View allAll Photos Tagged Ravelijn

Stevensweert is een oud vestingstadje op een eiland tussen twee Maasarmen. De vesting is in 1633 – tijdens de Tachtigjarige Oorlog - door de Spanjaarden tot vestingstad omgebouwd.

 

Om Stevensweert werd een aarden vestingwal met zeven bastions en vijf ravelijnen aangelegd. Stevensweert heeft tot op heden zijn zevenhoekige omtrek en geometrische stratenpatroon behouden.

 

De originele vestingwal bestaat niet meer. In 2007 werd begonnen met de reconstructie van een klein deel van de vestingwerken aan de hand van historisch kaartmateriaal van een bastion, ravelijn en bijbehorende gracht noordzijde van Stevensweert.

 

Thanks for visit and comments

Please no

Invited Images of a group within comments

 

Please no photos or logo

   

UIT WIKIPEDIA: Bourtange (Gronings: Boertange, verouderd De Betang) is een vestingdorp met aangrenzende moderne kom in de Nederlandse provincie Groningen, dat tussen 1580 en 1593 tijdens de Nederlandse Opstand is aangelegd. Bourtange ligt in de gemeente Westerwolde, in de gelijknamige streek. Het dorp is een beschermd stadsgezicht. Ten noordwesten van de vesting ligt de rest van de kom van de stad.

 

Tussen 1811 en 1821 was Bourtange een zelfstandige gemeente, waartoe in het beginjaar ook Ter Apel, Onstwedde, Sellingen, Vlagtwedde en Wedde behoorden. De eerste maire was Paulus Eckringa. In 1811 werden Vlagtwedde en Onstwedde afgesplitst. In 1821 ging Bourtange op in de gemeente Vlagtwedde, die in 2018 opging in de nieuwe gemeente Westerwolde.

 

Ontstaan en groei

Bourtange was oorspronkelijk een strategisch gelegen dekzandrug of tange die Westerwolde verbond met het Duitse achterland.

 

De naam de Burtange (1530), op die Bertaing (1573), up Buertange (1584), op d'Boirtange (1593) of Bourtange (1612), soms verbasterd tot Bretaigne, verwijst naar de dekzandrug en is verwant met het woord tonge in landtong.[2][3] Het Middelnederduitse woord (hus)tangen verwijst bovendien naar twee rijen funderingspalen, waartussen het fundament van een woning wordt opgericht. Het zou daarom gaan om een smalle landtong die was ingeklemd tussen de moerassen.[2] Het voorvoegsel boer- zou kunnen betekenen dat er een bo(er), dat is een huis of schuur op de landtong was gebouwd. In Westerwolde duidt het woord boer echter vooral op het gemeenschappelijk bezit van de inwoners. Het woord boertange daarom te vergelijken met woorden als boermande, boermarke en boerveen.[3]

 

Op Gerard Mercators kaart De Frisia occidentalis uit 1598 staat het hele gebied aangegeven als Op die Bertaing, een groote heyde.[4]

 

Het smalle karrenspoor over de landtong liep door het Bourtangermoeras en was alleen in het zomerseizoen en bij vorst toegankelijk. Het pad moest geregeld worden versterkt met takkenbossen, heideplaggen en ander materiaal. Deze route (de Westerwoldinger weghe genoemd) maakte deel uit van de in 1457 ontworpen handelsroute tussen Groningen en Westfalen.[5][6] Hij stond in verbinding met de Friese straatweg op de hoge, westelijke Eemsoever, die vanuit Emden via Rheine naar het zuiden liep. Het onderhoud van het karrenspoor was een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de inwoners, die daarvoor geregeld moesten komen opdraven. Parallel aan deze route werd na 1483 een kanaal tussen de Westerwoldse Aa en de Eems gegraven (de Oude Gracht), dat echter vanwege geldgebrek en technische problemen niet voltooid werd.

 

Om de route te beveiligen en invallen vanuit het Duitse achterland tegen te gaan, besloot de Groningse stadhouder Karel van Egmond in 1530 hier een blokhuis (een klein fort) te bouwen. Of dit plan daadwerkelijk gerealiseerd is, is onbekend. In de beginjaren van de Nederlandse Opstand, namelijk in 1570, werden er opnieuw militairen gelegerd.[7]

 

In 1580 werd hier in enkele dagen een compleet fort gebouwd. De stad Groningen was toen onder leiding van stadhouder Rennenberg overgelopen naar het kamp van de Spaanse koning. Om de bevoorrading vanuit het Duitse achterland te blokkeren gaf Willem van Oranje daarom opdracht aan de overste Diederik Sonoy op de Bourtange een schans aan te leggen.[8] De zogenoemde Snoeyschans was een versterking met vijf bolwerken, die echter wegens geld- en materiaalgebrek niet tijdig voltooid kon worden.[9] In augustus werden de Staatse troepen onder leiding van graaf Filips van Hohenlohe verslagen, waarna de bezetting van de schans door Spaanse troepen werd verjaagd.

 

De passage over de Bourtange bleef in de daaropvolgende jaren verschoond van het meeste oorlogsgeweld. Juli 1581 verhinderden bewapende inwoners uit Bellingwolde en het Oldambt dat plunderende Spaanse ruiters via Bourtange naar de Ommelanden zouden trekken; het jaar daarop trokken plunderende troepen wel over de Burtange. De Groningers maakten vanaf 1584 een nieuw plan voor een kanaalverbinding via Bourtange naar Heede, het Spaansche Diep, dat opnieuw onvoltooid bleef. De resten daarvan waren nog in de 19e eeuw zichtbaar. Op een kaart van Cornelius Adgerus uit 1587 staat de voerwech oder wagenpadt over den Buretanggen nae Reede voor het eerst getekend.[10]

 

In april 1593 bezetten Staatse troepen de passage door het moeras. De eerder begonnen schans werd nu in opdracht van stadhouder Willem Lodewijk van Nassau voltooid.[8] De belangrijkste vestingbouwmeester die bij het project betrokken was, was de Friese ingenieur Pauwel Symonsz uit Bolsward.[9] In 1594 werd ook de stad Groningen door de Staatse troepen veroverd, waarna de vesting Bourtange onderdeel werd van de grensverdediging van de drie noordelijke provincies Groningen, Friesland en Drenthe.

