De Windhandel or Bubble's Companies - Act II, Scene 7; Act III, Scenes 1-4
Column 1
ZEVENDE TONEEL.
Edeling, Trouwhart, Hoopryk, Pieter.
Pieter.
Die Akkergraven; schoon der niemand is greaakt;
Die hebben Quinquenpoix al vry wat schoon gemaakt.
Trouwhart.
Dat ‘s waar; maar Edeling zou ‘t naar u dunk nu lukken,
Om Windvang zyne Bruid door dese list te ontrukken?
Edeling.
If twyffel geenzins, want haar Vader heeft van woord
Tot woord, al ons gedoen en koopmanschap gehoord;
En ‘t scheen dat hy daar in niet weinig had behagen
Daar Windvang in de vlugt so deer’lyk had geslagen.
Hoopryk.
Dat ondersteund uw zaak, te meêr, wyl Gelderland
En Dort; daar Windvang al zyn hoop heeft aan verpand,
Reed zyn tot niet geraakt, dus sou ik ook geloven,
Dat gy hem op dien voet Klarice sult ontroven.
Edeling.
Wyl ‘t hier tog is gedaan, bid ik u, ga met my
Naar ‘t Hof van Holland, daar zyn wy hier digte by,
En laat ons op ‘t succes eens van myn liefde drinken,
En op den ondergang van d’Actiehandel klinken.
Hoopryk.
Het eerste keur ik goed, maar ‘t laast’ staat my niet aan.
Edeling.
Wel doe dan ‘t geen gy met uw voordeel vind geraân.
Eind van ‘t Tweede Bedryf.
DERDE BEDRYF.
EERSTE TONEEL
Windvang, Katryn.
Windvang.
KAtryn, kan ik myn Heer Wingaren weleens spreken?
Katryn.
Die ‘s nog niet by der handt, maar wat komt u gebreken?
Kan ik de boodschap doen?
Windvang
Niet al te wel Katryn.
Maar meisje hoor eens hier.
Katryn.
Wel wat zal ‘t nu weêr zyn?
Windvang
Ik zal ‘t u seggen; sagt, wil niet zo haastig wesen.
Heb jei jou leven wel Komedien gelesen?
Katryn.
Wel seker, sou ik niet?
Windvang.
Dan weet je wel
Dat meest minnâry is de inhoud van een spel?
Katryn.
Wat komt dat hier te pas?
Windvang.
Alsagt, heb wat patientie,
‘k Zal ‘t u seggen, maar geef dan wat audiëntie.
Je weet een Spel bestaat het meest in minnary,
Daar vaak een Minnaar tragt om zyne weêrparty
De bruid te ontdraaijen, daar hy al zyn hoop op bouwde;
Nu, by de Minnares is veeltyds een Vertrouwde,
Die haar geheimen weet en ondersteund met raad,
Dies twyffel ik geensints, of zyt in deez’ staat
Nu ook Vertrouwde van Klarice, en haar gedagten
Zyn u bekent, wijl ik ‘t onmogelijk sou agten.
Dat gy niet weten soud wat zy dat gy verkiest,
En of Heer edeling, of ik haar gunst verliest.
Katryn.
Is dat nu ‘t heel verhaal, waarom dat ik patientie
Moest oeff’nen, en aan u eerst geven audientie?
Gy vraagt my iets, dat ik nog nimmer heb verstaan.
Maar zo gy ‘t weten wilt, so spreek Klarice aan,
Die sal u ligt in ‘t kort wel duidelyk doen horen,
Of zy Heer edeling, of u heeft uitverkoren.
Windvang.
‘k Weet haar verkiezing wel, maar ‘k weet ook dat de zin.
Van haaren Vader stryd met ‘t oogmerk van haar min;
Dies wenste ik maar alleen van u eens regte te weten,
Of zy haar dogters pligt so ruuk’loos sou vergeten
En minnen Edeling, dan of zy naar zyn wil
My wederom bemind.
Katryn.
Myn Heer, in dit geschil
Geloof ik, dat haar keur naar Edeling sou keren;
Dog vraag my niet, de tyd sal u die saak wel leren.
Windvang.
Zy sou dien Lantersant dan nog beminnen? Ja
In weêrwil van myn min en ‘s Vaders ongenaâ.
