View allAll Photos Tagged HBL

Tijdens het korte bezoekje in juli 2003 aan het industriële netwerk van de HBL in Noordoost-Frankrijk troffen wij meerdere van de eigen Alsthom BB's in actie. Helaas wel vaak onder slechte lichtomstandigheden.

 

Zo troffen wij op het baanvak tussen de Freijming-Merlebach en Carling een paar kolentreinen bestaande uit interne kolenwagons. Deze treinen pendelden tussen de kolenwasserij in Freijming-Merlebach en ofwel de cokesfabriek ofwel de kolen centrale 'Emile Hutchet' in Carling.

 

Een van die kolentreinen werd gereden door VFLI's BB13.

 

1 juli 2003 (negatief)

Manoeuvre de refoulement sur le faisceau de la cokerie de Carling, avec la BB 41 qui porte encore sa livrée HBL.

 

- Carling, le 22 avril 2004 à 15h25 -

Een zicht de andere kant op waar de 62432 met zijn speciale trein zijn weg vervolgt over de interne lijn. Links op de voorgrond de wagenwerkplaats, rechts de kolenmijn en links op de achtergrond de wasserij met ertussen de SNCF-hoofdlijn.

De volgende dag besteedde we wat aandacht aan de pendeltrein tussen de mijn van Merlebach en de stortplaats voor afvalgesteente net buiten Merlebach. Net als de dag daarvoor werden deze ritten gereden door VFLI's BB50.

 

Fabrikant Brissonneau & Lotz bouwde deze locomotief in 1960 voor het industriële netwerk van de HBNPC. Voor de groupe Valenciennes reed ze daar onder nummer 21. Per 10 januari 1985 werd ze overgenomen door de HBL en kwam ze naar de Lorraine. De HBL gaf haar het nummer BB 50.

 

Op deze foto rijdt de BB50 met haar lege trein het terrein van de mijn van Merlebach op. De achtergrond wordt gedomineerd door de mijnschacht van Cuvelette. Een mooi symbool uit het tijdperk van de winning van kolen in de Franse Lorraine.

 

2 juli 2003 (negatief)

Na de sluiting van laatste kolenmijnen in de Lorraine in 2004 verloor het netwerk van de HBL een groot deel van haar aantrekkingskracht. Toch bezochten we haar nog twee maal.

 

Op de terugweg van een vakantie in Italië reden we einde zomer 2006 nog even langs de werkplaats van VFLI in Petite-Roselle.

 

Naast de loods stond in een rijtje schroot een lok waarvan ik erg blij was die nog eens te treffen: de bruine ex NS 2501. Oftewel de SNCF 62501.

 

Achter haar staat een Frans strijkijzer, vermoedelijk de BB 12083. Daarachter VFLI's BB46 en de BB08.

 

Helemaal achteraan staat nog meer materieel, veelal ik betere staat dan dit rijtje. Onder ander de 62430 is daar te zien in haar witte Fertis jasje.

 

14 september 2006 (negatief)

Departing rwy 26 operating flight BMS132 to OTP.

 

With Blue Air from Jun-17 to Oct-22 when it became PH-HBL for Transavia.

Ook de 62424 zou nog dienst gaan doen voor werktreinen bij de LGV Est. In juli 2003 stond ze voor de werkplaats van VFLI in Petite-Roselle waar de lok eerst nog een revisie zou ondergaan. Haar vertrouwde geel-grijze jasje zou ze daarbij inruilen voor de wit-grijze kleuren van Fertis zou krijgen.

 

Samen met de 62413 en 62454 zou de 62424 nog een aantal leuke omzwervingen maken.

 

Na de werken aan de LGV Est werd dit trio ingezet bij de kolencentrale van EDF in Bouchain. Vanaf het overgaveemplacement Lourches-Nord trokken ze kolentreinen door de losinstallatie. Alles geheel op eigen terrein van EDF.

 

Daarna werd dit trio naar het Belgische Raeren gebracht. Ze zouden daar een revisie krijgen in opdracht van een spoorwegbedrijf in Afrika. Dat ging dan weer niet door en de loks leken bij het faillissement van Rails et Traction in Raeren aan hun lot overgelaten.

 

Gelukkig vonden ze uiteindelijk een nieuw thuis in Nederland; de 62424 bij de SGB in Goes.

 

1 juli 2003 (negatief)

A view of my shiny bits illuminated by the setting sun.