 

De vesting viel onder het gezag van de Staten van Friesland, die ook de predikant, de schoolmeester en andere beambten benoemde. De stad Groningen, die het gezag over Westerwolde uitoefende, had alleen iets over het buitengebied van de vesting te zeggen. Al snel na de bouw vestigden zich ook burgers binnen de vesting. Ten minste in 1597 had de vesting een eigen veldpredikant. Na de bouw van een garnizoenskerk in 1607 ontstond er een kerkelijke gemeente, die onder het gezag van de classis Oldambt viel.[11]

 

De vesting werd onder andere in 1665 tijdens de Eerste Münsterse Oorlog verbeterd en opnieuw tijdens de Tweede Münsterse Oorlog in 1672, toen Bernhard von Galen de stad Groningen belegerde. Om de watertoevoer naar de vesting te garanderen werd aanvankelijk de Sellingersloot – later Moddermansdiep genoemd – gegraven. Omstreeks 1672 werd tevens in de Ruiten Aa een dam van rijshout - de Rijsdam - aangelegd, die ervoor moest zorgen dat de omgeving van de vesting onder water bleef staan. In 1742 bereikte de vesting de grootste omvang. Aan de oostzijde kwamen tussen de half bastions van het kroonwerk twee ravelijnen en het glacis werd afgegraven.[8] Opvallend aan de vesting is de vijfhoekige vorm. De veertien lindebomen op het marktplein markeren de zijden van het middelste pentagon.[12]

 

In 1704 werd een nieuw kruitmagazijn gebouwd met een bijzondere constructie. Het dak ligt los op de muren, zodat bij een explosie het gehele gebouw niet uit elkaar zou spatten. Enkel het dak zou weggeblazen worden. Voorheen bestond een kruitmagazijn uit meters dikke muren en dito dak.

 

Nog in 1796 werd ten oosten van de lijn Bourtange-Abeltjeshuis een nieuwe verdedigingslinie aangelegd

 

Het buitengebied van de vesting werd voornamelijk als weide- en hooiland gebruikt. Ook werd er turf gestoken. In 1653 sloten de bewoners van Bourtange een verdrag met de eigenerfden van Wollinghuizen, waardoor een deel van de marke van Wollinghuizen aan die van Bourtange werd toegevoegd. In 1813 waren er 34 gerechtigden, die ieder twee koeien en een stuk jongvee in de marke mochten laten weiden. De marke, die ruim 400 hectare groot was, werd ten slotte in 1851 onder de 57 gerechtigden verdeeld.

 

Als tuingrond waren aanvankelijk alleen delen van de bolwerken voorhanden. Vanaf 1738 ook akkertjes, tuinen en hooiveldjes aan de westkant van de vesting aangelegd, omringd door houtwallen. Het eerste huis dat buiten de vesting werd gebouwd, was het Abeltjeshuis, een herberg uit 1724, die later de Münstersche Herberg werd genoemd. Op de plek van het huidige Plathuis verrees in 1738 een herberg, die aanvankelijk de Vriesche Herberg werd genoemd. Na de ontmanteling van de vesting in 1851 verrezen ook elders huizen.

sony hx20v

Castle Ravelijn, de Efteling

De stad Heusden omringd door aarden wallen, bastions, grachten en ravelijnen, zag er in de 16e eeuw al uit zoals ze er nu nog altijd grotendeels uit ziet.

Heusden is gelegen aan de Bergsche Maas.

 

Heusden's history began around the year 1200 with the establishment of an urban settlement beside the River Maas. Its heyday was the construction of the fortifications: from the end of the 16th century Heusden was a garrison town accommodating thousands of soldiers.

Dutch defence -

 

Willemstad is one of the most strategically located fortified towns of Willem van Oranje. Willemstad is one big monument. Take a city walk through the fortress and over the ramparts, visit the Mauritshuis, go shopping, come cycling, walk or shoot.

 

The original name of Willemstad is Ruigenhil. From 1584 the name Willemstad was used, in honor of the William of Orange murdered in that year.

Flal, Emsland-wandeltocht

 

Ontstaan en groei.

In 1580, tijdens de Nederlandse Opstand, volgde de stad Groningen de noordelijke stadhouder Rennenberg in zijn keuze voor Spanje. De stad werd toen bevoorraad vanuit Duitsland, via een weg op de zandrug (tange) die door het Bourtangermoeras voerde.

Om deze bevoorradingsweg te blokkeren gaf Willem van Oranje aan de overste Diderick van Sonoy opdracht op de weg een schans aan te leggen. Na zijn dood werd het werk voortgezet door Willems opvolger en neef Willem Lodewijk van Nassau (de oudste zoon van zijn broer Jan VI de Oude). In 1594 werd de stad Groningen heroverd en werd de vesting Bourtange onderdeel van de grensverdediging van de drie noordelijke provincies Groningen, Friesland en Drenthe.

De vesting werd onder andere in 1665 tijdens de Eerste Münsterse Oorlog verbeterd, en in 1672, tijdens de Tweede Münsterse Oorlog toen Bernhard von Galen Groningen aanviel.

