Jan-Mark Schout
28-12-2018 SNCB 625 + 709 + 736, Ernage
Onvermijdelijk werd 2018, het jaar waarin gedurende vijftig dagen de talloze geneugten van ons innig geliefde België konden worden gesmaakt, besloten door ten laatste male bij onze zuiderburen te vertoeven. Nademaal hier te lande het kerstfeest was gevierd, werd besloten om de dagen tussen kerst en de jaarwisseling in België door te brengen. Ik nodigde mijn neefje uit om met hem een drietal dagen richting een der andere landen in de Benelux te trekken, en zo geschiedde. Tijdens deze driedaagse kon een bezoek aan het mooiste landsdeel - te weten Wallonië - niet uitblijven, zodat ik U bij dezen een foto tonen vanuit de westelijke uithoek van de geaccidenteerde Hesbayestreek.
De tweede dag van ons beider minivakantie begon zowaar niet bijzonder vroeg, doch eerst rond half zeven toen we vanuit het Zeeuwse de trein naar Roosendaal namen. Aldaar aangekomen, stond er een gemoderniseerde vierledige voor ons klaar om de omnibus naar Essen, Antwerpen en Puurs te verzekeren. Dankzij het feit dat de vorige rit slechts weinig reizigers telde, was het merendeel der deuren nog gesloten en konden we in een bijzonder warme coupé instappen. De chauffage was merkbaar actief, zodat langzaam maar zeker een temperatuur van omtrent vijfentwintig graden Celsius werd behaald, waardoor onze coupé tot een zeer behaaglijke ruimte transformeerde. Dankzij de goede chauffage vlogen de eerste Belgische kilometers voorbij, zodat eerder dan gehoopt op een Break richting de luchthaven werd overgestapt. Middels deze rit - waarvan genoten werd door bovenop een der motoren te zitten - en een overstap op de luchthaven en te Leuven werd even na tien uur de taalgrens gepasseerd, zodat we de komende uren veilig waren in Wallonië.
We keken kortstondig rond op het ietwat gedateerde station van Ottignies - des lands grootste station met perrons van vierentwintig centimeter - waarna we via Gembloux op het eenzame station van Ernage uitstapten. Ik wilde naar ginder trekken om tweeërlei redenen: enerzijds de reeds diverse malen aangehaalde reversibele rammen richting Luxembourg-Ville, doch veelmeer wegens de tweede reden: de nieuwe 'Starleistung' van de Klassiekskes. Nevens de gekende inzet op de semi-direct van Turnhout naar Binche, waar één Klassiekje samen met een vierledige rijdt en er een trein rijdt met twee Klassiekjes, is sedert de herfst van 2018 een absolute topprestatie hieraan toegevoegd: de directe trein van Brussel naar Liège-Saint-Lambert, dewelke hierna leeg doorrijdt richting Liers-Faisceau. Een doorgaande rit van ruim tweeënhalf uur, die daarenboven door maar liefst drie tweeledigen wordt verzekerd. Reeds enige malen had ik van deze samenstelling gehoord en deze ook gezien, doch ik wist aanvankelijk niet dat dit de voorziene samenstelling was. Met het vernemen van die informatie besloot ik om eindelijk eens een deftige foto op L161 van deze trein te maken, daar op deze lijn ook de reversibele rammen richting Luxembourg rijden.
De schrijver dezes koos na een korte speurtocht voor twee klassieke stations langsheen deze lijn, te weten Ernage en Mont-Saint-Guibert. De laatste is gekend vanwege het fotopunt met de hoge brug op de achtergrond, doch Ernage is nog authentieker dan Mont-Saint-Guibert. Elementen als lage, onverharde perrons, oude stationsborden en oude wachthokjes, het is allemaal aanwezig. De Roeselarehekjes zijn hier evenwel afwezig en vervangen door andere betonnen hekjes, waar misschien de verhoogde ligging van het station aan ten grondslag is - station Ernage is namelijk op een spoordijk gelegen, die het kleine dorp in tweeën snijdt.
In verband met de inzet van de Klassiekjes koos ik ervoor eerst naar Ernage te gaan. Het trio tweeledigen wordt namelijk slechts op drie ritten ingezet, namelijk de 2429, 2411 en 2438. Na aankomst in Forest-Voitures wordt het trio gesplitst, waarna de eerstvolgende twee directe treinen naar Luik met twee respectievelijk één Klassiekje rijdt. Ik had mijn zinnen gezet op de 2411, die rond elven vanuit het Brusselse Zuidstation vertrekt. Dit alles wel met dien verstande, dat Désiro's dikwerf op deze ritten durven in te vallen, zodat de inzet van Klassiekjes op de voornoemde ritten niet gegarandeerd is.