Bij HBL waren de Alst(h)om BB's dus al bekend, maar de grootste aantallen reden bij ons als serie 2400/2500. In 1990 werden 46 stuks (waarvan 2 als plukloc) verkocht aan de SNCF als tractie voor bouwtreinen op nieuwe hogesnelheidslijnen. Zo keerde een flink deel van de serie terug naar het geboorteland. Na diverse omzwervingen door Frankrijk waren de lopende projecten afgerond en waren de locs niet meer nodig. Een handvol is gesloopt, maar het grootste deel werd naar het noorden gehaald om gestald te worden op het VFLI/HBL-netwerk, waar men dus wel raad wist met deze machines. VFLI ontfermde zich over de groep. Twaalf locs werden opgeknapt en in VFLI-kleuren gebracht om, doorverhuurd aan Fertis, te helpen bij de aanleg van de HSL Est. Twee locs werden verkocht aan Lafarge en een paar ex 2400-en werd door VFLI gebruikt hier in de regio.

 

Ten tijde van deze opname stonden de locs die vermoedelijk waren geselecteerd voor de revisie voor Fertis, opgesteld naast de wagenwerkplaats van Freyming-Merlebach. Vooraan zien we de ex NS 2518 en 2430, alle locs nog in de NS-kleuren waarin ze bij de SNCF gereden hadden. Merk trouwens het typisch Franse lichtsein op dat vlak voor het stootjuk staat.... ongetwijfeld was dit spoor vroeger een doorgaand ()hoofd)spoor - waarschijnlijk dan een aansluiting op de SNCF-lijn.

 

De niet gereviseerde 2400-en zijn voor zover bekend allemaal in de loop van de tijd gesloopt te Morsbach. Na afloop van de HSL Est aanleg waren ook die twaalf locs overcompleet. Drie stuks (2413, 2424 en 2454) zijn ingezet bij een kolencentrale en zijn van daar terecht gekomen in Raeren, waarvan er inmiddels twee terug in Nederland zijn. De 2454 bij de gelijknamige 'crew' en de 2424 bij de SGB. Geruchten zijn dat ook de 2413 verkocht is en wel aan een eparticulier in Enschede, maar meer weet ik daar niet over. Van de overige negen zijn er vijf teruggegaan naar Petite Roselle, waarvan de 2412 naar Nederland teruggegaan is (VSM, die ook al de 2459 had teruggehaald en de 2530 had bewaard). De overige vier (2403, 2414, 2418 en 2430) zijn vermoedelijk snel gesloopt, er is in elk geval geen spoor meer van terug te vinden. Ook een van de vier locs die aanvankelijk is achtergebleven (de 2518) is hoogstwaarschijnlijk gesloopt. Dan resteren er nog drie (2432, 2439 en 2502), die nog altijd staan weg te roesten in de buurt van Parijs. Samen met de twee Lafarge locs (2411 en 2425) zijn er dus nog zeker vijf 2400-en in Frankrijk aanwezig. Om het lijstje compleet te maken bezit het NSM nog de 2498.

 

Op deze foto is ook goed het mijncomplex te zien, met tussen de bomen ook nog net een stukje SNCF-loc op de SNCF-hoofdlijn. Ten overvloede, maar niet minder bizar, tegenwoordig is hier alles dus verdwenen uitgezonderd de hoofdlijn en de loopbrug vanwaar de foto genomen is..... Het terrein op de voorgrond is nu een woonwagenkamp.

Het mijnafval van de wasserij van de steenkoolmijn van Freyming-Merlebach werd met een pendeltreintje vervoerd naar een nabijgelegen stortpunt. Hier zien we de Alst(h)om BB07 met dit treintje op weg naar het lospunt aftakken van de de interne lijn van de HBL/VFLI, die hier op de voorgrond loopt. Achter mijn rug de SNCF-hoofdlijn en de emplacementen van Freymong-Merlebach. De interne lijn liep er met een brug overheen om aan te sluiten nabij het punt bij l'Hôptial van een paar foto's terug. Achter de trein lag vroeger ook weer ern kleinere mijn, die weer met een lijn was aangesloten die over die heen ging waar de trein hier op rijdt.

 

Situatie nu: www.google.nl/maps/@49.1514916,6.7915086,3a,75y,77.81h,90...

 

HBL BB50, Freyming-Merlebach, Septembre 1999.