In 1704 werd een nieuw “kruithuis” gebouwd met een bijzondere constructie. Het dak ligt los op de muren, zodat bij een explosie het gehele gebouw niet uit elkaar zou spatten. Enkel het dak zou weggeblazen worden. Voorheen bestond een kruitmagazijn uit meters dikke muren en dito dak.

Door de vestiging van burgers kreeg Bourtange de status van een vesting. In 1742 bereikte de vesting de grootste omvang. Aan de oostzijde kwamen tussen de half bastions van het kroonwerk twee ravelijnen en het glacis werd afgegraven.

Opvallend aan de Vesting Bourtange is de vorm, namelijk een vijfhoek. De 14 lindebomen op het marktplein zijn oorspronkelijk geplaatst langs de zijden van het middelste pentagon.

Bron; Wikipedia.

 

Naarden is een Nederlandse vestingstad welke tot op heden is omgeven door een dubbele ring van wallen, bastions, ravelijnen, en grachten. De huidige vestingwerken waren in 1685 gereed, en in de 19e eeuw sterk verbeterd met verschillende onderaardse kazernes en kazematten.

Dutch defence -

 

In 1874, Willemstad became the center of the Defense Line of the Hollandsch Diep and the Volkerak. It was to protect Holland against troops who wanted to cross the Hollandsch Diep from Brabant and close the access for ships to the Hollandsch Diep. The fortress has bastions, soldiers' houses, a barracks, gunpowder warehouses and bunkers.

Naarden is een Nederlandse vestingstad welke tot op heden is omgeven door een dubbele ring van wallen, bastions, ravelijnen, en grachten. De huidige vestingwerken waren in 1685 gereed, en in de 19e eeuw sterk verbeterd met verschillende onderaardse kazernes en kazematten.

 

Dit is de woning bestemd voor de wachter die de brug over de voorgracht buiten de Utrechtse poort bediende. Gebouwd in 1898.

UIT WIKIPEDIA: Bourtange (Gronings: Boertange, verouderd De Betang) is een vestingdorp met aangrenzende moderne kom in de Nederlandse provincie Groningen, dat tussen 1580 en 1593 tijdens de Nederlandse Opstand is aangelegd. Bourtange ligt in de gemeente Westerwolde, in de gelijknamige streek. Het dorp is een beschermd stadsgezicht. Ten noordwesten van de vesting ligt de rest van de kom van de stad.

 

Tussen 1811 en 1821 was Bourtange een zelfstandige gemeente, waartoe in het beginjaar ook Ter Apel, Onstwedde, Sellingen, Vlagtwedde en Wedde behoorden. De eerste maire was Paulus Eckringa. In 1811 werden Vlagtwedde en Onstwedde afgesplitst. In 1821 ging Bourtange op in de gemeente Vlagtwedde, die in 2018 opging in de nieuwe gemeente Westerwolde.

 

Ontstaan en groei

Bourtange was oorspronkelijk een strategisch gelegen dekzandrug of tange die Westerwolde verbond met het Duitse achterland.

 

De naam de Burtange (1530), op die Bertaing (1573), up Buertange (1584), op d'Boirtange (1593) of Bourtange (1612), soms verbasterd tot Bretaigne, verwijst naar de dekzandrug en is verwant met het woord tonge in landtong.[2][3] Het Middelnederduitse woord (hus)tangen verwijst bovendien naar twee rijen funderingspalen, waartussen het fundament van een woning wordt opgericht. Het zou daarom gaan om een smalle landtong die was ingeklemd tussen de moerassen.[2] Het voorvoegsel boer- zou kunnen betekenen dat er een bo(er), dat is een huis of schuur op de landtong was gebouwd. In Westerwolde duidt het woord boer echter vooral op het gemeenschappelijk bezit van de inwoners. Het woord boertange daarom te vergelijken met woorden als boermande, boermarke en boerveen.[3]

 

Op Gerard Mercators kaart De Frisia occidentalis uit 1598 staat het hele gebied aangegeven als Op die Bertaing, een groote heyde.[4]

 

Het smalle karrenspoor over de landtong liep door het Bourtangermoeras en was alleen in het zomerseizoen en bij vorst toegankelijk. Het pad moest geregeld worden versterkt met takkenbossen, heideplaggen en ander materiaal. Deze route (de Westerwoldinger weghe genoemd) maakte deel uit van de in 1457 ontworpen handelsroute tussen Groningen en Westfalen.[5][6] Hij stond in verbinding met de Friese straatweg op de hoge, westelijke Eemsoever, die vanuit Emden via Rheine naar het zuiden liep. Het onderhoud van het karrenspoor was een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de inwoners, die daarvoor geregeld moesten komen opdraven. Parallel aan deze route werd na 1483 een kanaal tussen de Westerwoldse Aa en de Eems gegraven (de Oude Gracht), dat echter vanwege geldgebrek en technische problemen niet voltooid werd.

 

Om de route te beveiligen en invallen vanuit het Duitse achterland tegen te gaan, besloot de Groningse stadhouder Karel van Egmond in 1530 hier een blokhuis (een klein fort) te bouwen. Of dit plan daadwerkelijk gerealiseerd is, is onbekend. In de beginjaren van de Nederlandse Opstand, namelijk in 1570, werden er opnieuw militairen gelegerd.[7]

 

In 1580 werd hier in enkele dagen een compleet fort gebouwd. De stad Groningen was toen onder leiding van stadhouder Rennenberg overgelopen naar het kamp van de Spaanse koning. Om de bevoorrading vanuit het Duitse achterland te blokkeren gaf Willem van Oranje daarom opdracht aan de overste Diederik Sonoy op de Bourtange een schans aan te leggen.[8] De zogenoemde Snoeyschans was een versterking met vijf bolwerken, die echter wegens geld- en materiaalgebrek niet tijdig voltooid kon worden.[9] In augustus werden de Staatse troepen onder leiding van graaf Filips van Hohenlohe verslagen, waarna de bezetting van de schans door Spaanse troepen werd verjaagd.

