging van het schip. Ankers waren al uitgebracht om straks, als er getrokken zou worden, ook met behulp van de eigen kracht van het schip, een stevige duit in het zakje te kunnen doen.

Maar voor het zover was, moest er, eerst stoom zijn, en die was er op dit moment nog niet. Wat dat voor de mensen, die aan boord moesten bivakkeren zeggen wilde, begrepen we pas, toen we het schip nader bekeken. Geen stoom wil zeggen: geen licht en geen warmte; ook met zoet water kon niet overdadig geplast worden.

We bekeken het schip, dof onder een vracht sneeuw lag, het kapotte ankerspil, de Vliehors, die nors voor zich uit staarde, en toen was het etenstijd en gingen we met onze gastheren naar de messroom.

 

Die messroom zal, in betere tijden, wel een gezellig en netjes ingericht vertrek geweest zijn. Wat wij, na een barre tocht door een spookachtig donker schip, ervan zagen was eigenlijk veel mooier dan het alledaagse nette. Tenminste voor ons, die over een half uur weer met de "Brandaris" naar de bewoonde -wereld terugkeerden.

Het was of we een rovershol betraden. Twee oliepitjes wierpen een gloed op mensen en dingen, die Rembrandt in vervoering zou hebben gebracht. De tafel was beleden met allerlei uiteenlopende zaken, zaken, die in een mannenhuishouding nu eenmaal voor de hand moeten liggen. En tussen al die attributen straalden de spierwitte bordjes een serene glans uit. Naast ieder bordje een rimpelige appel, en naast iedere appel een fles met een vrij kleurloze inhoud: centrale verwarming met drie

sterren ...

 

De conventionele verwarming was ter hand genomen door een kacheltje, dat, op de reuk afgaand gestookt met onwaarschijnlijke restjes van de lading, z'n verstikkende dampen vergeefs door een geblindeerde patrijspoort probeerde kwijt te raken. En boven elk bordje zo'n baardige kop, die in dágen geen scheermes (en vermoedelijk ook geen waswater) gezien had.

 

We hebben een gastvrij aangeboden glaasje meegedronken, verscheidene diepgaande beschouwingen over verleden, heden en toekomst van schip en maatschappij aangehoord, en zijn weer, langs de statietrap, vertrokken.

Met een rubberbootje, dat de nare eigenschap had, langzaam leeg te lopen, bereikten we de reddingboot.

De "Lieve Vrouwekerk" vervaagde langzamerhand in de zeedamp die kwam opzetten.

We keerden terug naar de veilige haven van West-Terschelling, maar mét ons mee namen we de bewonderinq voor de mannen van het bergingsbedrijf. Overal waar schepen geborgen worden, door wie dan ook, door Doeksen of Wijsmuller, door Tak of Smit, er wordt voor geknokt en geklauwd.

Er worden ook offers voor gebracht. Niet ver van de "Lieve Vrouwekerk" raakte, zoals men in de Wimpel heeft gelezen, een Helderse kotter op het strand.

En bij de pogingen, het scheepje vlot te trekken, sloeg een vlet om een verdronk één van de beste mensen van Doeksen voor de ogen van z'n kameraden in de wrede zée. Oep Sterrenburg, bootsman van de "Holland", voegde zich bij de grote schare van hen, die ons ontvielen. Ons, want aan mannen als Sterrenburg heeft. de hele Nederlandse koopvaardij verwantschap.

 

De "Lieve Vrouwekerk" is weer vlot gekomen. Ze zal de zeven zeeën niet meer bevaren, want de slopershamer wachtte haar in de laatste thuishaven. Maar het is de mannen van Doeksen een trots, dat die thuishaven niet is geworden het onbarmhartige zend van de wijde Vliehors.

 

Cees van der Meulen – Reint de Jonge

Blauwe Wimpel - 1960

  

Foto als schenking van Nel Cupido-Kooijman ontvangen , waarvoor grote dank aan Nel!

#The #English #Milf nu voor maar: € 1,78 Bespaar: %50!

Uitgegeven door: #Mister #Average

#eBook #bestseller #Free / #Giveaway #boekenwurm #ebookshop #schrijvers #boek #lezen #lezenisleuk #goedkoop #webwinkel

Bestel hem nu! www.boekshop.net/erotische-romans/83965-the-english-milf....

Thank you, Ronel for giving me permission to publish this photo

 

Kalki Schrijvers (Soprano Soloist) & Glenn Falize (Percussion) heading for the stage at the beginning of the concert

 

You can read Ronel concert report here:

andrerieufan.com/2010/06/07/andre-rieu-29-may-2010-vienna...

