View allAll Photos Tagged modder
Having fun losing my wellies in mud and getting my socks filthy. Left my wellies in the end
Heerlijk mijn laarzen verliezen in de modder en mijn sokken lekker smerig gemaakt. Uiteindelijk mijn laarzen lekker achtergelaten
I was running around in Solstheim, Dragonborn. The crashiest DLC to be sure. But then I kept checking Papyrus logging. Since I'm on Flickr and not the Nexus, I'm going to say something. The following is definitely not the author of BeeingFemale's guilty pleasure. Though it is this mod's script errors, and it was giving me CTDs.
There are awesome modders on the NEXUS that leave the DUMBEST stickies that they'll ignore anyone with Papyus errors. Always trust Papyrus. Again, this isn't what milzschnitte does.
I used that mod for ages, I'm just ranting :D
Why? Because every single time I removed the offending mod, the crashes stopped. "But Papyrus doesn't always log, but my mod's not to blame it's your fault, wahhwahhwahh."
Two of the most important mod authors ever rely on that.
I'm not going to name them. It's obnoxious though.
And I better get some sleep, because I'm feeling cranky again D:
Missie bereidt (zonder genoeg subsidie) weg voor Bestuur
„Uskop” Cremers ploetert door oerwouden en modderwoestijnen
(Van onze speciale verslaggever)
ENAROTALI, Nieuw-Guinea
UIT de verte klonk het eentonig gezang, dat de kleine Kapaukus V zingen op hun reizen. „Ijaiuo" zong een enkele stem en een koor viel in „Awo". Wij luisterden, pastoor Steltenpool en ik in de pastorie van Oegapoega naar de voortdurend herhaalde woorden, die door de wind over de Kamoe-vlakte naar ons toe werden gedragen. Plotseling begonnen de Papoea's te blaffen als honden die een kat hebben gezien. „Dat is mgr Cremers", riep de missionaris en wij liepen naar buiten. Joelend snelden onze vrienden, de Kapaukus, de „uskop" tegemoet. Hun aartsvijanden de Moni hadden monseigneur een varken gegeven; de Kapaukus wilden hem door hun geblaf tonen hoe welkom hij was. Weldra marcheerde een rijzige, tengere figuur het erf van de missiepost op. Dat was de apostolisch prefect van Hollandia, al te mager, om zijn mond de tekenen van een hevige malaria-aanval. Hij kwam terug van een vergeefse tocht naar de Mapia-rivier, naar Modio, waar de „Lange Smits", pater Engelbert uit Terborg op drie dagreizen afstand van zijn buurman de eenzaamste der eenzame missionarissen is. Een ongeoefendfman trekt niet ongestraft door het verschrikkelijke land van Nieuw-Guinea, door de zuigende modder en over de barre bergen. Mgr Cremers had zijn missionarissen aan het Tigi-meer bezocht; hij was in Koegapa geweest en het was te veel gevrdagd van een man, die meer wilskracht heeft dan physieke kracht. Misschien was het beter geweest als hij na het bezoek aan Oegapoega naar Enarotali was teruggekeerd, maar hij wilde zien hoe het ging met de jonge pastoor Smits, die soms een half jaar lang geen blank gezicht ziet.