Katryn, weet gy geen raad om hare min te breken?
Och! wou je een woordje maar voor my ten besten spreken!
Wie weet of ik daar door myn oogwit niet bekwam.
Column 2
Windvang (vervolgd).
Dan gaf ik u…
Katryn.
Wattog?
Windvang.
Twee Actie op Edam.
Katryn.
Je kunt jou Acties in Quinquenpoix verkopen;
Ik ben Vertroude, en ik sou myn pligt verlopen;
Op Windvangs raad, om wind? Neen Koopman van Eool,
‘k Vind geen behagen in jou schyn schone Actiekool.
Myn Heer, so gy ooit hebt Komediën gelezen,
Zo weet gy wel dat Vertrouwde, trouw moet wezen,
En noit bedriegen tot haar voordeel of gewin,
Die geen, die haar ‘t geheim betrouwd van hare min.
Ook was ‘t nutter mmet een Kamelon te trouwen,
Als met myn Juffrouw, want die kunje makk’lyk houwen
Man vind, die u het hoofd reeds so heeft opgevuld,
Dat gy eerlang uw beurs bedroefd beklagen sult.
Windvang.
Wel stoute Meid! Wat heb jei van de wind te seggen!
Katryn.
Niets, als datge als die storm van Acties eens gaat leggen,
Belaân van geld, gelijk een Nagtuil van verstand,
Een dooltogt doen sult naar het warme Peperland,
Want dat is de uitvlugt meest van die hun gelt verspillen,
Het zy met Acties, of met diergelijke grillen.
Windvang.
Zwyg Onbedagte! Want gy weet niet wat gy zegt.
Katryn.
En gy niet wat gy doet, dat is nog ruim zo slegt.
Windvang.
Het lust my nu niet meêr mijn hoofd met u te breken;
Zeg aan uw Heer dat ik hem dadelijk sal spreken;
Maar denk dan dat ik ook my van uw onbescheid
By hem beklagen sal.
Katryn.
Een kleine zwarigheid.
TWEEDE TONEEL
Katryn, alleen.
GA Koopman van Papier, die intrest zoekt te halen,
By Vodden, Draf, en Kool, de Wind zal u betalen;
Klarice is niet voor u, want gy op winst geset,
Liet haar om Quinquenpoix des nagts alleen in ‘t bed
Uw trouw vervloeken, want gy schuuwd de Zonnestralen,
En meind Mevrouw Diaan om winst by haar te halen.
‘k Zie daar voor haar gelijk alreê een and’re Ster.
DERDE TONEEL
Edeling, Katryn.
Edeling.
KAtryn, waar is uw Heer?
Katryn.
Myn Heer is nu niet ver;
Meêr van het Laaz’rus huis, of ’t eintje van zyn leven,
Want gist’ren avond heeft hy klare blyk gegeven,
Dat hy verstoord is op Herr Windvang, en dat is
Een blyk van dolligheid of van zyn dood, naar ‘k gis;
Een ‘t geen my aldermeest doet voor die rampen vresen
Dus schynt hy naar my dunkt, geheel getransformeerd,
En meêr herschapen als ooit Naso heeft geleerd.
Want hy is nu van gek in wyshervormd.
Edeling.
De reden
Van die verand’ring, is my lligtelyk te ontleden,
Door ‘t geen ‘er gist’ren is in Quinquenpoix geschied,
Waar door ik ligt mijn wens nog desen dag geniet;
Maar ’k sal die reden aan Klarice self ontvouwen,
Versoek of ik nu de eer mag hebben haar te aanschouwen.
Katryn.
‘t Is wel mijn Heer, ik sal ‘t haar seggen, dat gy wagt
Om haar te zien.
VIERDE TONEEN.
Edeling, alleen.
GA heen, wyl ik nietsliever tragt
Dan haar te aanschouwen, die my ‘t meeste kan behagen.
Nu hoop ik sal de Zon van mijn geluk eens dagen,
En Windvang deer’lijk in zyn hoop te loor gesteld,
Zig zien op eenentyd ontbloot van Bruid en Geld,
Zyn Windnegotie nog vervloeken, wyl veel menssen
Die Actiehandelaars ontelb’re rampen wenssen,
En zig verheugen in hun deerelyken staat,
Al-
De Windhandel or Bubble's Companies - Act II, Scene 7; Act III, Scenes 1-4
Column 1
ZEVENDE TONEEL.