(Photo argentique scannée)

 

Deux Brissonneaux des Houillères du Bassin de Lorraine (HBL) stationnent près du puit de mine de Freyming-Merlebach en Septembre 1999. Le puit de Freyming-Merlebach a fermé ses portes en 2003, et toutes ces installations ont été rasées depuis.

1966 Volvo 1800 S.

Met de voormalige cokesfabriek van Carling op de achtergrond zien we de BB08 en BB04 van VFLI eveneens van hun middagpauze genieten nabij het seinhuis.

 

De BB04 werd door Alsthom op 28 december 1955 aan de Houillers du Bassin de Lorraine (HBL) geleverd. De BB08 volgde op 30 januari 1962. Beiden werden destijds toegewezen aan het HBL depot Sarre et Moselle, welke gelegen is op het terrein van de cokesfabriek en chemische complexen van Carling. De loks bleven het netwerk van de HBL trouw, ook na overname door SNCF dochter VFLI op 16 november 2001.

 

Helaas zouden ze door de sluiting van de kolenmijnen en de cokesfabriek een aantal jaar later dan toch overbodig worden. Aannemelijk zijn beiden inmiddels gesloopt.

 

12 mei 2003 (negatief)

De SNCF serie 62400 zou een laatste maal voor werktreinen ingezet worden bij de aanleg van de LGV Est.

 

In afwachting van die inzet werd in het najaar van 2001 de gehele serie alvast overgebracht van Miramas en Avignon naar het VFLI netwerk van de HBL in noordoost Frankrijk. Een vertrouwde plek voor de Alsthom BB's aangezien de HBL zelf dit type locomotief ook bezit.

 

Uiteindelijk zouden maar 12 locomotieven nodig zijn voor werktreinen bij de LGV Est. In de VFLI / HBL werkplaats van Petite Roselle kregen deze 12 een revisie en een nieuwe frisse kleurstelling.

 

Toevallig ook de beide locomotieven die deze rijtjes aanvoeren zouden tot die 12 behoren; de 62518 en 62430.

Samen met wat soortgenoten wachten ze op wat komen gaat.

 

Inmiddels is zo ongeveer alles wat op deze foto te zien is gesloopt; de locomotieven, het spoor, de mijninstallaties van Freyming - Merlebach. Alles is weg...

 

12 mei 2003 (negatief)

Het hele noordoosten van Frankrijk was, samen met de aangrenzende regio's van Luxemburg en Duitsland (Saarland/Lotharingen), ooit een bloeiende industriële regio vol met mijnen en zware industrie. De laatste decennia is de neergang bijna compleet geweest. Een gigantisch privaat spoorwegnet was dat van HBL (Houillères du Bassin de Lorraine). Aangesloten waren vele kolenmijnen, staal- en chemische industrie. Een deel hiervan overleefde nog met hangen en worden tot in het nieuwe millennium. HBL was inmiddels overgenomen door SNCF-dochter VFLI (Voies Ferrées des Landes et Industrielles). Hier zien we een karakteristieke trein van HBL met een Brissonneau en Lotz locomotief zoals de SNCF ze ook in honderdtallen had (serie 63000/63500), maar dan in een heerlijk aftandse en vrij originele uitvoering. Aan de haak een variatie aan tweeassige cokeswagens die hier zowel intern veel gebruikt werden, als ook bij de SNCF te zien waren.

Na de mijnen sloot ook de cokesfabriek hier en van het meeste wat op deze foto te zien is, is niets meer terug te vinden. Sterker nog, meer richting Merlebach/Creutzwald zijn de oude mijnterreinen en emplacementen gedeeltelijk al herontwikkeld - vermoedelijk als gevolg van wat financiële extraatjes om deze arme regio erbovenop te helpen. Wat er nog over is van het oude HBL-net is wat chemische industrie en opstelterreinen voor wagens.

Inmiddels ook voltooid verleden tijd: de cokesfabriek in het Franse Carling.

 

Met de toestemming van het vriendelijke personeel konden we rond het op fabrieksterrein gelegen seinhuis wat foto's maken van de BB49 tijdens het rangeren.

 

De BB49 is een door Brissonneau & Lotz gebouwde locomotief. In 1959 werd ze aan de HBNPC geleverd waar ze onder nummer 021 dienst deed voor de groupe Lens-Liévin. Per 18 oktober 1984 werd ze overgenomen door de Houillers du Bassin de Lorraine (HBL) die haar het nummer BB49 gaf.

