Back to photostream

In 1948 op stap met de NMVB in Henegouwen

Dienstregelingboekje van de NMVB voor de groepen Charleroi en Centre voor de winterdienst van 1948.

 

Stel je voor dat er een tijdmachine zou bestaan en dat we aan de hand van deze uurregeling op reis zouden kunnen gaan. Wat zou dan mijn keuze zijn?

 

Ik opteer er voor om met de trein naar Charleroi te reizen en daar over te stappen op de trein naar Thuin. Na een korte wandeling kom ik dan bij het hotel aan dat ook in deze dienstregeling adverteert; het hotel grand confort “à la Ville de Bruxelles” bij het Gare du Nord in de benedenstad van Thuin. Uiteraard heb ik vooraf gereserveerd. Het telefonisch bereiken van de patron van het hotel was een ware hordenloop. Telefoonnummer 344 in Thuin was slechts bereikbaar na een worsteling met diverse telefonistes die bijkans onverstaanbaar Vlaoms en Hennuyard spraken. Uiteindelijk is er een kamer gereserveerd en staat er genoteerd dat ik na aankomst graag van een copieus diner geniet in het Restaurant Bourgois! Onze wens om de volgende ochtend vroeg te ontbijten vormt geen probleem; om kwart voor zes zal er koffie en een schaal vol verse knapperige wittebroodjes met confiture en honing voor ons klaar staan. Net als wij is de bakker al vroeg op!

 

Reist u met mij mee?

Na een welverdiende nachtrust en een goed ontbijt wandelen we in alle vroegte naar de halte van tramlijn 92 aan de Sambre in Thuin ville basse. Via de brug steken we de Sambre over. Vanaf ons hoge uitzichtpunt op de brug zien we in de verte al een losse Standaard motorwagen van lijn 92 door de nu nog rustige Rue Serstevens in onze richting komen. Slechts een enkele scholier wacht bij de halte. De meeste kinderen zijn op internaat. Vanuit een café komt nog een enkele reiziger op de tram af. Om 06.35u vertrekt onze tram. In Lobbes wisselt de ontvanger de staf voor het enkelsporige traject uit met zijn collega van de tegentram. Het is klokslag zeven uur als we in Anderlues bij de stelplaats aankomen. Hier stappen we uit zodat we kort naar het rangeren met bijwagens voor de spitsuurtrams kunnen kijken. Gelukkig zijn we ter plaatse bekend want we moeten te voet naar de halte Anderlues Monument waar we om 7.30u lijn 90 uit Charleroi naar Mons nemen. Dan weer langs de weg dan weer door het veld of de bebouwing rijden we met gezwinde spoed in westelijke richting. Bij wegkruisingen blijft de kruk van de schakelkast op de hoogste rijstand alleen de tweetonige Cicca-hoorn maakt overuren. Om 07.53u verlaten we bij het Bureau de Poste in Binche het tramstel. We zien de nieuwe metalen standaardbijwagen in het ochtendlijke stadsgewoel van Binche verdwijnen.

 

Het is inmiddels licht geworden zodat we bij het station van Binche de komst van de autorail uit Solre-sur-Sambre af kunnen wachten. Er is zelfs tijd voor een kop koffie. Om 8.14 komt de kleine - roetwolken uitbrakende - dieselmotorwagen AR 164 aangereden. Sinds 1937 is dit de vaste autorail op deze lijn. Scholieren en werkvolk verlaten de autorail die zonder passagiers maar gevuld met een grauwe deken van sigarettenrook het vertrekuur afwacht. Bastos en Belga doen nog goede zaken met hun tabakswaren! De bestemming "Bersillies-l’Abbaye" is in de filmkast van deze moderne autorail te lezen. De ongeëlektrificeerde tramlijn heeft zelfs een lijnnummer; lijn 36A. Dat staat wel in onze dienstregeling maar is niet vermeld in de filmkast van de autorail. Om 08.30 vertrekt de motorwagen luid toeterend door de drukke straten bij het station van Binche. Met grote behendigheid bedient de "conducteur" de hendels en pedalen. In tegenstelling tot de ontvanger in zijn grijze stofjas met blauwe kraag is de conducteur diep in zijn blauwe kiel gedoken. Het is duidelijk een oudgediende van de stoomtram; aan zijn voeten draagt hij met stro gevulde klompen. In Solre-sur-Chambre kruisen we met een vierkante stoomtramlocomotief die met een goederentram richting Binche rijdt. Hier takte tot 1943 een korte zijlijn af die tot pal aan de Franse grens bij Montignies-Saint Christophe doorliep. Het kale baanlichaam verdwijnt nu aan de horizon. Onze autorail rijdt een van de weinige diensten die doorgaat naar Bersillies-l’Abbaye. Er komt nog slechts vijf keer per dag een tram aan het eindpunt. Aan het hoog opgeschoten onkruid is te zien dat de dienst hier niet intensief is en dat de uurregeling aan wijzigingen onderhevig kan zijn... Als we om 9.30u arriveren hebben we maar weinig tijd om een prentje te trekken. Toch willen de bestuurder en de conducteur ook nog even op de foto voor de autorail. Zo vaak komt het niet voor dat er iemand met een fototoestel rondloopt! Na het trekken van de plaat klapt de receveur een van de banken in de autorail omhoog. Uit zijn knapzak komt een met stroopjesvet besmeerde boterham. De stationspoes zit al in het gras te wachten op het ochtendritueel. De ontvanger scheurt een stukje brood af en werpt het op; poes vangt het behendig uit de lucht. Om 9.40u rijden we mee terug naar Binche. Als we dat niet gedaan zouden hebben, had pas om 13.42 de volgende tram gegaan! De Miesse-Gardner dieselmotor walmt er lustig op los. Achter ons trekt een sliert kleine dieselwolkjes langs de koele heldere najaarshemel. Na een uur en twee minuten komen we in de carnavalsstad aan.

