DOC12/1503 - Die vier Reiter der Apokalypse (1498)
Pest, Krieg, Hunger, Tod - Albrecht Durer (1471 - 1528). BLOCK, Werner (1966) - Der Arzt und der Tod in Bildern aus sechs Jahrhunderten. Ferdinand Enke Verlag, Stuttgart.
-----
p. 215 in 'De tuinen van Epicurus' (2011) - Marten Kuilman
'Het werk van Albrecht Dürer (1471 - 1528) vormt een hoofdstuk apart in het vierdelingsdenken. Er is een overvloed aan vierdelingen in zijn werk aan te wijzen (waaronder de monumentale en voor de tijd zeer typerende afbeelding van de ‘De vier apocalyptische ruiters’ (1498) (fig. 142), waarin de symboliek van oorlog, hongersnood, ziekte en dood worden afgebeeld. Ook de houtsneden ‘De vier heksen’ (1497), ‘De strijd van de engelen’ (1498), ‘Vier engelen’ (Vier Engel, die Winde aufhaltend) (1498) en het olieverfschilderij ‘De vier apostelen’ (1526) dragen een quadripartite symboliek.
De indeling van zijn leerboek ‘Underweysung der Messung mit dem Zirckel und Richtscheyt’ (1525) bestaat uit vier delen en de ‘Vier Bücher von menslicher Proportion’ (1528) wijzen ook op een voorkeur voor de vierdeling.
De opbouw van de vier delen van de ‘Underweysung’ ziet er als volgt uit (PELTZER, 1908; PANOFSKY, 1943/1988):
Boek 1: Grund der Geometria. Grondbeginselen volgens Euclides.
Lineaire geometrie, konische doorsneden, een-dimentionaal;
Boek 2: Ebnen Feldern. Kwadratuur van de cirkel, twee-dimentionaal;
Polygonen.
Boek 3: Praktische raadgevingen voor architecten en ingenieurs,
decoraties en typografie (alfabet). Verwijzing naar Vitruvius.
Boek 4: Geometrie van drie-dimentionale lichamen. Toepassing in schilderijen. Afsluitend een verhandeling over het perspectief, waarbij apparaten worden getoond om verhoudingen te kunnen meten.
De voorbeelden van vierdelingen in Dürer's werk geven - op zijn minst - aan, dat hij zich tijdens zijn artistieke ontwikkeling aangetrokken moet hebben gevoeld tot een bepaalde getallenmagie. In hoeverre de verwerking daarvan boven het niveau van de numerologie is uitgestegen en deel uitmaakt van een meer gestructureerd vierdelings-denken is moeilijk te zeggen. Nergens geeft Dürer - evenmin overigens als Leonardo da Vinci, wiens leven en werk dezelfde periode en denkwereld beslaat - blijk het volledige scala van vierdelingsmogelijkheden te gebruiken.'
DOC12/1503 - Die vier Reiter der Apokalypse (1498)
Pest, Krieg, Hunger, Tod - Albrecht Durer (1471 - 1528). BLOCK, Werner (1966) - Der Arzt und der Tod in Bildern aus sechs Jahrhunderten. Ferdinand Enke Verlag, Stuttgart.
-----
p. 215 in 'De tuinen van Epicurus' (2011) - Marten Kuilman
'Het werk van Albrecht Dürer (1471 - 1528) vormt een hoofdstuk apart in het vierdelingsdenken. Er is een overvloed aan vierdelingen in zijn werk aan te wijzen (waaronder de monumentale en voor de tijd zeer typerende afbeelding van de ‘De vier apocalyptische ruiters’ (1498) (fig. 142), waarin de symboliek van oorlog, hongersnood, ziekte en dood worden afgebeeld. Ook de houtsneden ‘De vier heksen’ (1497), ‘De strijd van de engelen’ (1498), ‘Vier engelen’ (Vier Engel, die Winde aufhaltend) (1498) en het olieverfschilderij ‘De vier apostelen’ (1526) dragen een quadripartite symboliek.
De indeling van zijn leerboek ‘Underweysung der Messung mit dem Zirckel und Richtscheyt’ (1525) bestaat uit vier delen en de ‘Vier Bücher von menslicher Proportion’ (1528) wijzen ook op een voorkeur voor de vierdeling.
De opbouw van de vier delen van de ‘Underweysung’ ziet er als volgt uit (PELTZER, 1908; PANOFSKY, 1943/1988):
Boek 1: Grund der Geometria. Grondbeginselen volgens Euclides.
Lineaire geometrie, konische doorsneden, een-dimentionaal;
Boek 2: Ebnen Feldern. Kwadratuur van de cirkel, twee-dimentionaal;
Polygonen.
Boek 3: Praktische raadgevingen voor architecten en ingenieurs,
decoraties en typografie (alfabet). Verwijzing naar Vitruvius.
Boek 4: Geometrie van drie-dimentionale lichamen. Toepassing in schilderijen. Afsluitend een verhandeling over het perspectief, waarbij apparaten worden getoond om verhoudingen te kunnen meten.
De voorbeelden van vierdelingen in Dürer's werk geven - op zijn minst - aan, dat hij zich tijdens zijn artistieke ontwikkeling aangetrokken moet hebben gevoeld tot een bepaalde getallenmagie. In hoeverre de verwerking daarvan boven het niveau van de numerologie is uitgestegen en deel uitmaakt van een meer gestructureerd vierdelings-denken is moeilijk te zeggen. Nergens geeft Dürer - evenmin overigens als Leonardo da Vinci, wiens leven en werk dezelfde periode en denkwereld beslaat - blijk het volledige scala van vierdelingsmogelijkheden te gebruiken.'