 

De passage over de Bourtange bleef in de daaropvolgende jaren verschoond van het meeste oorlogsgeweld. Juli 1581 verhinderden bewapende inwoners uit Bellingwolde en het Oldambt dat plunderende Spaanse ruiters via Bourtange naar de Ommelanden zouden trekken; het jaar daarop trokken plunderende troepen wel over de Burtange. De Groningers maakten vanaf 1584 een nieuw plan voor een kanaalverbinding via Bourtange naar Heede, het Spaansche Diep, dat opnieuw onvoltooid bleef. De resten daarvan waren nog in de 19e eeuw zichtbaar. Op een kaart van Cornelius Adgerus uit 1587 staat de voerwech oder wagenpadt over den Buretanggen nae Reede voor het eerst getekend.[10]

 

In april 1593 bezetten Staatse troepen de passage door het moeras. De eerder begonnen schans werd nu in opdracht van stadhouder Willem Lodewijk van Nassau voltooid.[8] De belangrijkste vestingbouwmeester die bij het project betrokken was, was de Friese ingenieur Pauwel Symonsz uit Bolsward.[9] In 1594 werd ook de stad Groningen door de Staatse troepen veroverd, waarna de vesting Bourtange onderdeel werd van de grensverdediging van de drie noordelijke provincies Groningen, Friesland en Drenthe.

 

De vesting viel onder het gezag van de Staten van Friesland, die ook de predikant, de schoolmeester en andere beambten benoemde. De stad Groningen, die het gezag over Westerwolde uitoefende, had alleen iets over het buitengebied van de vesting te zeggen. Al snel na de bouw vestigden zich ook burgers binnen de vesting. Ten minste in 1597 had de vesting een eigen veldpredikant. Na de bouw van een garnizoenskerk in 1607 ontstond er een kerkelijke gemeente, die onder het gezag van de classis Oldambt viel.[11]

 

De vesting werd onder andere in 1665 tijdens de Eerste Münsterse Oorlog verbeterd en opnieuw tijdens de Tweede Münsterse Oorlog in 1672, toen Bernhard von Galen de stad Groningen belegerde. Om de watertoevoer naar de vesting te garanderen werd aanvankelijk de Sellingersloot – later Moddermansdiep genoemd – gegraven. Omstreeks 1672 werd tevens in de Ruiten Aa een dam van rijshout - de Rijsdam - aangelegd, die ervoor moest zorgen dat de omgeving van de vesting onder water bleef staan. In 1742 bereikte de vesting de grootste omvang. Aan de oostzijde kwamen tussen de half bastions van het kroonwerk twee ravelijnen en het glacis werd afgegraven.[8] Opvallend aan de vesting is de vijfhoekige vorm. De veertien lindebomen op het marktplein markeren de zijden van het middelste pentagon.[12]

 

In 1704 werd een nieuw kruitmagazijn gebouwd met een bijzondere constructie. Het dak ligt los op de muren, zodat bij een explosie het gehele gebouw niet uit elkaar zou spatten. Enkel het dak zou weggeblazen worden. Voorheen bestond een kruitmagazijn uit meters dikke muren en dito dak.

 

Nog in 1796 werd ten oosten van de lijn Bourtange-Abeltjeshuis een nieuwe verdedigingslinie aangelegd

 

Het buitengebied van de vesting werd voornamelijk als weide- en hooiland gebruikt. Ook werd er turf gestoken. In 1653 sloten de bewoners van Bourtange een verdrag met de eigenerfden van Wollinghuizen, waardoor een deel van de marke van Wollinghuizen aan die van Bourtange werd toegevoegd. In 1813 waren er 34 gerechtigden, die ieder twee koeien en een stuk jongvee in de marke mochten laten weiden. De marke, die ruim 400 hectare groot was, werd ten slotte in 1851 onder de 57 gerechtigden verdeeld.

 

Als tuingrond waren aanvankelijk alleen delen van de bolwerken voorhanden. Vanaf 1738 ook akkertjes, tuinen en hooiveldjes aan de westkant van de vesting aangelegd, omringd door houtwallen. Het eerste huis dat buiten de vesting werd gebouwd, was het Abeltjeshuis, een herberg uit 1724, die later de Münstersche Herberg werd genoemd. Op de plek van het huidige Plathuis verrees in 1738 een herberg, die aanvankelijk de Vriesche Herberg werd genoemd. Na de ontmanteling van de vesting in 1851 verrezen ook elders huizen.

Floating bridge, Bergen op Zoom

Kunstwerk "Ravelijn" bij de Keldermanspoort in Hulst/ Artwork "Ravelijn" at the Keldermanspoort in Hulst

Ravelijn Oranje-Promers ligt in de vestinggracht aan de zuidoostkant van de vesting, voor de Utrechtse Poort, halverwege de courtine tussen bastions Oranje en Promers. Het ravelijn is altijd met de vesting verbonden geweest en had aanvankelijk geen gebouwen. De oorspronkelijke inrichting bestond uit een aarden borstwering met daarachter een walgang en in de punt van het ravelijn een open geschutemplacement. Als onderdeel van de vernieuwing van de vesting werd het ravelijn in 1877-'79 opnieuw ingericht. Er kwamen twee bomvrije wachthuizen, naast elkaar gelegen aan weerskanten van het ravelijn. De ongedekte voorgevels zijn naar de vesting gekeerd.