#Mature nu voor maar: € 4,19 Bespaar: %50!

Uitgegeven door: #G&S #International #& #Digital #Media

#eBook #bestseller #Free / #Giveaway #boekenwurm #ebookshop #schrijvers #boek #lezen #lezenisleuk #goedkoop #webwinkel

Bestel hem nu! www.boekshop.net/beeldende-kunst/135666-mature.html

Thank you to Paul in Australia for giving me permission to add this photo of Kalki performing in Melbourne.

 

Kalki is Paul's favorite.

 

Paul took a lot of photos all of which can be seen here:

www.flickr.com/photos/pn1/sets/72157622713727198/

Jan Wolkers bezweerde de dood door hem te bespotten

(Novum) - Jan Wolkers die vrijdag op 81-jarige leeftijd overleed werd gezien als een van de grootste schrijvers van Nederland en vormde samen met Willem Frederik Hermans, Gerard Reve en Harry Mulisch De Grote Vier van de Nederlandse literatuur. Wolkers werd beroemd met boeken als Kort Amerikaans (1962) en Turks Fruit (1969), maar was naast schrijver ook beeldhouwer en schilder.

Jan Hendrik Wolkers wordt op 26 oktober 1925 geboren in Oegstgeest als derde in een gezin met tien kinderen. Op 13-jarige leeftijd wordt Jan Wolkers van de Mulo gehaald om mee te helpen in de kruidenierswinkel van zijn vader. Maar door de economische crisis wordt de winkel in 1939 opgeheven. De oorlog breekt uit, en in 1944 overlijdt de oudste broer van Jan. Zijn oudste broer Gerrit Johannes was een groot voorbeeld voor hem. De barre oorlogstijd en de dood van zijn broer zorgen ervoor dat Wolkers afstand doet van het streng gereformeerde geloof dat hij in zijn opvoeding had meegekregen.

  

In 1943 dook hij onder in Leiden en studeerde aan de Leidse schilderacademie. Na de oorlog trouwt hij in 1947 met zijn eerste vrouw, Sybille (de uit Goes afkomstige Maria de Roo (EW)). In de jaren daarna studeert hij aan verschillende kunstopleidingen in Den Haag, Salzburg en Parijs. In Frankrijk trouwt de 33-jarige Wolkers voor de tweede keer. Kort daarna schrijft hij zijn eerste boek, de verhalenbundel Serpentines Coat (1961) dat met gemengde gevoelens werd ontvangen. Zijn debuut krijgt twee jaar later de Novelleprijs van de gemeente Amsterdam. Uit protest tegen de acties van de regering tegen de provorellen in 1966, tijdens het Huwelijk van prinses Beatrix en prins Claus, geeft hij de prijs drie jaar later weer terug aan de gemeente. Het zou niet de eerste keer zijn dat hij afstand doet van een prijs.

 

Jan Wolkers' eerste roman 'Kort Amerikaans' verschijnt in 1962. Hierin, en in 'Terug uit Oegstgeest' uit 1965, vertelt de schrijver over zijn dramatische jeugd. Zijn strenge geloofsleer, zijn tijd als lid van de Schilderacademie in Leiden, zijn blijvende litteken op zijn hoofd opgelopen door stoom tegen zijn slaap worden allemaal beschreven in de twee romans.

 

Met zijn schrijfstijl, een combinatie van korte zinnen, ironie en bespottingen met het geloof, weet hij in de jaren zeventig veel publiek te winnen. Het grote succes komt in 1969, met 'Turks Fruit'. In 1974 wordt het boek verfilmd door Paul Verhoeven. Ook andere boeken van Wolkers zoals 'Kort Amerikaans', 'Brandende liefde' en 'Terug naar Oegstgeest' worden later verfilmd.

 

Ook collega's van Wolkers weten zijn schrijfkunst te waarderen. Zo schreef Gerard Reve: "Terwijl ik probeer de dood te bezweren door hem te bevleien en te bezingen, probeert Wolkers hem te bezweren door hem bespottelijk te maken. Hij wordt ook wel eens de pornograaf van de dood genoemd. En dat vind ik een soort vreemde overmoed die mij niet ligt. Maar als Wolkers raak schiet is het ook verdomd mooi".