Edeling, Trouwhart, Hoopryk, Pieter.
Pieter.
Die Akkergraven; schoon der niemand is greaakt;
Die hebben Quinquenpoix al vry wat schoon gemaakt.
Trouwhart.
Dat ‘s waar; maar Edeling zou ‘t naar u dunk nu lukken,
Om Windvang zyne Bruid door dese list te ontrukken?
Edeling.
If twyffel geenzins, want haar Vader heeft van woord
Tot woord, al ons gedoen en koopmanschap gehoord;
En ‘t scheen dat hy daar in niet weinig had behagen
Daar Windvang in de vlugt so deer’lyk had geslagen.
Hoopryk.
Dat ondersteund uw zaak, te meêr, wyl Gelderland
En Dort; daar Windvang al zyn hoop heeft aan verpand,
Reed zyn tot niet geraakt, dus sou ik ook geloven,
Dat gy hem op dien voet Klarice sult ontroven.
Edeling.
Wyl ‘t hier tog is gedaan, bid ik u, ga met my
Naar ‘t Hof van Holland, daar zyn wy hier digte by,
En laat ons op ‘t succes eens van myn liefde drinken,
En op den ondergang van d’Actiehandel klinken.
Hoopryk.
Het eerste keur ik goed, maar ‘t laast’ staat my niet aan.
Edeling.
Wel doe dan ‘t geen gy met uw voordeel vind geraân.
Eind van ‘t Tweede Bedryf.
DERDE BEDRYF.
EERSTE TONEEL
Windvang, Katryn.
Windvang.
KAtryn, kan ik myn Heer Wingaren weleens spreken?
Katryn.
Die ‘s nog niet by der handt, maar wat komt u gebreken?
Kan ik de boodschap doen?
Windvang
Niet al te wel Katryn.
Maar meisje hoor eens hier.
Katryn.
Wel wat zal ‘t nu weêr zyn?
Windvang
Ik zal ‘t u seggen; sagt, wil niet zo haastig wesen.
Heb jei jou leven wel Komedien gelesen?
Katryn.
Wel seker, sou ik niet?
Windvang.
Dan weet je wel
Dat meest minnâry is de inhoud van een spel?
Katryn.
Wat komt dat hier te pas?
Windvang.
Alsagt, heb wat patientie,
‘k Zal ‘t u seggen, maar geef dan wat audiëntie.
Je weet een Spel bestaat het meest in minnary,
Daar vaak een Minnaar tragt om zyne weêrparty
De bruid te ontdraaijen, daar hy al zyn hoop op bouwde;
Nu, by de Minnares is veeltyds een Vertrouwde,
Die haar geheimen weet en ondersteund met raad,
Dies twyffel ik geensints, of zyt in deez’ staat
Nu ook Vertrouwde van Klarice, en haar gedagten
Zyn u bekent, wijl ik ‘t onmogelijk sou agten.
Dat gy niet weten soud wat zy dat gy verkiest,
En of Heer edeling, of ik haar gunst verliest.
Katryn.
Is dat nu ‘t heel verhaal, waarom dat ik patientie
Moest oeff’nen, en aan u eerst geven audientie?
Gy vraagt my iets, dat ik nog nimmer heb verstaan.
Maar zo gy ‘t weten wilt, so spreek Klarice aan,
Die sal u ligt in ‘t kort wel duidelyk doen horen,
Of zy Heer edeling, of u heeft uitverkoren.
Windvang.
‘k Weet haar verkiezing wel, maar ‘k weet ook dat de zin.
Van haaren Vader stryd met ‘t oogmerk van haar min;
Dies wenste ik maar alleen van u eens regte te weten,
Of zy haar dogters pligt so ruuk’loos sou vergeten
En minnen Edeling, dan of zy naar zyn wil
My wederom bemind.
Katryn.
Myn Heer, in dit geschil
Geloof ik, dat haar keur naar Edeling sou keren;
Dog vraag my niet, de tyd sal u die saak wel leren.
Windvang.
Zy sou dien Lantersant dan nog beminnen? Ja
In weêrwil van myn min en ‘s Vaders ongenaâ.
