Jan-Mark Schout
13-05-2017 TEC 7436, Anderlues Grand Couture
Al geruime tijd geleden had het plan bij de schrijver dezes postgevat om eens richting de industriële regio van Charleroi te trekken. Ofschoon ondergetekende daar vorig jaar reeds eenmaal had verkeerd, was dat slechts een kort bezoek, waarbij aangaande de trams in Charleroi alleen op station Charleroi-Sud werd gebivakkeerd. Dientenvolge wilde ik graag dit jaar eens verder kijken dan alleen daar, en een bezoekje aan Anderlues stond zeker op het programma. Spoorpunt.nl had al meermaals foto's uit die contreien getoond, en vanwege het enkelspoor aldaar stond die plaats hoog op mijn wensenlijst. Woorden werden in dezen niet omgezet in daden, dus aanvankelijk zou dit bezoek pas in augustus plaats hopen te vinden.
Eensklaps doorsneed een foto zijnerzijds deze plannen: het verontrustende bericht kwam mij ter ore dat het enkelspoor hier weldra verleden tijd zou zijn. Uw fotograaf besloot daarom om eventjes op Flickr rond te kijken, waarop de conclusie werd getrokken dat een bezoekje zeer zeker moest worden afgelegd: Anderlues bleek - hoewel dat dus aanvankelijk niet tot mij was doorgedrongen - een curiositeit te bevatten: het is namelijk de laatste locatie waar de aloude SNCV-beveiliging actief is. Degenen die van de SNCV ontwetend zijn, behoeven mijns inziens een toelichting in dezen, die derhalve eerst volgt.
De Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen (NMVB), oftewel de Société Nationale des Chemins de fer Vicinaux (SNCV) genaamd in de andere helft van het Belgenland, is een wezenlijk onderdeel van de geschiedenis van het openbaar vervoer. De SNCV - omwille van de relatie met mijn bezoek aan Anderlues pleeg ik de Franse naam te bezigen - was een in Nederlandse ogen uniek bedrijf: het doel was om heel België tramlijnen aan te leggen, en juist daar waar er geen spoorlijnen werden aangelegd. Zo ongeveer tot aan de Tweede Wereldoorlog werden vele, vele tramlijnen aangeleged, die inderdaad heel België doorkruisten. Dit maakte het mogelijk om enorm lange reizen te ondernemen, die uitsluitend met de tram gemaakt werden. De tramfanaat kon op die wijze van Oostende tot aan Eupen reizen, zonder van de trein gebruik te hoeven maken. De erg uitgebreide spoornetten waren dus een lust voor de tramliefhebber: Maurits van Witsen heeft hier in Op de Rails daarom een aantal maal verslag van gedaan.
Zo rond 1945 bevond de SNCV zich op een hoogtepunt: het totale net omvatte bijna vijfduizend kilometer aan tramlijnen! Alhoewel in Nederland de neergang van de spoorwegen reeds in de jaren \'30 begon, vond deze afkalving bij de zuiderburen pas rond 1950 plaats. Vanaf dat moment verdween in ras tempo een groot deel van het buurtspoortramnet, in zo'n vijftien jaar tijd verdween driekwart van het net. Sedert de opheffing van de laatste buurttramlijnen rondom Brussel in 1978, bleek de buurttram in Henegouwen de laatste der Mohikanen te zijn. Dit trieste feit heeft ertoe geleid dat de buurttram van Henegouwen - mijns inziens terecht - tot een mytische status is verheven. Het feit dat de tramliefhebbers die ook de moderne media gebruiken, ook 'alleen maar' die lijnen hebben meegemaakt, draagt daar uiteraard aan bij.
In de geschiedenis van de SNCV concentreren we ons derhalve op de provincie Henegouwen. Nadat de meeste tramlijnen in de jaren vijftig en zestig waren opgeheven, bevond het net zich in een tijdelijk rust. Er werden slechts enkele lijnen opgeheven na 1960, maar dat was vooral doordat ze weinig gebruikt waren, en niet in het kader van geldbesparingen. Rond de jaren zeventig achtte Antwerpen het nodig dat zij een premetrosysteem kreeg, omdat de stad té druk werd. Vanwege de zeer beruchte wafelijzerpolitiek moest ook een Waalse stad dan een premetrosysteem krijgen. Charleroi was de enige plaats in Wallonië waar nog een tram reed, en de keuze om een premetrosysteem aan te leggen viel derhalve op de genoemde stad. Het premetrosysteem zou de omringende plaatsen van Charleroi omsluiten, hetgeen tegelijkertijd een aanvulling op de nog resterende tramlijnen inhield. Ten behoeve van dit project werd besloten om nieuwe trajecten aan te leggen, waar de tram op een vrije baan zou rijden, en tevens werden op enkele plaatsen tramtunnels gepland. Het resultaat zou dus een tramnet zijn, dat in het centrum enkele tunnels zou bevatten, en waarbij buiten deze 'ring' uitlopers zouden komen, deels op de vrije baan.
Driftig werd het bouwgereedschap ter hand genomen en reeds in 1976 werd het eerste gedeelte geopend, namelijk Charleroi-Sud - Villette. De aanleg van de premetro bleek onderdeel te zijn van een grootscheepse vernieuwing: naast de premetro werden voor deze tramlijnen en voor een deel van de buurttramlijnen nieuwe BN-trams besteld, en bovendien zou de infrastructuur van de buurttram worden gemoderniseerd. Men meende namelijk dat de nieuwe BN-trams te belastend zouden zijn voor de huidige infrastructuur, waardoor er bijvoorbeeld een ander type spoor moest worden gebruikt. Tot slot werden een aantal S-trams gemoderniseerd tot SJ-trams (de J van het depot Jumet, waar ze verbouwd werden). Op een aantal trajecten werd daarom al begonnen om de infrastructuur op te knappen, als eerste werd de bovenleiding vernieuwd.