  

Hoewel zijn boeken gretig aftrek genieten, vindt Wolkers dat critici zijn werk steeds slordiger bespreken. "Literaire prijzen zijn een farce in Nederland", aldus Wolkers. In 1982 weigert hij de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre. Zeven jaar later, in 1989, bedankt hij voor de P.C. Hooftprijs. "Mijn uitgever vroeg me wel eens of ze me mochten opgeven voor de AKO-literatuurprijs. Dan zei ik: Laten ze die prijs maar in hun reet steken", zei Wolkers in 1994.

 

In 1980 verhuist Jan Wolkers met zijn derde vrouw Karina en zijn twee kinderen Tom en Bob van Amsterdam naar het eiland Texel en blijft daar wonen. In 1981 krijgt Karina een tweeling. Wolkers heeft nu vier zonen.

 

Jan Wolkers is ook bekend geworden om zijn sculpturen en beeldhouwwerken. Vooral op Texel stak hij meer tijd in zijn kunstwerken. In onder meer Groningen, Amsterdam en Leiden zijn beeldhouwwerken en sculpturen van de kunstenaar te vinden. Zo staat in het Amsterdamse Wertheimpark het glazen Auschwitz-monument, dat een paar keer is vernield.

 

Ook andere kunst van Wolkers werd niet door iedereen gewaardeerd. Zo werd in 1997 de glassculptuur 'Vrouwen in verzet' in Oegstgeest vernield. Ook het in 1998 gemaakte glaskunstwerk 'Tot hiertoe en niet verder' in Texel werd in maart 2002 aan stukken geslagen. "Die agressie komt waarschijnlijk door het materiaal. In glas zie je jezelf weerspiegeld", aldus Jan Wolkers in 2003.

 

In oktober 2000 werd met een groot feest de 75-jarige verjaardag van Wolkers gevierd. Door Wolkers' literaire succes mag hij tot één van de grootste naoorlogse Nederlandse schrijvers worden gerekend. "De beschrijving van seksualiteit, onderdrukte erotiek en gulzige seks, wreedheid en tederheid - de vermenging van al die tegendelen is de kracht van Wolkers' oeuvre", stelde literair recensent Aleid Truijens.

 

Hij publiceerde in 2005 Boekenweekgeschenk Zomerhitte dat in 2007 wordt verfilmd door Monique van de Ven, die in de film Turks Fruit met Rutger Houwer de hoofdrol speelde. Daarna publiceerde hij nog enkele dichtbundels en dagboeken. Ook steunde hij in 2006 de verkiezingscampagne van de Partij voor de Dieren als lijstduwer.

 

"Schrijven heeft voor mij niets met erkenning te maken, ik móét het gewoon doen. Alles wat ik heb gepubliceerd, is uit noodzaak geschreven" zei Wolkers in 2002 in Trouw.

 

BRON: Trouw

  

DSC_3585

Thank you, Ronel for giving me permission to publish this photo

 

Roger & Kalki heading toward the stage at the beginning of the concert

 

You can read Ronel concert report here:

andrerieufan.com/2010/06/07/andre-rieu-29-may-2010-vienna...

De bank dankt zijn naam aan schrijver ,schilder Jacobus Johannes Cremer.Cremer ,een negentiende-eeuwse schrijver schilder en voordrachtskunstenaar (1827-1880Zijn grootste bekendheid dankte Cremer aan zijn inzet in de strijd tegen de kinderarbeid. Een bezoek aan een Leidse textielfabriek inspireerde Cremer tot zijn boek Fabriekskinderen., dat er er mede toe heeft bijgedragen dat de kinderarbeid werd afgeschaft (wet van Van Houten [1874] en Leerplichtwet [1901]).Cremer overleed aan een leverkwaal. Zijn wens om hem niet met een grafmonument maar met een bank op een mooie plaats in de natuur te gedenken werd vervuld. Nog steeds houdt de ‘Cremerbank’ in de Scheveningse Bosjes de gedachtenis aan hem levend.

 

bron

 

www.iisg.nl/bwsa/bios/cremer.html

 

www.monumentenzorgdenhaag.nl/monumenten/duinweg

Thank you, Ronel for giving me permission to publish this photo

 

Garry Bennett (Platin Tenor) & Kalki Schrijvers (Soprano Soloist), dancing & singing together

 

You can read Ronel concert report here:

andrerieufan.com/2010/06/07/andre-rieu-29-may-2010-vienna...

#Gay #Porn #Star nu voor maar: € 2,31 Bespaar: %50!