 

Aan de haak heeft ze een setje eigen wagons voor het transport van cokes.

 

Op het opstelspoor bij het seinhuis staan VFLI's M77 en BB03 te rusten.

 

2 juli 2003 (negatief)

De grootste mijn die nog operationeel was aan het begin van het nieuwe millennium was die van Merlebach. Hier werden bijna continu treinen geladen. We zien hier één van de schaarse ex-HBL Brissonneau's die de VFLI-kleuren hebben gekregen met ene kleurrijke trein interne wagens rijden. De sporen rechts betreffen de SNCF-hoofdlijn, die voor een groot deel parallel loopt aan de serie emplacementen van de HBL in de regio en diverse overgave-emplacementen kent. Na sluiting van de laatste mijn hier zijn de emplacementen gebruikt voor het opstellen van vooral ongebruikte autowagens, nadat dit vervoer door de crisis van 2008 ineen stortte. Het mijnterrein hier is opgeruimd en zelfs herontwikkeld en bebouwd. Alleen de hoofdlijn en de opstelsporen resteren nog.

 

Met de sterke groei van VFLI werd veel verkeer op zijlijnen en industriële netten overgenomen van de SNCF. Hierbij kwam ook een aantal 'echte' 63000/63500-en van de SNCF het materieelpark versterken. Een deel hiervan werd in deze aantrekkelijke kleurstelling geschilderd en, na het afvoeren van een groot deel van de oudere HBL-locs, ook nog even hier. Onder andere door de karakteristieke nummerplaten van de ex HBL-locs waren de 'oude' en 'nieuwe' Brissonneau's van elkaar te onderscheiden.

 

Een Brossonneau in deze dienst en dus op deze plek was erg uitzonderlijk! Gewoonlijk werden hier de 14T/15T/16T ingezet.

De afgelopen dagen heeft Sicco een aantal oude foto's op flickr geplaatst van onder andere de Alsthom BB's van de Houillers du Bassin de Lorraine. We bezochten dit industriële netwerk in mei 2003. Niet veel later sloten de laatste kolenmijnen in Frankrijk hun schachten. Sindsdien is erg veel van het netwerk opgebroken, door natuur ingenomen of bijvoorbeeld tot fietspad omgebouwd. Gelukkig resten de foto's nog.

 

Eerder plaatste ik al een deel van mijn foto's uit 2002 en van onze trip in mei 2003 hier op Flickr. Ook voor mij tijd om de rest ook maar eens bij te gaan plaatsen.

 

Om te beginnen met deze foto van de BB07. Alsthom leverde haar in 1960 aan de Houillers du Bassin de Lorraine. Ze bleef dit netwerk trouw. Ook na de overname van het spoorwegbedrijf door SNCF dochter VFLI (Voies Ferrees Locales et Industrieles).

 

Op deze foto is ze op weg met een trein met afvalgesteente van de mijn in Merlebach naar een stortplaats net buiten Merlebach. Een traject van net anderhalve kilometer.

 

De BB07 buigt met haar trein af van de eigen hoofdlijn die Merlebach met Carling en Creutzwald verbindt en zal zo onder de lijn naar de in Duitsland gelegen mijnschacht Merlebach - Nord doorrijden.

Leuk detail is ook het telefoonkastje, wat duidelijk niet uit het GSM tijdperk stamt.

 

Het spoor is hier nu opgebroken en op het tracé ligt een fietspad.

 

12 mei 2003 (negatief)

HB-LTM

Piper PA-42-1000 Cheyenne 400LS

Air-Connect AG

Blackbushe (BBS/EGLK)

18 Jul 2008

c/n 42-5527028

Built in 1985

Previously N4119X

HBL 640D displayed at City Beach, Southend-On-Sea, Essex.

A fine example of this classic touring car. In production from 1961 until 1973. But designed in the later years of the 1950's.

The Volvo P1800 became well know in the UK during the 1960's from the television program The Saint starring Roger Moore.

Met op de achtergrond de cokesfabriek van Carling is VFLI's BB13 met een lege kolentrein onderweg richting Freijming-Merlebach.

 

De trein bestaat uit SNCF kolenwagens type EF60 en vormt een leuke afwisseling op de kolentreinen van het eigen netwerk.

