View allAll Photos Tagged BOS
Pannenhoef bos
Korte beschrijving
Van de veertiende tot de zeventiende eeuw werd in dit deel van Brabant de hele laag hoogveen afgegraven tot de zandondergrond. Er ontwikkelde zich moerasheide waar weinigen een bestaansgrond vonden. Vanaf 1800 werden de onafzienbare heidevelden geleidelijk ontgonnen tot cultuurland en bos. Van 1900 tot 1940 verhevigde de ontginningsintensiteit. In het kader van de werkverschaffing werden de vennen en overige lage delen opgehoogd met zand van hoge koppen als de Lokkerberg.
Door het verbreden en verdiepen van het beekje de Bijloop werd het gebied ontwaterd. Op de drooggevallen venbodem van De Lokker ontwikkelde zich natte heide, rietland, gagelstruweel en moerasbos van wilgen, elzen en berken. Door het plaatsen van stuwen in de Bijloop steeg het waterpeil van deze beek aanzienlijk. De kalk- en ijzerrijke kwel van de hogere gronden werd niet langer door de beek 'weggevangen'. Het verzuurde moeras van De Lokker werd er weer mee gevoed, wat zorgde voor een herstel van de amfibienstand en een uitbreiding van planten als wateraardbei, moeraswederik en moerasviooltje. Sinds enkele jaren vliegen er weer weide- en bosbeekjuffers boven de Bijloop. Zomertaling, blauwborst, waterral en roodborsttapuit broeden er.
Toen Brabants landschap het landgoed in 1970 kon verwerven, was nog maar circa 100 hectare woeste grond over. Door geleidelijk aan landbouwgronden uit de pacht te nemen, konden wij vanaf 1995 verscheidene verdwenen vennen opnieuw uitgraven. De afgelopen 12 jaar zijn maar liefst 11 vennen uit de dood herrezen. Vele zeldzame planten keerden weer terug uit de ondergrondse zaadbank: blauwe knoop, teer guichelheil, moerashertshooi, heidekartelblad en pilvaren zijn slechts enkele voorbeelden.
Om de bijzondere plantengroei blijvend te behouden wordt er kleinschalig geplagd en begrazen Schotse hooglanders en laaglanders (Galloways) en IJslandse pony's het gebied het jaar rond. Boven de hernieuwde vennen vliegen veel libellen, waaronder bloedrode en bruinrode heidelibel. Typische heidebewoners als levendbarende hagedis, heideblauwtje en bont dikkopje kunnen weer migreren en hun populaties voorzien van 'vers bloed'.
Het hoge, droge deel van de Pannenhoef bestaat grotendeels uit bos dat qua soortensamenstelling en leeftijdsopbouw gevarieerd is en veel dood hout kent. Dat vertaalt zich in een hoge broeddichtheid van zangvogels en spechten.
Het open weidegebied het Rondgors moet een verbindingsschakel worden tussen de Pannenhoef en de Vloeiweide. Bij piekafvoeren krijgt het tevens een waterbergingsfunctie. De voormalige gemeentebossen van Etten-Leur vormen een belangrijke droge verbindingsschakel tussen beide landgoederen.
Pannenhoef bos
Korte beschrijving
Van de veertiende tot de zeventiende eeuw werd in dit deel van Brabant de hele laag hoogveen afgegraven tot de zandondergrond. Er ontwikkelde zich moerasheide waar weinigen een bestaansgrond vonden. Vanaf 1800 werden de onafzienbare heidevelden geleidelijk ontgonnen tot cultuurland en bos. Van 1900 tot 1940 verhevigde de ontginningsintensiteit. In het kader van de werkverschaffing werden de vennen en overige lage delen opgehoogd met zand van hoge koppen als de Lokkerberg.
Door het verbreden en verdiepen van het beekje de Bijloop werd het gebied ontwaterd. Op de drooggevallen venbodem van De Lokker ontwikkelde zich natte heide, rietland, gagelstruweel en moerasbos van wilgen, elzen en berken. Door het plaatsen van stuwen in de Bijloop steeg het waterpeil van deze beek aanzienlijk. De kalk- en ijzerrijke kwel van de hogere gronden werd niet langer door de beek 'weggevangen'. Het verzuurde moeras van De Lokker werd er weer mee gevoed, wat zorgde voor een herstel van de amfibienstand en een uitbreiding van planten als wateraardbei, moeraswederik en moerasviooltje. Sinds enkele jaren vliegen er weer weide- en bosbeekjuffers boven de Bijloop. Zomertaling, blauwborst, waterral en roodborsttapuit broeden er.