Uitgegeven door: #Chris #Johns

#eBook #bestseller #Free / #Giveaway #boekenwurm #ebookshop #schrijvers #boek #lezen #lezenisleuk #goedkoop #webwinkel

Bestel hem nu! www.boekshop.net/erotiek/83697-gay-porn-star.html

 

Waar ik vandaan kom?

uit alle talen

die ik spreken kan

Wie ik ben?Zwart ben ik.

‘Zwart als de diepte van Afrika’

Wat ik doe?

dronken lach ik de goden uit,

ach

Ik red me wel

denk in augustus

van alle Perzische druiven

die geen wijn mochten worden.

O.Badakhsani

www.writersunlimited.nl/deelnemer/ofran-badakhshani

frontpage.fok.nl/nieuws/814413/1/1/50/boze-turken-eisen-s...

#The #Cuckquean #Wife's #Hot #Summer #Fun nu voor maar: € 5,59 Bespaar: %50!

Uitgegeven door: #Serena #Synn

#eBook #bestseller #Free / #Giveaway #boekenwurm #ebookshop #schrijvers #boek #lezen #lezenisleuk #goedkoop #webwinkel

Bestel hem nu! www.boekshop.net/erotische-romans/86270-the-cuckquean-wif...

#Bent #Over #At #the #College #Party #(A #First #Anal #Sex #Erotica #Story #with #Double #Penetration) nu voor maar: € 5,59 Bespaar: %50!

Uitgegeven door: #Dp #Backhaus

#eBook #bestseller #Free / #Giveaway #boekenwurm #ebookshop #schrijvers #boek #lezen #lezenisleuk #goedkoop #webwinkel

Bestel hem nu! www.boekshop.net/erotische-romans/84575-bent-over-at-the-...

Charles van Wijk, Bon Ingen Housz, Schürmannfontein (1916)

Willem Schürmann (1877-1915) was een Rotterdamse schrijver en publiceerde onder andere de roman ‘De Berkelmans’ (1906) en het toneelstuk ‘De Violiers’ (1911). Schürmann was populair in een tijd dat cultuur in Rotterdam op een laag pitje stond. De stad was een eeuw geleden vooral in de ban van de explosief groeiende handel en haven. Daarnaast was er op bescheiden niveau aandacht voor variété, (volks)toneel en revue. Het werk van Schürmann sloot aan bij dit kleine beetje culturele belangstelling. Hij werkte niet alleen als schrijver, maar was tevens kleermaker, waardoor hij het Rotterdamse handelswereldje kende. Hierover liet hij zich uitermate kritisch uit in de familieroman ‘De Berkelmans’. Een jaar later publiceerde hij een familiedrama met een actueel tintje over de Rotterdamse haven gebaseerd op het leven van Lodewijk Pincoffs, de man die aan de wieg stond van de moderne Rotterdamse haven. Na Schürmanns vroege overlijden werd besloten een gedenkmonument op te richten. Sommigen wilden deze in de Grote Schouwburg vanwege zijn verdienste voor het toneel. Maar anderen gaven de voorkeur voor een grootser en meer openbaar huldeblijk. Het werd een fontein, die buiten in de stad staat (net zoals zijn publicaties over de stad gingen). Vier zuilen dragen een waterbassin waarboven zich een engeltje in brons bevond met een Melpomene masker (Melpomene is de muze van de tragedie, een verwijzing naar de serieuze kant van zijn schrijfsels). De randschrift vermeldt de titels van Schürmanns voornaamste werken: ‘De Berkelmans’, ‘Veertig’, ‘Paddenstoelen’ en ‘De Violiers’. De engel bleek vandalismegevoelig en is later vervangen door een fluitspeelster van de hand van beeldhouwer B. Ingen-Housz. Zij staat op vier spuitkoppen, die theatermaskers uit de Klassieke Oudheid voorstellen.

 

Charles van Wijk, Bon Ingen Housz, Schürmannfontein (1916)

Willem Schürmann (1877-1915) was a Rotterdam writer and published, among others, the novel 'De Berkelmans' (1906) and the play 'De Violiers' (1911). Schürmann was popular at a time when culture in Rotterdam was at a low level. A century ago, the city was mainly under the spell of the explosively growing trade and port. In addition, there was modest attention for variety shows, (popular) theater and revue. Schürmann's work matched this small amount of cultural interest. He not only worked as a writer, but was also a tailor, so he knew the Rotterdam trading world. He was extremely critical of this in the family novel 'De Berkelmans'. A year later he published a family drama with a current twist about the port of Rotterdam based on the life of Lodewijk Pincoffs, the man who founded the modern port of Rotterdam. After Schürmann's early death, it was decided to erect a memorial monument. Some wanted this in the Grote Theater because of its merits for the stage. But others preferred a grander and more public tribute. It became a fountain, which stands outside in the city (just as his publications were about the city). Four columns support a water basin above which was a bronze angel with a Melpomene mask (Melpomene is the muse of tragedy, a reference to the serious side of his writings). The edge writing mentions the titles of Schürmann's main works: 'De Berkelmans', 'Forty', 'Mushrooms' and 'De Violiers'. The angel turned out to be susceptible to vandalism and was later replaced by a female flute player by sculptor B. Ingen-Housz. She stands on four nozzles, which represent theater masks from Classical Antiquity.