Fort de Roovere is onderdeel van de West Brabantse Waterlinie. Vanaf 1628 heeft deze waterlinie weerstand geboden aan meerdere Europese legers. De forten Moermont, Pinssen, de Roovere en Henricus, Halsters Laag, de Liniewal en het Ravelijn vormden samen de verdedigingslinie. Fort de Roovere is onlangs in ere hersteld. Langs de aarden wallen en grachten zijn mooie wandelroutes uitgezet.

Ravelijn Oranje-Promers ligt in de vestinggracht aan de zuidoostkant van de vesting, voor de Utrechtse Poort, halverwege de courtine tussen bastions Oranje en Promers. Het ravelijn is altijd met de vesting verbonden geweest en had aanvankelijk geen gebouwen. De oorspronkelijke inrichting bestond uit een aarden borstwering met daarachter een walgang en in de punt van het ravelijn een open geschutemplacement. Als onderdeel van de vernieuwing van de vesting werd het ravelijn in 1877-'79 opnieuw ingericht. Er kwamen twee bomvrije wachthuizen, naast elkaar gelegen aan weerskanten van het ravelijn. De ongedekte voorgevels zijn naar de vesting gekeerd. In de punt van het ravelijn werd een gebogen borstwering aangelegd met de vuurlijn op 5,7 m. Achter borstwering kwamen vijf open geschutemplacementen, zijdelings gedekt door traversen. Achter de emplacementen langs liep een walgang die vanaf het middenterrein bereikbaar was via twee tussen de wachthuizen doorlopende opritten. De gebogen borstwering met de daarachter gelegen geschutemplacementen en traversen zijn bij een recente restauratie van het ravelijn hersteld. Omdat de wegverbinding tussen het ravelijn en de Utrechtse Poort tijdens een belg zou worden verbroken, werd in de naar de vesting gekeerde zijde van het ravelijn een aanlegplaats voor vaartuigen gemaakt. Hiervoor werd de bekledingsmuur over een lengte van tien meter verwijderd.

Heusden is een gerestaureerde vestingstad in de Nederlandse gemeente Heusden, gelegen aan de Bergsche Maas. Het telt momenteel 1500 inwoners (2007). In 1968 is begonnen met het in oude stijl restaureren van de vestingstad Heusden. Dit grootscheepse restauratieproject loopt al veertig jaar. In deze tijd is veel bereikt, maar de restauratie gaat nog altijd door.

  

Heusden bike is a restored fortress city in the Dutch town of Heusden, located on the Bergsche Maas It currently has 1500 inhabitants (2007). In 1968 started with the old style restoration of the fortified town of Heusden.

De stad kreeg in 1318 stadsrechten, maar verschillende bronnen vermelden ook andere jaren. Al in het jaar 1210 wordt van een kerk te Heusden melding gemaakt. Heusden was een van de eerste Nederlandse steden met een stadsmuur en werd gebouwd op de strategische grens tussen Brabant, Holland en Gelre. Jacob Kemp ontwierp aan het einde van de 16e eeuw een moderne omwalling volgens Oud Nederlands vestingstelsel. Later werd deze uitgebreid tot de huidige vorm. De vesting heeft vele oorlogen meegemaakt, en lange tijd wist men niet hoe de vestingwerken gerestaureerd moesten worden. Later besloot men dat er een restauratie volgens de kaart van Blaeu uit 1649 moest uitgevoerd worden, inclusief de soms onhandige indelingen.

 

Heusden heeft - na de restauratie van 1978 - negen bastions, zes ravelijnen, een beschermend eilandje en een natte gracht. Op enkele bastions staan molens en torens. Verder was Heusden ook de geboorteplaats van Gisbertus Voetius (1589-1676).

Naarden is een Nederlandse vestingstad welke tot op heden is omgeven door een dubbele ring van wallen, bastions, ravelijnen, en grachten. De huidige vestingwerken waren in 1685 gereed, en in de 19e eeuw sterk verbeterd met verschillende onderaardse kazernes en kazematten.

UIT WIKIPEDIA; Bourtange (Gronings: Boertange, verouderd De Betang) is een vestingdorp met aangrenzende moderne kom in de Nederlandse provincie Groningen, dat tussen 1580 en 1593 tijdens de Nederlandse Opstand is aangelegd. Bourtange ligt in de gemeente Westerwolde, in de gelijknamige streek. Het dorp is een beschermd stadsgezicht. Ten noordwesten van de vesting ligt de rest van de kom van de stad.

 

Tussen 1811 en 1821 was Bourtange een zelfstandige gemeente, waartoe in het beginjaar ook Ter Apel, Onstwedde, Sellingen, Vlagtwedde en Wedde behoorden. De eerste maire was Paulus Eckringa. In 1811 werden Vlagtwedde en Onstwedde afgesplitst. In 1821 ging Bourtange op in de gemeente Vlagtwedde, die in 2018 opging in de nieuwe gemeente Westerwolde.

 

Ontstaan en groei

Bourtange was oorspronkelijk een strategisch gelegen dekzandrug of tange die Westerwolde verbond met het Duitse achterland.