Bij onze reis richting Ernage bemerkten we reeds dat het zeer mistig was, iets wat er niet beter op werd in de komende tijd. Na aankomst op het tamelijk verlaten station stonden we derhalve in een mistige omgeving, die bovenal zeer koud is. Het was zelfs zo koud, dat het vogeltje linksonder in beeld na enig creperen en een dappere doodsstrijd de geest had gegeven. Terwijl mijn neefje middelerwijl in het schuilhuisje kroop om zich enigszins tegen de koude te beschermen, trok ik richting het einde van het perron om de 2E2411 naar Liège-Saint-Lambert en Liers-Faisceau vast te leggen. Het was echter nog enige tijd wachten, zodat ondergetekende langzaam maar zeker bevroor toen EMMA een doorrijdende trein op spoor 1 aankondigde. Het voorste stel bleek het op twee na oudste in dienst zijnde treinstel der SNCB te zijn, te weten de 625 van de deelserie AM '66. Het tweede stel was het laatste in dienst zijnde ongemodeniseerde treinstel van het type '74, namelijk de 709, terwijl het laatste stel de 736 was van het type AM '78.
Na deze foto verlieten we het zeer mistige Ernage en vervolgden we onze reis naar de Mont-Saint-Guibert, waar ik een foto bij de brug en een bezoek aan de locale friterie wilde combineren. De friterie Fauvile bleek echter congé te hebben genomen, zodat we ons tot ons beider leedwezen tot de plaatselijke Spar moesten wenden. Gespijzigd konden we nadien de Hesbaye verlaten, waarna nog een bezoek aan Lustin met de prachtige omgeving aan de oevers van de Maas volgde. De volgende dag heb ik geen foto's meer getrokken, zodat de U getoonde foto een van de laatste foto's is die ik in 2018 heb gemaakt. Zoals U wel hebt gemerkt, was het merendeel der opnames afkomstig uit België, zodat de eerste foto van 2019 er eentje uit Nederland zal zijn ;-)
28-12-2018 SNCB 625 + 709 + 736, Ernage
Onvermijdelijk werd 2018, het jaar waarin gedurende vijftig dagen de talloze geneugten van ons innig geliefde België konden worden gesmaakt, besloten door ten laatste male bij onze zuiderburen te vertoeven. Nademaal hier te lande het kerstfeest was gevierd, werd besloten om de dagen tussen kerst en de jaarwisseling in België door te brengen. Ik nodigde mijn neefje uit om met hem een drietal dagen richting een der andere landen in de Benelux te trekken, en zo geschiedde. Tijdens deze driedaagse kon een bezoek aan het mooiste landsdeel - te weten Wallonië - niet uitblijven, zodat ik U bij dezen een foto tonen vanuit de westelijke uithoek van de geaccidenteerde Hesbayestreek.
De tweede dag van ons beider minivakantie begon zowaar niet bijzonder vroeg, doch eerst rond half zeven toen we vanuit het Zeeuwse de trein naar Roosendaal namen. Aldaar aangekomen, stond er een gemoderniseerde vierledige voor ons klaar om de omnibus naar Essen, Antwerpen en Puurs te verzekeren. Dankzij het feit dat de vorige rit slechts weinig reizigers telde, was het merendeel der deuren nog gesloten en konden we in een bijzonder warme coupé instappen. De chauffage was merkbaar actief, zodat langzaam maar zeker een temperatuur van omtrent vijfentwintig graden Celsius werd behaald, waardoor onze coupé tot een zeer behaaglijke ruimte transformeerde. Dankzij de goede chauffage vlogen de eerste Belgische kilometers voorbij, zodat eerder dan gehoopt op een Break richting de luchthaven werd overgestapt. Middels deze rit - waarvan genoten werd door bovenop een der motoren te zitten - en een overstap op de luchthaven en te Leuven werd even na tien uur de taalgrens gepasseerd, zodat we de komende uren veilig waren in Wallonië.