 

Via een omweg gaan we naar Mons. Om 10.56u nemen we lijn 36 tot Trivières. Daar komen we veertien minuten later aan. Op een zijspoor staat een tweeassige Braine-le-Comte motorwagen met zes kleine zijramen voor de korte pendellijn 40 naar Strépy. Lijn 40 zal echter pas weer om 13.10 gaan rijden. Daarom nemen wij om 11.14 lijn 38 via Péronnes naar Bray. Onze tram gaat door naar Estinnes-au-Mont maar wij besluiten om zes minuten later in Bray uit te stappen. Daar vervolgen we om 11.33u met lijn 90 naar Mons onze reis. Een oude dame die niet vlot genoeg instapt krijgt van de ontvanger te horen; “Allez vite madame, le tram ne c’est pas un train! “ De treinen met houten coupérijtuigen rijden inderdaad met een slakkengang in deze streek. Met hoge snelheid passeren we de weinige auto's en camions die op de steenweg naast ons rijden. Via de nauwe straatjes van Mons komen we om 12.03 op het stationsplein in Mons aan. Daar hebben we tijd om rond te kijken. Naast standaardmotorwagens en Braine-le-Comte tweeassers zien we als grote bijzonderheid de eenrichting Büssing autorail AR 11. Er zijn twee van deze autorails die een ver uitgebouwde motorkap en zodoende een bijzonder uiterlijk hebben. De autorail zal 's middags een slag op lijn 20A naar Quévy maken. In een van de vele restaurants bestellen we een lunch want we zijn al een halve dag op stap!

 

Om 13.40 bestijgen we een standaardmotorwagen van lijn 31. Eens in het uur verzorgt lijn 31 de bijna twee uur lange rit van Mons via Havré en Maurage naar La Louvière en Anderlues. De ontvanger kijkt verbaasd naar “les biljets libre circulation” die de groepsdirectie ons toegestuurd heeft. We hebben een aangename zitplaats gevonden in de voormalige eerste klasse afdeling. In tegenstelling tot andere wagens waar inmiddels leerdoek op de banken is aangebracht, zijn de eerste klasse zetels van deze tram nog met moquette bekleed. Nadat we over de brug in La Louvière gedenderd zijn, zien we aan onze rechter kant het depot, op het voorterrein wordt druk gerangeerd. Na iets meer dan een uur stappen we om 14.48u aan de Drapeau Blanc nabij het station van La Louvière uit.

 

We zien veel trams passeren. Onze keuze is gevallen op lijn 34. Om 15.10 komt de stokoude tweeasser 9558 uit Carnières en Morlanwelz. Deze Ragheno-tram uit 1915 brengt ons naar Roeulx. Daar bevindt zich een van de grote wagonfabrieken die ook heel wat moderne standaardtrams aan de NMVB geleverd heeft. In Roeulx is er een kwartier eindpuntrust zodat we de bedaagde motorwagen rustig op de plaat kunnen zetten. Om 15.45 rammelt onze oude tram weer door Roeulx-Centre. Alles aan de wagen piept en kraakt, de zijwanden van de wagen schranken in ieder boog naar links en rechts maar het tussenschot tussen de twee afdelingen blijft onbeweeglijk staan. We besluiten om de gehele rit via La-Louvière en Houssu naar Carnières mee te maken. Daar komen we om 16.30 aan. Om 16.44 brengt lijn 31, inmiddels versterkt met twee tweeassige bijwagens ons naar Anderlues Jonction (aankomst 17.08). Op ons aanhangrijtuig doet een in een zwarte lakjas geklede conductrice dienst. Waarschijnlijk is zij na de oorlogsjaren bij de "Vicinaux" blijven hangen. Veel ticketjes worden er niet verkocht. Bijna alle - overwegend mannelijke - passagiers tonen een werkmansabonnement.

 

Ook in de middagspits rijdt lijn 92 slechts eens in het uur. Daarom is er bij het depot ruim tijd om te genieten van een vers getapte “Blonde Speciale”van de lokale brouwer Ponselet. Om 17.40u komt onze lijn 92 uit Charleroi aan. De wagen wordt bemand door hetzelfde personeel als in de vroege ochtenduren. Net als wij hebben zij een lange dag op de tram achter de rug. Moe maar voldaan komen we 18.03u in Thuin aan. Onze hotelier begroet ons vriendelijk! Straks genieten van een Emincé de charolais cuit à l'unilatéral en morgen naar Charleroi voor een bezoek aan de stadstram en de buurtspoorlijnen rond de grote industriestad !

 

17,018 views
15 faves
16 comments
Uploaded on February 24, 2013
Taken on January 25, 2013