 

De naam de Burtange (1530), op die Bertaing (1573), up Buertange (1584), op d'Boirtange (1593) of Bourtange (1612), soms verbasterd tot Bretaigne, verwijst naar de dekzandrug en is verwant met het woord tonge in landtong.[2][3] Het Middelnederduitse woord (hus)tangen verwijst bovendien naar twee rijen funderingspalen, waartussen het fundament van een woning wordt opgericht. Het zou daarom gaan om een smalle landtong die was ingeklemd tussen de moerassen.[2] Het voorvoegsel boer- zou kunnen betekenen dat er een bo(er), dat is een huis of schuur op de landtong was gebouwd. In Westerwolde duidt het woord boer echter vooral op het gemeenschappelijk bezit van de inwoners. Het woord boertange daarom te vergelijken met woorden als boermande, boermarke en boerveen.[3]

 

Op Gerard Mercators kaart De Frisia occidentalis uit 1598 staat het hele gebied aangegeven als Op die Bertaing, een groote heyde.[4]

 

Het smalle karrenspoor over de landtong liep door het Bourtangermoeras en was alleen in het zomerseizoen en bij vorst toegankelijk. Het pad moest geregeld worden versterkt met takkenbossen, heideplaggen en ander materiaal. Deze route (de Westerwoldinger weghe genoemd) maakte deel uit van de in 1457 ontworpen handelsroute tussen Groningen en Westfalen.[5][6] Hij stond in verbinding met de Friese straatweg op de hoge, westelijke Eemsoever, die vanuit Emden via Rheine naar het zuiden liep. Het onderhoud van het karrenspoor was een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de inwoners, die daarvoor geregeld moesten komen opdraven. Parallel aan deze route werd na 1483 een kanaal tussen de Westerwoldse Aa en de Eems gegraven (de Oude Gracht), dat echter vanwege geldgebrek en technische problemen niet voltooid werd.

 

Om de route te beveiligen en invallen vanuit het Duitse achterland tegen te gaan, besloot de Groningse stadhouder Karel van Egmond in 1530 hier een blokhuis (een klein fort) te bouwen. Of dit plan daadwerkelijk gerealiseerd is, is onbekend. In de beginjaren van de Nederlandse Opstand, namelijk in 1570, werden er opnieuw militairen gelegerd.[7]

 

In 1580 werd hier in enkele dagen een compleet fort gebouwd. De stad Groningen was toen onder leiding van stadhouder Rennenberg overgelopen naar het kamp van de Spaanse koning. Om de bevoorrading vanuit het Duitse achterland te blokkeren gaf Willem van Oranje daarom opdracht aan de overste Diederik Sonoy op de Bourtange een schans aan te leggen.[8] De zogenoemde Snoeyschans was een versterking met vijf bolwerken, die echter wegens geld- en materiaalgebrek niet tijdig voltooid kon worden.[9] In augustus werden de Staatse troepen onder leiding van graaf Filips van Hohenlohe verslagen, waarna de bezetting van de schans door Spaanse troepen werd verjaagd.

 

De passage over de Bourtange bleef in de daaropvolgende jaren verschoond van het meeste oorlogsgeweld. Juli 1581 verhinderden bewapende inwoners uit Bellingwolde en het Oldambt dat plunderende Spaanse ruiters via Bourtange naar de Ommelanden zouden trekken; het jaar daarop trokken plunderende troepen wel over de Burtange. De Groningers maakten vanaf 1584 een nieuw plan voor een kanaalverbinding via Bourtange naar Heede, het Spaansche Diep, dat opnieuw onvoltooid bleef. De resten daarvan waren nog in de 19e eeuw zichtbaar. Op een kaart van Cornelius Adgerus uit 1587 staat de voerwech oder wagenpadt over den Buretanggen nae Reede voor het eerst getekend.[10]

 

In april 1593 bezetten Staatse troepen de passage door het moeras. De eerder begonnen schans werd nu in opdracht van stadhouder Willem Lodewijk van Nassau voltooid.[8] De belangrijkste vestingbouwmeester die bij het project betrokken was, was de Friese ingenieur Pauwel Symonsz uit Bolsward.[9] In 1594 werd ook de stad Groningen door de Staatse troepen veroverd, waarna de vesting Bourtange onderdeel werd van de grensverdediging van de drie noordelijke provincies Groningen, Friesland en Drenthe.

 

De vesting viel onder het gezag van de Staten van Friesland, die ook de predikant, de schoolmeester en andere beambten benoemde. De stad Groningen, die het gezag over Westerwolde uitoefende, had alleen iets over het buitengebied van de vesting te zeggen. Al snel na de bouw vestigden zich ook burgers binnen de vesting. Ten minste in 1597 had de vesting een eigen veldpredikant. Na de bouw van een garnizoenskerk in 1607 ontstond er een kerkelijke gemeente, die onder het gezag van de classis Oldambt viel.[11]

 

De vesting werd onder andere in 1665 tijdens de Eerste Münsterse Oorlog verbeterd en opnieuw tijdens de Tweede Münsterse Oorlog in 1672, toen Bernhard von Galen de stad Groningen belegerde. Om de watertoevoer naar de vesting te garanderen werd aanvankelijk de Sellingersloot – later Moddermansdiep genoemd – gegraven. Omstreeks 1672 werd tevens in de Ruiten Aa een dam van rijshout - de Rijsdam - aangelegd, die ervoor moest zorgen dat de omgeving van de vesting onder water bleef staan. In 1742 bereikte de vesting de grootste omvang. Aan de oostzijde kwamen tussen de half bastions van het kroonwerk twee ravelijnen en het glacis werd afgegraven.[8] Opvallend aan de vesting is de vijfhoekige vorm. De veertien lindebomen op het marktplein markeren de zijden van het middelste pentagon.[12]

 

In 1704 werd een nieuw kruitmagazijn gebouwd met een bijzondere constructie. Het dak ligt los op de muren, zodat bij een explosie het gehele gebouw niet uit elkaar zou spatten. Enkel het dak zou weggeblazen worden. Voorheen bestond een kruitmagazijn uit meters dikke muren en dito dak.