We keken kortstondig rond op het ietwat gedateerde station van Ottignies - des lands grootste station met perrons van vierentwintig centimeter - waarna we via Gembloux op het eenzame station van Ernage uitstapten. Ik wilde naar ginder trekken om tweeërlei redenen: enerzijds de reeds diverse malen aangehaalde reversibele rammen richting Luxembourg-Ville, doch veelmeer wegens de tweede reden: de nieuwe 'Starleistung' van de Klassiekskes. Nevens de gekende inzet op de semi-direct van Turnhout naar Binche, waar één Klassiekje samen met een vierledige rijdt en er een trein rijdt met twee Klassiekjes, is sedert de herfst van 2018 een absolute topprestatie hieraan toegevoegd: de directe trein van Brussel naar Liège-Saint-Lambert, dewelke hierna leeg doorrijdt richting Liers-Faisceau. Een doorgaande rit van ruim tweeënhalf uur, die daarenboven door maar liefst drie tweeledigen wordt verzekerd. Reeds enige malen had ik van deze samenstelling gehoord en deze ook gezien, doch ik wist aanvankelijk niet dat dit de voorziene samenstelling was. Met het vernemen van die informatie besloot ik om eindelijk eens een deftige foto op L161 van deze trein te maken, daar op deze lijn ook de reversibele rammen richting Luxembourg rijden.
De schrijver dezes koos na een korte speurtocht voor twee klassieke stations langsheen deze lijn, te weten Ernage en Mont-Saint-Guibert. De laatste is gekend vanwege het fotopunt met de hoge brug op de achtergrond, doch Ernage is nog authentieker dan Mont-Saint-Guibert. Elementen als lage, onverharde perrons, oude stationsborden en oude wachthokjes, het is allemaal aanwezig. De Roeselarehekjes zijn hier evenwel afwezig en vervangen door andere betonnen hekjes, waar misschien de verhoogde ligging van het station aan ten grondslag is - station Ernage is namelijk op een spoordijk gelegen, die het kleine dorp in tweeën snijdt.
In verband met de inzet van de Klassiekjes koos ik ervoor eerst naar Ernage te gaan. Het trio tweeledigen wordt namelijk slechts op drie ritten ingezet, namelijk de 2429, 2411 en 2438. Na aankomst in Forest-Voitures wordt het trio gesplitst, waarna de eerstvolgende twee directe treinen naar Luik met twee respectievelijk één Klassiekje rijdt. Ik had mijn zinnen gezet op de 2411, die rond elven vanuit het Brusselse Zuidstation vertrekt. Dit alles wel met dien verstande, dat Désiro's dikwerf op deze ritten durven in te vallen, zodat de inzet van Klassiekjes op de voornoemde ritten niet gegarandeerd is.
Bij onze reis richting Ernage bemerkten we reeds dat het zeer mistig was, iets wat er niet beter op werd in de komende tijd. Na aankomst op het tamelijk verlaten station stonden we derhalve in een mistige omgeving, die bovenal zeer koud is. Het was zelfs zo koud, dat het vogeltje linksonder in beeld na enig creperen en een dappere doodsstrijd de geest had gegeven. Terwijl mijn neefje middelerwijl in het schuilhuisje kroop om zich enigszins tegen de koude te beschermen, trok ik richting het einde van het perron om de 2E2411 naar Liège-Saint-Lambert en Liers-Faisceau vast te leggen. Het was echter nog enige tijd wachten, zodat ondergetekende langzaam maar zeker bevroor toen EMMA een doorrijdende trein op spoor 1 aankondigde. Het voorste stel bleek het op twee na oudste in dienst zijnde treinstel der SNCB te zijn, te weten de 625 van de deelserie AM '66. Het tweede stel was het laatste in dienst zijnde ongemodeniseerde treinstel van het type '74, namelijk de 709, terwijl het laatste stel de 736 was van het type AM '78.
Na deze foto verlieten we het zeer mistige Ernage en vervolgden we onze reis naar de Mont-Saint-Guibert, waar ik een foto bij de brug en een bezoek aan de locale friterie wilde combineren. De friterie Fauvile bleek echter congé te hebben genomen, zodat we ons tot ons beider leedwezen tot de plaatselijke Spar moesten wenden. Gespijzigd konden we nadien de Hesbaye verlaten, waarna nog een bezoek aan Lustin met de prachtige omgeving aan de oevers van de Maas volgde. De volgende dag heb ik geen foto's meer getrokken, zodat de U getoonde foto een van de laatste foto's is die ik in 2018 heb gemaakt. Zoals U wel hebt gemerkt, was het merendeel der opnames afkomstig uit België, zodat de eerste foto van 2019 er eentje uit Nederland zal zijn ;-)