Katryn, weet gy geen raad om hare min te breken?
Och! wou je een woordje maar voor my ten besten spreken!
Wie weet of ik daar door myn oogwit niet bekwam.
Column 2
Windvang (vervolgd).
Dan gaf ik u…
Katryn.
Wattog?
Windvang.
Twee Actie op Edam.
Katryn.
Je kunt jou Acties in Quinquenpoix verkopen;
Ik ben Vertroude, en ik sou myn pligt verlopen;
Op Windvangs raad, om wind? Neen Koopman van Eool,
‘k Vind geen behagen in jou schyn schone Actiekool.
Myn Heer, so gy ooit hebt Komediën gelezen,
Zo weet gy wel dat Vertrouwde, trouw moet wezen,
En noit bedriegen tot haar voordeel of gewin,
Die geen, die haar ‘t geheim betrouwd van hare min.
Ook was ‘t nutter mmet een Kamelon te trouwen,
Als met myn Juffrouw, want die kunje makk’lyk houwen
Man vind, die u het hoofd reeds so heeft opgevuld,
Dat gy eerlang uw beurs bedroefd beklagen sult.
Windvang.
Wel stoute Meid! Wat heb jei van de wind te seggen!
Katryn.
Niets, als datge als die storm van Acties eens gaat leggen,
Belaân van geld, gelijk een Nagtuil van verstand,
Een dooltogt doen sult naar het warme Peperland,
Want dat is de uitvlugt meest van die hun gelt verspillen,
Het zy met Acties, of met diergelijke grillen.
Windvang.
Zwyg Onbedagte! Want gy weet niet wat gy zegt.
Katryn.
En gy niet wat gy doet, dat is nog ruim zo slegt.
Windvang.
Het lust my nu niet meêr mijn hoofd met u te breken;
Zeg aan uw Heer dat ik hem dadelijk sal spreken;
Maar denk dan dat ik ook my van uw onbescheid
By hem beklagen sal.
Katryn.
Een kleine zwarigheid.
TWEEDE TONEEL
Katryn, alleen.
GA Koopman van Papier, die intrest zoekt te halen,
By Vodden, Draf, en Kool, de Wind zal u betalen;
Klarice is niet voor u, want gy op winst geset,
Liet haar om Quinquenpoix des nagts alleen in ‘t bed
Uw trouw vervloeken, want gy schuuwd de Zonnestralen,
En meind Mevrouw Diaan om winst by haar te halen.
‘k Zie daar voor haar gelijk alreê een and’re Ster.
DERDE TONEEL
Edeling, Katryn.
Edeling.
KAtryn, waar is uw Heer?
Katryn.
Myn Heer is nu niet ver;
Meêr van het Laaz’rus huis, of ’t eintje van zyn leven,
Want gist’ren avond heeft hy klare blyk gegeven,
Dat hy verstoord is op Herr Windvang, en dat is
Een blyk van dolligheid of van zyn dood, naar ‘k gis;
Een ‘t geen my aldermeest doet voor die rampen vresen
Dus schynt hy naar my dunkt, geheel getransformeerd,
En meêr herschapen als ooit Naso heeft geleerd.
Want hy is nu van gek in wyshervormd.
Edeling.
De reden
Van die verand’ring, is my lligtelyk te ontleden,
Door ‘t geen ‘er gist’ren is in Quinquenpoix geschied,
Waar door ik ligt mijn wens nog desen dag geniet;
Maar ’k sal die reden aan Klarice self ontvouwen,
Versoek of ik nu de eer mag hebben haar te aanschouwen.
Katryn.
‘t Is wel mijn Heer, ik sal ‘t haar seggen, dat gy wagt
Om haar te zien.
VIERDE TONEEN.
Edeling, alleen.
GA heen, wyl ik nietsliever tragt
Dan haar te aanschouwen, die my ‘t meeste kan behagen.
Nu hoop ik sal de Zon van mijn geluk eens dagen,
En Windvang deer’lijk in zyn hoop te loor gesteld,
Zig zien op eenentyd ontbloot van Bruid en Geld,
Zyn Windnegotie nog vervloeken, wyl veel menssen
Die Actiehandelaars ontelb’re rampen wenssen,
En zig verheugen in hun deerelyken staat,
Al-