Toen Brabants landschap het landgoed in 1970 kon verwerven, was nog maar circa 100 hectare woeste grond over. Door geleidelijk aan landbouwgronden uit de pacht te nemen, konden wij vanaf 1995 verscheidene verdwenen vennen opnieuw uitgraven. De afgelopen 12 jaar zijn maar liefst 11 vennen uit de dood herrezen. Vele zeldzame planten keerden weer terug uit de ondergrondse zaadbank: blauwe knoop, teer guichelheil, moerashertshooi, heidekartelblad en pilvaren zijn slechts enkele voorbeelden.
Om de bijzondere plantengroei blijvend te behouden wordt er kleinschalig geplagd en begrazen Schotse hooglanders en laaglanders (Galloways) en IJslandse pony's het gebied het jaar rond. Boven de hernieuwde vennen vliegen veel libellen, waaronder bloedrode en bruinrode heidelibel. Typische heidebewoners als levendbarende hagedis, heideblauwtje en bont dikkopje kunnen weer migreren en hun populaties voorzien van 'vers bloed'.
Het hoge, droge deel van de Pannenhoef bestaat grotendeels uit bos dat qua soortensamenstelling en leeftijdsopbouw gevarieerd is en veel dood hout kent. Dat vertaalt zich in een hoge broeddichtheid van zangvogels en spechten.
Het open weidegebied het Rondgors moet een verbindingsschakel worden tussen de Pannenhoef en de Vloeiweide. Bij piekafvoeren krijgt het tevens een waterbergingsfunctie. De voormalige gemeentebossen van Etten-Leur vormen een belangrijke droge verbindingsschakel tussen beide landgoederen.
An Air France Boeing 747-400 approaches Boston Logan runway 33L. A Delta CRJ and United A-320 taxi for departure from runway 33L.
Winthrop, MA is in the background.
Januar 2012 - Testfoto mit der Casio Exilim EX-H5: Einfach keine Alternative für Spiegelreflexverwöhnte. ;-)
Creative Commons Licence BY 2.0
creativecommons.org/licenses/by/2.0/
Quellenangabe / Credit:
Maja Dumat - Creative Commons Licence BY 2.0
Staelduinse Bos
Staelduinse Bos
Ga naar: navigatie, zoeken
Staelduinse Bos in september 2010
Het Staelduinse Bos is een bosgebied van 95 hectare in het Westland tussen Hoek van Holland en Maasdijk. De hoofdingang is aan de Papedijk in 's-Gravenzande.
Inhoud [verbergen]
1 Geschiedenis en naamgeving
2 Vleermuizen
3 Eigendom
4 Overige bezienswaardigheden
5 Externe links
Geschiedenis en naamgeving[bewerken]
Oorspronkelijk bestond dit gebied uit estuariumduinen. Deze duinen waren deel van een zogenaamde haakwal (een rij duinen die loodrecht op de kust stonden). In deze duinen woonden oorspronkelijk vissers in hutten. Deze 'staelvissers' visten op zalm in de Maas met netten en fuiken, bevestigd aan staken of 'staelen', de naam "Staelduinse Bos" zou hier aan ontleend zijn.
Het Staelduinse Bos is na 1850 aangeplant in opdracht van de toenmalige eigenaar, Jonkheer van Rijckevorsel. Van zijn landgoed is vrijwel niets meer over anders dan wat resten.
Vleermuizen[bewerken]
In het Staelduinse Bos ligt een oud bunkercomplex dat deel was van Festung Hoek van Holland, onderdeel van de Atlantikwall. Tevens zijn hier en daar betonnen platen te zien. Dit zijn overblijfselen van munitieloodsen. Het bunkercomplex heeft door de dikke muren een vrij constante luchtvochtigheidsgraad en temperatuur. Het is daardoor een populaire woonplaats voor vleermuizen geworden. Dit gebied van het Staelduinse Bos is dan ook een vleermuisreservaat. In dit reservaat overwinteren een aantal soorten in winterslaap. Tevens plant ten minste een soort zich hier voort. Er zijn verschillende meningen over het aantal soorten dat voorkomt maar het zijn er waarschijnlijk 5 of 6. In ieder geval komen grootoorvleermuizen (die de bunkers als kraamkamer gebruiken), meervleermuizen en watervleermuizen voor.
nl.wikipedia.org/wiki/Staelduinse_Bos
Staelduinse Forest
Jump to: navigation , search
Staelduinse Forest in September 2010
The Staelduinse Forest is a forest of 95 hectares in the Westland between Hoek van Holland and Maasdijk . The main entrance is on the Pape Dijk in 's-Gravenzande .