 

Het zou mijn laatste foto zijn van een trein bij de cokesfabriek van Carling. Inmiddels is de cokesfabriek gesloten en in zijn geheel gesloopt... wat rest is een kale vlakte.

 

2 juli 2003 (negatief)

HBL 103學年度高中籃球甲級聯賽

Het netwerk van HBL hjad verschillende werkplaatsen, in elk geval twee voor locomotieven (Petite Roselle en Saint-Avold) en twee voor wagens. De kleinste van de twee stond in Merlebach tussen de steenkoolmijn en de wasserij in. We zien hier ex HBL rangeerloc M70 - fabrikaat Moyse - met een interne cokeswagen type MKH rangeren.

 

Na de sluiting van de mijn hier is dit terrein geheel opgeruimd, inclusief de interne lijn die hier in de midden te zien is. Wat resteert van de HBL-sporen ten oosten van Merlebach (waaronder het grote emplacement van Morsbach dat nu dus in gebruik is voor opstel en sloop van goederenmaterieel) is nu alleen nog via de SNCF-lijn via Béning te bereiken.

Inmiddels ook voltooid verleden tijd: de cokesfabriek in het Franse Carling.

 

Met de toestemming van het vriendelijke personeel konden we rond het op fabrieksterrein gelegen seinhuis wat foto's maken van de BB49 tijdens het rangeren.

 

De BB49 is een door Brissonneau & Lotz gebouwde locomotief. In 1959 werd ze aan de HBNPC geleverd waar ze onder nummer 021 dienst deed voor de groupe Lens-Liévin. Per 18 oktober 1984 werd ze overgenomen door de Houillers du Bassin de Lorraine (HBL) die haar het nummer BB49 gaf.

 

Aan de haak heeft ze een setje eigen wagons voor het transport van cokes.

 

Op het opstelspoor bij het seinhuis staan VFLI's M77 en BB03 te rusten.

 

2 juli 2003 (negatief)

A little more experimentation going on here with the new Nikon.

It was totally dark when I took this picture, save for the full moon, the parking lights on my truck and the light trails of the passing cars on the A303. I'm going to have to get a taller tripod; I think the capture would be improved from a higher position, but I'm quite pleased how this turned out, especially the clouds which have been distorted by the long exposure. The downside is the moon also has been distorted; I would have prefered more definition, but generally happy, nevertheless!! :-)

Net als de dag daarvoor troffen wij VFLI's BB50 met wat kolenwagens te Creutzwald. Deze keer met een ander setje wagens en tevens met een leuke, toevallige (???) line-up met de andere loktypen van VFLI op het HBL netwerk:

 

Links staat de Alsthom BB03, in het midden de door Fauvet-Girel gebouwde BB27 en rechts dus de in de nieuwe frisse kleuren gestoken BB50 van Brissonneau& Lotz.

 

De in dit boogje gelegen sporen vormden de toegang van het emplacement van Creutzwald naar de kolenmijn van La Houve. Die was ten tijde van deze foto overigens al gesloten...

 

12 mei 2003 (negatief)

Vanaf het bordes van het seinhuis was er ook een mooi zicht op het rangeren van de met cokes beladen treinen. Zoals hier met de BB49 die een fraaie set twee-assige cokeswagons aan de haak heeft.

 

Links staat de BB46.

 

Beiden zijn van het standaard type diesellocomotief van fabrikant Brissonneau & Lotz. Zij leverde dit type in vele honderden aan de SNCF, maar ook aan de diverse industriële netwerken in Frankrijk. En zelfs aan diverse buitenlandse spoorwegmaatschappijen en industrieën. Een succesvol type.

 

Zowel de BB46 als de BB49 zijn in 1960 door Brissonneau & Lotz geleverd aan het industriële netewerk van de HBNPC (Houilleres du Bassin du Nord et du Pas-de-Calais).

 

Nadat zij daar overbodig werden, nam de Houillers du Bassin de Lorraine (HBL) deze loks over. Zo kwam de 46 per 26 juni 1981 naar de HBL en de 49 per 18 oktober 1984.

 

Bij de overname van de HBL door SNCF dochter VFLI per 16 november 2001 kwamen ze in het park van VFLI terecht. Hun inzetgebied bleef voorlopig het netwerk van de HBL.