 

Nog in 1796 werd ten oosten van de lijn Bourtange-Abeltjeshuis een nieuwe verdedigingslinie aangelegd

 

Het buitengebied van de vesting werd voornamelijk als weide- en hooiland gebruikt. Ook werd er turf gestoken. In 1653 sloten de bewoners van Bourtange een verdrag met de eigenerfden van Wollinghuizen, waardoor een deel van de marke van Wollinghuizen aan die van Bourtange werd toegevoegd. In 1813 waren er 34 gerechtigden, die ieder twee koeien en een stuk jongvee in de marke mochten laten weiden. De marke, die ruim 400 hectare groot was, werd ten slotte in 1851 onder de 57 gerechtigden verdeeld.

 

Als tuingrond waren aanvankelijk alleen delen van de bolwerken voorhanden. Vanaf 1738 ook akkertjes, tuinen en hooiveldjes aan de westkant van de vesting aangelegd, omringd door houtwallen. Het eerste huis dat buiten de vesting werd gebouwd, was het Abeltjeshuis, een herberg uit 1724, die later de Münstersche Herberg werd genoemd. Op de plek van het huidige Plathuis verrees in 1738 een herberg, die aanvankelijk de Vriesche Herberg werd genoemd. Na de ontmanteling van de vesting in 1851 verrezen ook elders huizen.

anaglyph red/cyan stereo

D7000 12-24 hyper-stereo

Het laatst overgebleven deel van de vestingwerken van Bergen op Zoom, ontworpen door Menno van Coehoorn.

Lage Fronten Maastricht

Bergen op Zoom, Netherlands

Kazemat ravelijn a; bastion B, and Elisa

Dutch defence -

 

The section includes: the former land gate with ravelin the inner dike courtesy and the bastion "Overijssel". the outer dike bastions of Groningen and Gelderland. the moat with 2 stone bears the small canal the harbor dam. The former Landpoort. The former Landpoort is situated in the courtine between the bastions Friesland and Overijssel. The passage consists of simple upright walls. On the courtine, on either side of the gate are 2 cannons dating from the beginning of the 19th century. In front of the Landpoort in the fortress moat, a ravelin, both facets of which still have an ascending slope.

Oostelijk deel van de Gorinchemse vestingwerken.

 

Ravelin 2 in the eastern part of de Dutch city of Gorinchem.

Zicht vanuit de vesting Heusden.

Bergen op Zoom, Netherlands

anaglyph stereo red/cyan

D7000 cha-cha 18-200

Dutch fortified city -

 

The outer canal is bordered by an outer canal. Landpoort-northwestern bear section. The section includes: the former land gate with ravelin the inner dike courtesy and the bastion "Overijssel". the outer dike bastions of Groningen and Gelderland. the moat with 2 stone bears the small canal the harbor dam. The former Landpoort. The former Landpoort is situated in the courtine between the bastions Friesland and Overijssel. The passage consists of simple upright walls. On the courtine, on either side of the gate are 2 cannons dating from the beginning of the 19th century. In front of the Landpoort in the fortress moat, a ravelin, both facets of which still have an ascending slope.

Dutch defence -

 

The soldiers were housed in a guest house and with the civilians. These had soldiers' houses in their gardens and were paid for the bill. Only in 1748 was a barracks built, in which 800 men could be housed.

 

The two city gates, called Landpoort and Waterpoort , gave access to the town. They were demolished in 1918 and 1872 respectively. There were also gunpowder warehouses.

52 Weeks Project

 

A Christmas morning walk along the Weespertrekvaart in Diemen as last « 52-Week Selfie »...

Location" Venserkade, Diemen (NL)

Coordinates: 52°20'20.7"N 4°57'13.9"E (Google Maps)

Reason: Christmas Day 2025. Both Mehdi and me had to work in the afternoon/evening but we wanted to have sunny morning walk together around the Weespertrekvaart.

Weespertrekvaart Selfies: Used this location before:

2017 19/52 Kiss My Airs

2018 24/52 Weespertrekvaart

2025 52-Weeks Summary:

In 2025 9 out of 52 selfportraits were made "stretched arm" (25%). 5 out of 52 were made by my Samsung A72 or S25 smartphone.

In 2025 48% of all selfportraits were made outside the Netherlands (22 in France, 2 in Czech Republic, 1 in Italy, 1 in the UK and 1 in Germany).

In total 39 (75%) were made "solo" (only myself in the picture) and Mehdi is visible in 12 (23%) Three out of 52 selfies were made indoors of which this year only 1 at home.

The average temperature when I took a selfportrait was 15.6° C. Lowest temperature was -8° C and warmest 36° C. Three photos were taken with temperatures of 30° or more and 4 below 0° C.

The average number of attempts for one successful self-portrait is 7.7 (maximum was 19 per photo).

Weather: Sunny, -3° C

To Listen : Jjos & Manu Lopez - Memories From The Past (Relax Chillout Music) (Youtube)

Selfie Attempts: 2

Self-portrait technics: Camera on a Sirui carbon tripod with selftimer on 10 seconds.

 

2026 I will continue with this "52-Weeks Selfportrait project. Year 18 already.

76-93-MS

Ravelijn, De Klomp

Dutch landscape -

 

The West Brabant Waterline was constructed in 1627 by the States of Zeeland and South Holland to protect the then important route from Middelburg to Dordrecht against attacks by the Spaniards. The line comprised the cities of Bergen op Zoom and Steenbergen, and a number of forts, including the most important fort, Fort de Roovere, and was the first landscape defense project in which inundation was used as a defensive strategy. Inundation is the underwater setting of the landscape so that armies can no longer travel through the landscape with their equipment.

Dutch defence -

 

A bastion or bulwark is a structure projecting outward from the curtain wall of a fortification, most commonly angular in shape and positioned at the corners. The fully developed bastion consists of two faces and two flanks with fire from the flanks being able to protect the curtain wall and also the adjacent bastions. It is one element in the style of fortification dominant from the mid 16th to mid 19th centuries. Bastion fortifications offered a greater degree of passive resistance and more scope for ranged defense in the age of gunpowder artillery compared with the medieval fortifications they replaced.