Contents
1 History and naming
2 Bats
3 Ownership
4 Other sites
5 External links
History and naming [ edit ]
Originally, this area of estuary dunes . These dunes were part of a so-called haakwal (a row of dunes that were perpendicular to the coast). In these dunes originally fishermen lived in huts. This 'stael fishers' fished for salmon in the Meuse with nets and traps, attached to stakes or "Staelen" the name "Staelduinse Forest" would be derived from it here.
The Staelduinse Forest after 1850 planted commissioned by the then owner, Esquire of Rijckevorsel. Of his estate is almost nothing about other than what remains.
Bats [ Edit ]
In Staelduinse Forest lies an old bunker complex that part of Festung Hoek van Holland, was part of Atlantic . Are concrete slabs can also be seen here and there. These are remnants of ammunition sheds . The bunker complex is through the thick walls a fairly constant humidity and temperature . This makes it a popular residence for bats become. This area of the Staelduinse Forest is also a bat sanctuary. This reserve some species overwinter in hibernation . Also, at least one plant species here forth. There are different opinions on the number of species but there are probably 5 or 6. In any case, Plecotus (using the bunkers as a nursery), more bats and Daubenton's bats for.
Pannenhoef bos
Korte beschrijving
Van de veertiende tot de zeventiende eeuw werd in dit deel van Brabant de hele laag hoogveen afgegraven tot de zandondergrond. Er ontwikkelde zich moerasheide waar weinigen een bestaansgrond vonden. Vanaf 1800 werden de onafzienbare heidevelden geleidelijk ontgonnen tot cultuurland en bos. Van 1900 tot 1940 verhevigde de ontginningsintensiteit. In het kader van de werkverschaffing werden de vennen en overige lage delen opgehoogd met zand van hoge koppen als de Lokkerberg.
Door het verbreden en verdiepen van het beekje de Bijloop werd het gebied ontwaterd. Op de drooggevallen venbodem van De Lokker ontwikkelde zich natte heide, rietland, gagelstruweel en moerasbos van wilgen, elzen en berken. Door het plaatsen van stuwen in de Bijloop steeg het waterpeil van deze beek aanzienlijk. De kalk- en ijzerrijke kwel van de hogere gronden werd niet langer door de beek 'weggevangen'. Het verzuurde moeras van De Lokker werd er weer mee gevoed, wat zorgde voor een herstel van de amfibienstand en een uitbreiding van planten als wateraardbei, moeraswederik en moerasviooltje. Sinds enkele jaren vliegen er weer weide- en bosbeekjuffers boven de Bijloop. Zomertaling, blauwborst, waterral en roodborsttapuit broeden er.
Toen Brabants landschap het landgoed in 1970 kon verwerven, was nog maar circa 100 hectare woeste grond over. Door geleidelijk aan landbouwgronden uit de pacht te nemen, konden wij vanaf 1995 verscheidene verdwenen vennen opnieuw uitgraven. De afgelopen 12 jaar zijn maar liefst 11 vennen uit de dood herrezen. Vele zeldzame planten keerden weer terug uit de ondergrondse zaadbank: blauwe knoop, teer guichelheil, moerashertshooi, heidekartelblad en pilvaren zijn slechts enkele voorbeelden.
Om de bijzondere plantengroei blijvend te behouden wordt er kleinschalig geplagd en begrazen Schotse hooglanders en laaglanders (Galloways) en IJslandse pony's het gebied het jaar rond. Boven de hernieuwde vennen vliegen veel libellen, waaronder bloedrode en bruinrode heidelibel. Typische heidebewoners als levendbarende hagedis, heideblauwtje en bont dikkopje kunnen weer migreren en hun populaties voorzien van 'vers bloed'.
Het hoge, droge deel van de Pannenhoef bestaat grotendeels uit bos dat qua soortensamenstelling en leeftijdsopbouw gevarieerd is en veel dood hout kent. Dat vertaalt zich in een hoge broeddichtheid van zangvogels en spechten.
Het open weidegebied het Rondgors moet een verbindingsschakel worden tussen de Pannenhoef en de Vloeiweide. Bij piekafvoeren krijgt het tevens een waterbergingsfunctie. De voormalige gemeentebossen van Etten-Leur vormen een belangrijke droge verbindingsschakel tussen beide landgoederen.