---
Uitstapje door een park
Blaffend sprongen de Kapaukus om de "uskop" heen, zwaaiend met hun pijlen. De zwarte ogen fonkelden en de veren dreigden los te schieten uit het kroeshaar. Mgr Cremers zag lachend toe. Malaria en vermoeienissen waren reeds vergeten en er was enkel nog de teleurstelling dat hij Modio niet had bereikt, maar ziek was geworden op één dagreis voor het doel. Maar wat voor een dagreis! Pastoor Smits, de ervaren loper, die geregeld «aar de Zuidkust trekt om provisie te halen, en die langs steile bergwanden is voortgekropen zonder naar beneden te durven kijken in de afgrond onder zijn voeten, huiverde even toen hij vertelde hoe hij was verdwaald op zoek naar de monseigneur. De missionarissen sparen zich niet, dacht ik toen ik het verhaal hoorde. „Is het erger dan de weg van hier naar Obano?" vroeg ik. Pater Smits noemde die tocht een uitstapje door een park. > Ik herinnerde de uitdrukking van leedvermaak op het gezicht van controleur Raphael den Haan toen ik die reis van Obano aan het Paniai-meer naar Oegapoega begon. „Hoeveel kilometers zijn het?" vroeg ik. „Het aantal kilometers telt niet", zei hij, „het gaat om de kwaliteit van de Kilometertjes". Zo waren wij op weg gegaan. Vrolijk liepen de Kapaukus door de Deken en de modder heen op hun blote voeten. Vrolijk wipten zij over de zware boomstammen die op de helling van de Ogieidimi lagen. Hun kromme tenen grepen zich vast in het gladde hout. Langzaam steeg het pad omhoog, soms door het bed van een bergbeek die pas enkele maanden door een bandjir was gemaakt. Men ging diep door het water want snel leerde men dat men van de dikke keien afgleed. ~Ipa" zei de Kapauku achter .me elke keer als ik viel, „Ik heb met je te doen!" En een vuil handje werd me toegestoken om me overeind te helpen. Men vervloekt deze beken, omdat men nog niet wijs genoeg is ze te zegenen.
---
Door de doornen
DAN kruipt men steil omhoog; de Kapaukus gebruikten hun handen niet eens. Pastoor Steltenpool, even ervaren, keek soms even om om' te zien hoe zijn gast het maakte. Ik trok me naar boven langs de boomwortels, langs een «wirwar van wortels. Soms schoten de benen weg tussen 'n paar wortels door en men hing machteloos boven een diep gat. Men werd bevrijd door de Papoea's die hun Pakken droegen met een vrolijkheid alsof zij naar een varkensfeest gingen. Plotseling begonnen zij te zingen, een improvisatie over de dikke toean, die niet lopen kan. Ik vervloekte weldra de Wortels, omdat ik niet wist dat er erger dingen bestonden. De tropische regens hadden diepe modderkuilen in het pad achtergelaten. Het was alsof de schoenen van je voeten werden gezogen en je kroop voort langs de rand van het pad, grijpend naar elk houvast, naar iedere struik. En elke struik had zijn scherpe doornen. Je viel en je greep maar in de doornen, di£ je niet kan loslaten, want je zou tien meter diep over de scherpe stenen zijn weggegleden. „Ipa" zei de Kapauku achter je. En steeds steeg je naar boven door het schemerdonker van het oerwoud onder de maolrtige bomen, twintig, dertig meter hoog. Een paar keer kwamen we enkele Papoea's tegen. Sommigen, die geen contact met blanken hadden gehad, schoten van het pad af en bleven achter een boom staan, totdat de vreemde gasten weer waren verdwenen. Plotseling hoorde ik de stilte. Zelfs de Kapaukus zongen niet meer. Ook zij werden moe, dacht ik. Er was geen vogel die floot; het ruisen van de bladeren of van het water in de beekjes waren de enige geluiden en soms het ongeduldige geknor van het varken dat werd meegedragen, gebonden aan zijn stok. Soms zag men door de bomen een stuk blauwe lucht, eindeloos ver weg, verder dan men de hemel ooit heeft gezien. Maar er was niet veel tijd om naar boven te kijken. Ik moest uitkijken om een plaats te vinden voor iedere voetstap en om tegelijkertijd de doornige struiken te vermij-
VOOR HULP aan de MISSIE Katholiek Actie Comité Nieuw-Guinea K.A.N.G. - WEERT Gironummer 606600
den. Daar was de beklemmende stilte van het oerwoud, maar ik voelde ze meer dan ik ze hoorde. En daar was het jagende hart ongewoon aan deze inspanning, deze klimpartij die zelfs de Kapaukus deed zwijgen. Dat dacht ik althans. Maar toen er iets ritselde in het struikgewas, gooiden allen hun lasten neer en stormden op het geluid af. Er was geen spoor van vermoeidheid meer en een gejuich steeg op toen een van hen de ongelukkige rat ving, die te laat was weggevlucht. „Dat wordt een feest vanavond ', zei de pastoor. En weldra klonk weer het dragerslied „Ijawo" en het antwoord: „Awo" en achter me hoorde ik mijn makker, de Kapauku, die me telkens'opraapte, zijn „Ipa" murmelen.