 

12 mei 2003 (negatief)

Een sloper in Morsbach maakte in juli 2007 korte metten met de op het HBL netwerk achtergebleven 62400-en van SNCF.

 

Althans de exemplaren die niet voor Fertis gereviseerd waren. Zoals bekend werden 12 stuks door Fertis nog gebruikt voor werktreinen bij de aanleg van de LGV-Est. Deze 12 kregen daarvoor een revisie en een nieuwe schildering in de werkplaats van VFLI te Petite-Roselle.

 

De 62405 leek die sloper even te ontspringen... mogelijk omdat zij in haar eentje in Diesen, elders op het HBL-netwerk, was achtergebleven. Dat maakte haar op dat moment tot de allerlaatste geel-grijze ex NS 2400.

 

Uiteraard wilde ik deze 62405 op foto... en tot onze eigen grote verbazing waren wij daar precies op het moment dat VFLI haar met de BB42 kwam ophalen om haar alsnog naar de sloper te brengen.

 

27 augustus 2007

Terwijl wij op de loopbrug stonden voor de vorige foto, kwam van achteren een grote verrassing aangezet! We hadden wel gehoord dat de van de SNCF overgenomen 62400-en intern wel eens gebruikt werden, maar in onze stoutste dromen konden we niet bedenken dat we er dan ook een tegenkwamen, met een trein, op een plek waar je er ook een foto van kon maken.... 90% van het HBL-netwerk was immers niet toegankelijk en de rest vooral ingegroeid. De lijn waar deze trein vanaf kwam is de interne lijn van HBL die doorloopt ten oosten van Merlebach richting Béning, Morsbach en Petite-Roselle. De mijnen in deze hoek waren al verdwenen, waardoor dit deel van de lijn niet intensief werd gebruikt; eigenlijk alleen voor toegang tot Morsbach en Petite-Roselle.

 

Deze bijzondere trein bestaat uit Res-wagens met buiten profiel materiaal voor, vermoedelijk, de chemische industrie rond Forbach die in die periode flink werd uitgebreid en zal in Béning van de SNCF zijn overgenomen. Tussen Béning en hier loopt (liep) het lijntje dwars door Freyming-Merlebach heen, het enige traject dat tussen de bebouwing lag.

 

De 62432 (ex NS 2432) was één van een handvol 62400-en dat enige tijd is ingezet op het HBL-netwerk voor rangeerwerk en andere lichte klusjes. De extra 6 voor het nummer was in de SNCF-tijd toegevoegd als aanduiding dat de loc toebehoorde aan de 'sector' infra. Later zou deze loc gereviseerd worden voor Fertis en na afloop van de werkzaamheden achterblijven in Vaires - waar de loc nog altijd in deplorabele toestand staat (op steenworp afstand van twee zusterlocs). De NS 2432 is bekend als ex-proefloc 2502, later 2552.

 

Op het terrein verder wat gedumpte goederenwagens en een opgesteld ex SNCF grill express rijtuig.

In september 2003 sloot de kolenmijn van Merlebach en daarmee ook de kolenwasserij. De met radiografische besturing uitgeruste Alsthom BB's BB14T, BB15T en BB16T verloren daarmee hun vaste inzetgebied.

 

Mogelijk zijn ze nog enige tijd 'normaal' ingezet op het netwerk. Vier jaar later troffen wij zo voor de loods van Petite-Roselle de BB16T. In een wat verwaarloosde maar wel complete staat. Ze oogde rijvaardig.

 

Op deze foto is goed te zien dat onderaan de cabine een noodknop 'arrêt de urgence' geplaatst is; daarmee kon de lok worden stilgezet voor het geval de radiografische besturing zou falen en het niet mogelijk zou zijn om op de lok te klimmen.

 

Op dit moment anno 2020 rest waarschijnlijk enkel de BB15T die als museumstuk is ondergebracht is in de loods van Petite-Roselle.

 

27 augustus 2007

Veel bekender dan de Brissonneaus op het HBL-netwerk waren natuurlijk de Alsthom BB's en ja, deze zijn zo goed als gelijk aan onze NS serie 2400. De eerste serie kwam van dezelfde productielijn als de NS-locomotieven en de verschillen zijn dan ook minimaal, optisch valt vooral de gespiegelde cabine op (de deur zit dus rechts in plaats van links). Zelfs de nummerplaten voorop lijken op elkaar. Nee, die van HBL is niet afgeleid van die op de 2400, maar andersom! De vleugel is een Alsthom-kenmerk dat ook op andere locomotieven te vinden was en zo ook op NS-locs terecht kwam.