 

Een groep nabestaanden van omgekomen Friese verzetsstrijders tijdens een naoorlogse vakantie in het vakantiehuis De Terrorist Jan Norg uit Harlingen, schrijver van o.a. Harlingen en de Tweede Wereldoorlog: van crisis tot wederopbouw (Harlingen 2005), heeft zijn herinneringen aan het verblijf op De Terrorist als volgt verwoord:

 

“Ik zit naast het bord keurig in overhemd met stropdas. Mijn moeder zit rechts van mij op de hoek. Links achter haar, de vrouw met zonnebril, is de directrice Tante Truus, Angenietje Kuipers. Tante Truus en ook haar assistentes waren tijdens de bezetting koerierster geweest. Helemaal links op de bovenste rij staat Tante Jannie, Jannie Hettinga, die haar jaren heeft geassisteerd. De in het stukje van mijn moeder in het Gastenboek (zie afbeelding) genoemde Jeltje was in 1949 al niet meer op De Terrorist werkzaam, ze staat dan ook niet op deze foto. De man met pet rechts van haar was Opa De Vries. Hij verrichtte allerlei klusje op De Terrorist. De zoon van Opa De Vries, was Bernard de Vries die op 13 juli 1944 in Achter de Hoven in Huizum bij de garage van het transportbedrijf De Jong is gearresteerd. Hij is op 18 augustus 1944 in het kamp Vught gefusilleerd. Links van de jongen onder Opa De Vries zit mijn zuster Aafke. Naast Tante Truus zit een dochter van Tante Hinke de Wit (zijzelf is de derde vrouw rechts van Opa De Vries). Ook zij kwam uit Harlingen. Haar man is samen met mijn vader in januari 1945 opgepakt en beiden zijn in Neuengamme om het leven gekomen. De Terrorist was eigendom van de Vereniging van Oud-KP’ers. Vanaf 1 januari 1948 konden de twee stichtingen Friesland en Sneek 1940 – 1945 het gebouw van hen huren voor het symbolische bedrag van f 1,-- per jaar. In de periode van 1946 tot en met 1953 konden per keer 25 vrouwen en kinderen twee weken vakantie houden op De Terrorist. In 1947 schrijft mijn moeder nog met dank aan de Friesche KP, die toen nog het huis beheerde. Verder schrijft ze over de rubberboot waarmee ze op zee ging. Dit was de rubberboot die Opa De Vries in zee had liggen op de plaats waar wij in de Noordzee mochten zwemmen. Hij hield ons dan in de gaten en als we volgens hem te ver zee ingingen blies hij op een grote hoorn. Toen wij begin september 1947 voor de eerste keer naar De Terrorist gingen was mijn moeder zo ziek en verzwakt dat wij na de eerste twee weken nog eens twee weken mochten blijven. Toen de nieuwe ploeg dan ook aankwam was mijn moeder blijkbaar al redelijk opgeknapt, want de dames van de nieuwe groep constateerden dat ze al aardig bruingebrand was. Ook ging het lopen alweer beter, je ziet hoe heilzaam een dergelijke vakantie was. Vooral de gesprekken die `s-avonds in de grote zaal werden gevoerd, waar de weduwen hun hart konden luchten heeft hen veel goed gedaan. Tot zover in eerste instantie mijn herinneringen aan De Terrorist. De Terrorist was voor ons een Geuzennaam waar wij trots op waren en de vakanties op De Terrorist waren een lichtpunt in het bestaan van de weduwen en hun kinderen waaraan wij altijd goede herinneringen hebben bewaard. Vandaar dat mijn moeder ook afsloot met ‘Leve De Terrorist’.”