---
Door de beken
WIJ waren over de top heen. Hier en daar versperden de verongelukte prauwen van de Kapaukus de weg. Zij hadden boomstammen op een hoogte van 2000 meter uitgehold en geprobeerd ze naar beneden te slepen. Een enkele maal lukt dit, maar het pad is bezaaid met boten, die tegen een rots geslagen en gebarsten zijn. Nu begon ik de bergbeek te zegenen. Acht en dertig maal waadden wij er doorheen en soms konden wij haar een honderd meter volgen. En de voeten waren dankbaar voor htt harde kiezelbed waarop zij houvast hadden. Later lag de eerste berg achter ons. Nu gingen wij door de moerassen van de Kamoe. Wij liepen door gras dat hoger was dan de lange pastooi Steltenpool en dat scherp langs de benen striemde zodat men begon terug te verlangen naaide bergpaden En eindelijk' zakte ik uitgeput neer terwijl de pastoor en de Kapaukus de tent begonnen te bouwen. Anders loopt hij in één dag van Obano naar Oegapoega. Nu rieden wij er twee dagen over en de Kapaukus maakten zich vrolijk over de rijke toean uit Soerabaja. uit het buitenland, die een armzalig loper bleek te zijn. Van „Ipa" was er weinig in hun ogen te bespeuren. Daags daarna had ik echter mijn wraak. De dragers bleven staan op een plaats waar de weg splitste Beide paden voerden naar Oegapoega maar het kortste liep door een gebied vol kwaadaardige geesten ■ Het andere voerde over een berg en was een grote omweg. „Ik ga voorop", zei pastoor Steltenpool, dan kan je niets gebeuren". Na enige aarzeling overwonnen een paar Papoea's hun vrees, maar een zei in het Kapaukus: „Je kunt me nog meer vertellen en hij koos de lange weg over de bergen, hij en drie of vier anderen. „Ipa", zei ik en ze lachten niet eens. Een uur later waren we in Oegapoega. „Een uitstapje door een park" noemde pater Smits deze tocht. Hij had gelijk wat hemzelf en de andere missionarissen betreft. De beginneling verslijt een paar zware schoenen in een paar weken; een sterke broek sneuvelt soms op de eerste reis over de bergen. Maar men leert. De pastoors huppelen niet met de lichtvoetigheid der Kapaukus. maar zij leggen afstanden af waarvoor de spótlustige papoea alle eerbied heeft. En mgr Cremers liep voortgedreven door wilskracht. „Vlug", riep hij eens tot een Kapauku en deze antwoordde:. „Je zegt wel vlug, maar je bent de. langzaamste van allemaal". Maar gestaag ging hij voort; hij klom over bomen en ratsen en zwoegde door de modder en alleen zijn blijdschap dat de reis achter de rug u-as toen wij weer in Enarotali. waren. Verried hoe zwaar zij hem was gevallen. Hij kende het leven van zijn missionarissen 1
---
PRESIDENT EISENHOWER „Plannen van Moskou zijn niet veranderd”
NEW VORK, 22 Oct. (Reuter). — „Er vallen geen tekenen van echte verandering te bespeuren in de nog steeds agressieve plannen van Moskou en Peking, ondanks de herhaalde malen uitgesproken wens om de spanningen te verminderen en de vrede te verstevigen". Dit verklaarde president Eisénhower in New Vork ter gelegenheid van 't driehonderdjarig beitaan van de Joodse gemeenschappen in de Verenigde Staten. De „ontzagwekkende macht" van de vrije Wereld vormde echtei een machtige afschrikking voor oorlog en het „opgelegde communistische stelsel" zou deze macht nooit kunnen evenaren, aldus de president.