 

Hier vertrekt de BB13 met een trein van het emplacement van Freyming-Merlebach richting de elektriciteitscentrale en cokesfabriek van Carling, op dezelfde plek als de vorige foto (www.flickr.com/photos/siccodierdorp/3805229844/). Deze loc heeft een afwijkende kleurstelling, lichtgroen in plaats van donkergroen. Het verhaal is een beetje vaag hierover, de loc was onderdeel van een tweede bestelling van deze locs, waarvan de BB12 werd afgesteld (en dus nooit bestaan heeft). De BB13 werd wél gebouwd en in een afwijkende kleur gestoken, naar het schijnt om gebruikt te worden voor de directietrein. Er zou uiteindelijk nog een derde serie locs komen (BB14-16), voorzien van radiografische besturing voor het pendelen van kolentreinen voor de mijn van Merlebach. Schijnbaar werd de 'simpele' Alsthom-BB toen toch weer verkozen boven de inmiddels bestaande modernere typen.

 

De status als troetelkindje heeft de BB13 voor zover ik weet niet kunnen redden van sloop. Informatie over het wel en wee van de HBL-locs na de sluitingen van de mijnen hier is er eigenlijk niet, maar vermoedelijk is alles gesloopt te Morsbach of Petite-Roselle.

In de tijd van de kolenmijnen in de Franse streek Lorraine had één van de HBL-locomotieven er toch wel een dagtaak aan om afvalgesteente van de mijn in Merlebach naar de stortplaats net buiten Merlebach te brengen. Zo ook na de overname van het netwerk van de HBL (Houillers de Bassin Lorraine) door de SNCF dochter VFLI.

 

Op deze foto is die taak weggelegd voor VFLI's BB 50. Ze is hier zojuist bij de stortplaats vertrokken en rijdt terug naar de mijn van Merlebach. Aan de haak een zestal stortwagens van het interne net.

 

Deze locomotief werd in 1960 door fabrikant Brissonneau & Lotz geleverd aan het industriële netwerk van de HBNPC. Voor de groupe Valenciennes reed ze daar onder nummer 21. Per 10 januari 1985 werd ze overgenomen door de HBL en kwam ze naar de Lorraine.

 

1 juli 2003 (negatief)

HBL 103學年度高中籃球甲級聯賽

In de vroegere HBL werkplaats van Petite Roselle reviseerde VFLI 12 locomotieven van de SNCF serie 62400. Zij zouden nog enige tijd gebruikt gaan worden voor werktreinen bij de aanleg van de LGV-Est. Na voltooiing van de LGV-Est bleken drie exemplaren achter gebleven te zijn op het rangeerterrein van Vaires-sur-Marne aan de Parijse zijde van de LGV-Est.

 

Ergens midden op het rangeerterrein liggen wat infra sporen waar de 62439 en 62502 werden achtergelaten.

 

De derde achtergebleven lok is de 62432. Deze schijnt defect te zijn geraakt en is daarom neergezet bij het tractiedepot. Of zoals ze in Frankrijk zeggen; 'l'annexe traction'.

 

Een meerdaags bezoek aan Disneyland Parijs was een mooie gelegenheid om een uitstapje te maken naar het nabijgelegen Vaires-sur-Marne. Alwaar ik dus de 62432 trof, die mag toekijken hoe de SNCF locomotieven uit de Prima series wel nog dienst mogen doen.

 

Het rangeerterrein zelf bleek hermetisch afgesloten; de 62439 en 62502 heb ik daarom niet kunnen bezoeken.

 

Anno 2020 lijkt het erop dat dit drietal er nog steeds staat. Uitgaande van luchtfoto's en streetview...

 

Inmiddels is wel de 'annexe traction' gesloten en staan er her en der boompjes in het spoor. Maar de 62432 is nog steeds duidelijk herkenbaar op streetview foto's met opnamedatum juli 2019...

 

9 december 2009

Later zien we VFLI's BB50 opnieuw met een van de pendelritten voor afvalgesteente.

 

Vanaf de voetgangersbrug in Merlebach zien we de BB50 met haar lege trein tussen de installaties van de mijn doorrijden.