 

Fries Fotoarchief: TWO1763

Collectie: Diverse externe fotocollecties

 

pindakaas

peanut butter

 

Boijmans Van Beuningen, Rotterdam

 

Wim T. Schippers is bij het grote publiek vooral bekend als maker van televisie, radio en theater, als schrijver en als beeldend kunstenaar. Als kunstenaar heeft Schippers heel wat spraakmakende werken afgeleverd, waarbij een periode lang etenswaren een grote rol speelden. In 1962 werd in Museum Fodor een roze pudding tentoongesteld die zo groot was dat bezoekers niet door die zaal naar de tuin konden lopen. Voor de tuinzaal had Schippers een expositie gemaakt van gevonden voorwerpen: onder andere een kindermatrasje, een tablet chocolade (Van Houten; daar werkte zijn vader als accountant), een pakje met ijshoorntjes, een bakje met geld en een geplastificeerde kool werden hier getoond. Ook waren twee vloersculpturen in Museum Fodor te zien. De ene zaal was volledig bestrooid met zout, terwijl een andere zaal helemaal vol lag met gebroken stukken vensterglas. Hier ontstond ook het idee voor de Pindakaasvloer. Voor een tentoonstelling in Galerie ’20 van Felix Valk (later Galerie Jaki Kornblitt) had Schippers een vloer van gekookte spinazie bedacht. De galeriehouder vond dit niet zo’n goed idee, waarop de kunstenaar andijvie voorstelde.

Ander werk met eten was een stoel die Schippers in 1965 bekleedde met bami uit blik. De bamistoel en een tafel met doperwtjes zijn op door hem georganiseerde Moderne Avonden op verschillende plaatsen in het land gemaakt. Ook zijn er groepen voedsel, naar een voorbeeld van Daniel Spoerri (bekend van onder andere zijn eat-art), bedacht.

 

De Pindakaasvloer is in 1969 voor het eerst uitgevoerd bij Galerie Mickery in Loenersloot en daarna onder meer tentoongesteld in een overzichtstentoonstelling van Wim T. Schippers in het Centraal Museum in Utrecht. Vanaf 5 maart zal de Pindakaasvloer dus te zien zijn in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Wim T. Schippers’ pindakaasinstallatie is een kunstwerk dat op verschillende manieren uit te voeren valt. Zo zal de vloersculptuur in Museum Boijmans Van Beuningen, in tegenstelling tot eerdere keren, niet helemaal vierkant zijn.

  

Wim T. Schippers is best known among the general public as a producer of television, radio and theatre, as a writer and as a visual artist. Schippers has produced many controversial works of art, including a long period when food played a major part in his oeuvre. In 1962 Museum Fodor exhibited a pink pudding which was so big that visitors could not walk through the gallery to the garden. For the museum’s garden room Schippers created a presentation of objets trouvés, including a child’s mattress, a slab of chocolate (from the Van Houten factory, where his father worked as an accountant), a packet of ice-cream cones, a container of money and a plasticised lump of coal. The Museum Fodor presentation included two floor sculptures – one gallery was completely covered in salt while another was filled with broken pieces of sheet glass – and it was here that the concept for the ‘Peanut-Butter Platform’ originated. Schippers conceived a floor of cooked spinach for an exhibition at Felix Valk’s Gallery ’20 (the later Galerie Jaki Kornblitt), but the gallery owner did not think this was such a good idea, whereupon Schippers proposed using endives instead.

Other works that employed food include a chair which Schippers ‘upholstered’ with chow mein noodles in 1965. The noodle chair and a table with garden peas were created during the ‘Modern Evenings’ that he organised at various locations throughout the Netherlands. Schippers also conceived ‘food groupings’ for these events, following the example of Daniel Spoerri, who was famous for his ‘eat-art’.

 

The ‘Peanut-Butter Platform’ was first realised in 1969 at Gallery Mickery in Loenersloot, the Netherlands, and was later included in a Wim T. Schippers retrospective at the Centraal Museum in Utrecht. From March 5th the ‘Peanut-Butter Platform’ can be seen at Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Wim T. Schippers’ peanut butter installation is a work which can be realised in different ways, and at Museum Boijmans Van Beuningen, in contrast to other realisations, the floor sculpture will not be perfectly square.

#Spanking #Smut #2 nu voor maar: € 5,59 Bespaar: %50!

Uitgegeven door: #Jennie #May

#eBook #bestseller #Free / #Giveaway #boekenwurm #ebookshop #schrijvers #boek #lezen #lezenisleuk #goedkoop #webwinkel

Bestel hem nu! www.boekshop.net/erotische-romans/85843-spanking-smut-2.html

2 4 5 6 7 ••• 79 80