---
Het vliegtuig komt
ELkE Zaterdagmorgen strijkt de Catalina van de Marine neer op het Paniai-meer. Aan de steiger van Enarotali wachten de heren van het bestuur, de zendelingen en pastoor Seesink, omgeven door de eeuwige lijfgardes van Kapaukus. Weldra wordt de vracht aan land gebracht, 200 kilo voor de Missie, 200 kilo voor <le Zending, een (luizend kilo voor het bestuur. Pastoor sorteert de post, de grote stapel Volkskranten voor Oegapoega, andere bladen en tijdschriften voor pater Kiimnierer in Koe gapa in het land der Monis, voor pastoor Keizer te Kpauto aan het ïagc-ineer en pastoor Boersma aan het Tigi-meer. Hij verdeelt de goede dingen die overste Van de Westelaken uit Biak heeft opgestuurd, de blikjes vlees, een pakje shag soms of een doosje kralen. Dan tuft de prauw van de Missie, de trots van pastoor Seesink, over het Paniai-meer naar Obano of de rivier de Jawe pp. Hoog rijst de indrukwekkende Dejai op achter het eiland dat de controleur eens hoopte te bevolken met geiten. Maar de moeders en vaders van de toekomstige geitenstammen werden dooide Kapaukus gevangen en opgegeten. Men landt aan de overkant van het meer op de oever van de rivier. Soms is er een missionaris die is gekomen om zijn goederen in ontvangst te nemen. Soms worden zij door trouwe Kapaukus naar hun bestemming gedragen door het oerwoud en de modderwoestijn. Maar elke kilo moet langs deze paden, die zelfs voor de zekervoetige ezel of muilezel te gevaarlijk zijn, op een mensenrug worden vervoerd, dagreizen ver. En denken de missionarissen aan de barre inspanning die deze tochten hun kosten? Neen, zij hebben andere zorgen. Mgr Cremers, die de armoede van zijn priesters heeft gezien, vraagt zich af hoelang hij nfig over de 20 duizend gulden beschikken kan. die de opvoer van Biak naar Enarotali ieder iaar kost. Overste Van de Westelaken v-raast zich af hoe hij de schamele goederen uij elkaar moet krijgen. Pastoor Seesink tobt over de schelpen en kralen waarmee hij de dragers moet betalen en over vele andere dingen. „Weer geen bijlen", zegt pastoor Steltenpool teleurgesteld als hij zijn nieuwe zending inspecteert en hij betreurt de kansen die verloren gaan. „Weer geen onderwijsmateriaal", denkt zuster Carla Holla uit Well, die de kinderen aan het Tage-meer leert lezen en schrfjven. Neen, de' reizen zijn de minste moeilijkheid. De Missie doet prachtig werk, zegt men in bestuurskringen in Hollandia. Zij bereidt de weg voor voor het bestuur. Maar voor elk stukje subsidie moet mgr Cremers vechten, zó vechten dat een reis langs de meren een welkome afwisseling is. MATHIEU SMEDTS
---
Nederzetting in het hart van Nieuw-Guinea
DE bestuurs- en missiepost van Enarotali aan het Paniai-meer in het hart van Nieuw-Guinea. Op d. voorgrond onze speciale verslaggever Mathieu Smedts.
---
Another Protoform custom - his head is a casting I made from a Fallen head and addded some "wing" modifications to make it look more like Nemesis. He's a base of metallic black, with dark blue metallic accents and bright blue detailing (for his 'glowing' blue sections.)
He has swappable right arms - hand, cannon, and dark saber attachments.