Dutch fortified city -

 

After walking a few meters further we came across the completely renovated Oostbeer (with monk). And a little further is an old mill where we walked past the ramparts towards Bastion Groningen.

This Bastion Groningen was completely refurbished a few years ago. It contains a shelter from 1915, two artillery beds for a 24 cm cannon iron, a gunpowder magazine from 1884 and a battery station in which the data from a distance meter outside the ramparts were processed. And there is also a consumption magazine annex shelter next to both beds.

Such a 24 cm cannon (there would have been four in Willemstad) can still be seen at the army museum in Delft (branch on the Paardemarkt). This is a very large 24 cm L25 cannon with window spout and a hydraulic braking device.

Flames and roar by the multi headed Draconicon Dragon. The visitors cheer when after some herioc fighting with huge flames and intense roar the multi headed dragon becomes silent. It also marks the end of a spectecular show and performance with horses and birds of prey. Kids are very impressed, they could even feel the heat of the flames.

 

---

Ravelijn (Est. 2011) - it's a theater performance of 20 minutes for an audience of 1200 people with impressive performances by all those part of the show.

 

Photo April 2014, Efteling (May 31, 1952) after 62 years in time.

 

---

Details

Efteling - Raveleijn

Efteling (Est. 1952) - one of the oldest theme parks in the world. A very popular full-sized fantasy-themed amusement park with many attractions and a wide array of amusement rides that reflect elements from ancient myths and legends, fairy tales, fables, and folklore.

 

Info: en.wikipedia.org/wiki/Efteling.

  

---

Photo - Richard Poppelaars.

© About Pixels Photography: #AboutPixels / #show #dragon #Raveleijn #Marerijk #Efteling in #Kaatsheuvel #Netherlands

 

Published at - Flickr - Google Photos and Maps

Dutch defence -

 

The bastion Groningen, located to the east of the harbor entrance, has steep faces and flanks, with water-retaining brickwork cladding walls. There are two shelters dating from 1884 on the bastion. The main rampart south of the bastion has been breached for a path to the marina projected in the moat. In this wall opposite the Achterstraat a ammunition warehouse. The bastion Gelderland located in the harbor mouth has steep facen and flanks. The right flank is provided with cladding walls. On the bastion one with German bunkers. The courtine located to the east of the bastion is also equipped with German bunkers. In the courtine at the height of the bear, an accommodation dating from 1884.

Dutch defence -

 

In contrast to typical late medieval towers, bastions (apart from early examples) were flat sided rather than curved. This eliminated dead ground making it possible for the defenders to fire upon any point directly in front of the bastion.

 

Bastions also cover a larger area than most towers. This allows more cannons to be mounted and provided enough space for the crews to operate them.

 

Surviving examples of bastions are usually faced with masonry. Unlike the wall of a tower this was just a retaining wall; cannonballs were expected to pass through this and be absorbed by a greater thickness of hard-packed earth or rubble behind. The top of the bastion was exposed to enemy fire, and normally would not be faced with masonry as cannonballs hitting the surface would scatter lethal stone shards among the defenders.

Omschrijving:

Militair Object

Gedeelte omwalling

4285 ZA, Woudrichem, Noord Brabant

Bouwjaar: 1815

Architect: Adriaan Anthonisz. van Alkmaar

Rijksmonument nummer: 39590

=====

De omwalling, ontworpen door Adriaan Anthonisz. van Alkmaar, bestaat uit een hoge waterkerende muur aan de rivierzijde (Rijkswal) enkele bastions in de gedaante van een rentrant op de zuidhoeken, en ravelijns in de oostelijke en de zuidelijke gracht. Tegenover het zuidoostelijke bastion een inlaatsluis, gebouwd in 1815, met twee stalen waaierdeuren uit 1911.

(bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

=====

Aan de overzijde van de rivier is tussen de bomen door nog net het Slot Loevestein zichtbaar.

Dutch defence -

 

In 1598 the fortress on the harbor side was reinforced according to plans by Johan van Rijswijck . These provided for the construction of two bastions outside the dykes. Seven strongholds were thus created. [1] Around 1700, these were named after the Seven Provinces . When the Twelve Years' Truce was finished in 1621 and the war was resumed, the fortress was also upgraded. These works lasted until 1627 .

Dutch defence -

 

An (anti) tank wall or rampart is a military defense in the form of a wall that is so thick and high that tanks and armored vehicles cannot pass it. Tank walls are usually built from concrete .

Dutch defence -

 

The history of the fortifications begins with the conquest of Parma , who advanced from the south and in 1583 also got hold of nearby Steenbergen . In order to stop this advance, Willem van Oranje ordered Abraham Andrieszn in the same year to strengthen the village of Ruigenhil, to keep the Brabant and the Holland power current , which meant that shipping routes through the Hollandsch Diep could be made this way. protected. The reinforcement consisted of a regular hexagon of canals and ramparts around the already existing village. Five bastions arrived. The port entrance was at the site of the sixth. This was protected with deviating defenses, the so-called squint quarter . Thus it happened that the village of the Ruigenhille, which is now nicknamed wort Wilmstadt, is being soldly restored according to the patterns of Abraham Andriesz ingeniair daer aff . In 1586 the fortress was already mapped by surveyor Symon Damass van Dueren . The influence of Adriaen Anthonisz , to which the fortifications are often attributed, does not start until 1587 . However, he restored the already existing fortress and added only minor changes.

1 3 4 5 6 7 ••• 28 29