 

De laadinstallatie voor afvalgesteente bevindt zich in de gebouwen rechts op foto. De transportband vervoert de gewonnen kolen naar de kolenwasserij links op de achtergrond. Dat is de plek waar de BB 14T, 15T en 16T jarenlang te vinden waren en ligt aan de overzijde van de SNCF lijn Bening - Thionville. Op de voorgrond links staat de wagenwerkplaats van VFLI / HBL. En direct achter het treintje wat kantoren van de HBL.

 

De BB50 rijdt hier eerst de laadinstallatie via dit spoor voorbij om achter mij terug te steken en haar wagons onder de voetgangersbrug te plaatsen, waarna ze onder de laadinstallatie getrokken kunnen worden.

 

Korte tijd later sloten de kolenmijnen in de Franse Lorraine. En al rap werden de gebouwen die hier te zien zijn afgebroken.

 

Wat rest is enkel een fietspad op het tracé van de spoorlijn... en de flats op de helling achterin de foto! De rest is weg...

 

2 juli 2003 (negatief)

Na de foto bij de stortplaats van Merlebach reden we naar de voetgangersbrug over het emplacement van Merlebach. Daar troffen we nogmaals VFLI's BB50 (links in beeld). Ze maakt een rangeerbeweging nadat ze haar wagons geplaatst heeft bij de laadinstallatie van afvalgesteente aan de andere zijde van de loopbrug.

 

Op de voorgrond zien we de sporen die in het verlengde liggen van de wagenwerkplaats welke eveneens aan de andere kant van de loopbrug ligt.

 

Op die sporen zien we o.a. de SNCF 62506 (ex NS 2506) voor een allergaartje aan wagons. De lok staat hier afgesteld.

 

Zoals bekend bracht SNCF haar 62400-en over naar het netwerk van de HBL in de tijd na de aanleg van de LGV's rond Avignon en vóór de aanleg van de LGV Est.

 

Een mogelijke reden waarom deze 62506 apart staat, is dat deze lok samen met de 62407 in de tweede helft van 2002 eerst nog een leuke klus gedaan heeft: ze reed voor Ciments Lafarge bij de groeve van Cusset. Dit omdat de eigen loks 1 en 2 (ex NS 2411 en 2425) schaden hadden opgelopen en hersteld moesten worden. In de loop van 2003 werden de 62407 en 62506 vervangen door twee Brissonneau's van VFLI en kwamen ook deze twee 62400-en naar het netwerk van de HBL toe.

 

1 juli 2003 (negatief)

Na de sluiting van de kolenmijnen en de cokesfabriek wordt het voormalig HBL netwerk nog voor twee zaken gebruikt;

 

Op de eerste plaats voor de bediening van de chemische industrie die zich vroeger naast de cokesfabriek in Carling vestigde. Deze bediening vindt plaats vanuit Creutzwald.

 

De rest van het netwerk wordt vooral gebruikt voor stalling, reparatie en sloop van overtollige goederenwagons. Hele emplacementen staan vol met afgedankte goederenwagons. Sommige zelfs van relatief moderne wagentypes.

 

Zodoende zijn er nog steeds allerhande goederentreintjes te treffen waar VFLI zich mee bezig houdt.

 

Zoals dit treintje welke we troffen bij L'Hôpital ten oosten van Carling. Trekkracht van dienst is de BB 068, een van de SNCF overgenomen lok die voorheen onder nummer BB 63714 dienst deed.

 

Hier hoopten we die dag nog het slooptransport van de 62405 te treffen, maar helaas. Enkel deze BB 068 passeerde ons hier.

 

27 augustus 2007

Buntspecht, NL, Fotohut HBL 3

Tijdens het korte bezoekje in juli 2003 aan het industriële netwerk van de HBL in Noordoost-Frankrijk troffen wij meerdere van de eigen Alsthom BB's in actie. Helaas wel vaak onder slechte lichtomstandigheden.

 

Zo troffen wij op het baanvak tussen de Freijming-Merlebach en Carling een paar kolentreinen. Deze treinen pendelden tussen de kolenwasserij in Freijming-Merlebach en ofwel de cokesfabriek ofwel de kolen centrale 'Emile Hutchet' in Carling.

 

De kolentrein op deze foto wordt gereden door een multipletractie Alsthom BB's waarvan de voorste de BB07 is.

 

1 juli 2003 (negatief)

1 3 4 5 6 7 ••• 79 80