Helaas, grote bezuinigingen doorkruiste deze vernieuwingen. Tegelijk met de grondige moderniseringsslag, met de daarbij gepaard gaande aanleg van het premetrosysteem, stak een economische crisis de kop op in de tachtiger jaren: als gevolg van de oliecrisis moest men enorm bezuinigen, in Nederland hebben de eerst twee kabinetten van CDA'er Ruud Lubbers dit gedaan. Vanaf nu werd het resterende buurttramnet geleidelijk opgeheven, wat er bij tijd en wijle tamelijk vreemd aan toe ging. Diverse trajecten werden namelijk gedeeltelijk vernieuwd, maar plotseliing staakte men de werkzaamheden en is de buurttram niet meer weergekeerd op dat traject. De ironie wil dus dat juist door de werkzaamheden ten behoeve van de modernseringen vele trajecten zijn opgeheven.
Kortom, het resterende buurttramnet verdween in rap tempo. Enkelen op Flickr hebben die periode gelukkig nog meegemaakt, en zij mogen zich derhalve in de bevoorrechte positie bevinden om op dat terrein een schitterend archief te hebben. Uiteindelijk was het laatste restant nog de tramlijn 90, die vanaf Charleroi via Anderlues naar La Louvière reed. Deze tramlijn is niet zo zeer opgeheven door een bezuiniging, alswel door de regionalisering van de NMVB. In 1992 besloot men namelijk om dit landelijke bedrijf op te gaan splitsen in meerdere ondernemingen, namelijk De Lijn voor Vlaanderen en TEC voor het openbaar vervoer in Wallonië. De TEC werd echter ook weer opgesplitst in vijf subondernemingen, waarbij TEC Charleroi en TEC Henegouwen in dezen van belang zijn. De scheiding tussen deze beide organisaties liep net ten westen van Anderlues, waardoor het beheer van tramlijn 90 dus in tweeën werd gesplist. TEC Henegouwen zou dus een deel van de kosten moeten betalen, wat het helaas niet deed. Deze reden deed de buurttram dus definitief de das om: op 29 augustus 1993 werd het traject Anderlues - La Louvière opgeheven. Ook hier geldt dus: veel geld is uitgegeven om het traject op te knappen, en even later werd het traject opgeheven. Sedertdien vormen de metrolijnen M1 en M2 (Anderlues - Charleroi) het overblijfsel van de eens zo grote buurtspoorwegen.
De buurttramtrajecten, evenals het buurtspoormaterieel (de bekende S-trams) zijn verdwenen, maar desondanks bleef één SNCV-relict intact: de beveiliging. Vrijwel alle trajecten waren namelijk enkelsporig, en dit vroeg uiteraard om een vorm van beveiliging. Hiertoe had de SNCV een eigen seinstelsel ontwikkeld, dat ik in een van de volgende foto's hoop toe te lichten. We kunnen dus concluderen dat het traject van de M1 en de M2, meer bepaald het traject Pétria - Monument een laatste SNCV-relict is, namelijk zowel om het enkelspoor als om de beveiliging.
Dit in gedachten houdend, was absoluut een reden om eens naar Anderlues te trekken. Dankzij een foto van Spoorpunt.nl en de daarbij toegevoegde reactie van de onvolprezen buurttramexpert Wattman (trams, treinen, etc) werd ik op het laatste nippertje wakker geschud: vanaf 15 mei zijn er werkzaamheden op het traject tussen Pétria en Monument, waarbij de beveiliging wordt vernieuwd en er een deel van het enkelspoor verdwijnt. Dit is erg jammer, vooral vanwege het verdwijnen van de beveiliging. Dankzij het initiatief van Hendrik om eens die kant op te trekken voor het te laat is, werd ik dus net op tijd nog in staat gesteld om Anderlues te bezoeken. Tot onze spijt bleek er niet meer animo te zijn voor een afscheidsexcursie, waardoor Hendrik en ondergetekende slechts de enigen waren die nog die kant op trokken. Na een erg lange treinreis - meer dan zes uur kostte het om in Anderlues te komen - bereikten we dan eindelijk het gewenste doel. Vanaf het eindpunt Monument te Anderlues zijn we toen teruggelopen naar de halte Surchiste, waarbij we onderweg de nodige trams op de foto\'s zetten.
Op deze laatste zaterdag voor de werkzaamheden rijdt er, zoals normaal, slechts eens in het halfuur een tram, in plaats van een werkdagelijkse kwartierdienst. Het was dus telkens een poos wachten op de volgende tram, maar de aanwezigheid van Hendrik verlichtte het wachten gelukkig. Terwijl we langs het traject liepen, kon hij mij namelijk veel interessante informatie meedelen over de situatie vroeger, waardoor de tijd werkelijk voorbij vloog. De excursie naar Anderlues is derhalve zeer geslaagd, vooral door de erg interessante verhalen van Hendrik, waarvoor dank overigens!
In deze reportage hoop ik U enige SNCV-relicten te laten zien, waarbij we beginnen bij Grand Coupure te Anderlues. Officieel is Monument het eindpunt, maar feitelijk rijden de trams steevast door naar de wisselplaats Grand Coupure, dat zo'n honderd meter verderop ligt. Grand Couture is hiermee het echte eindpunt van het traject Charleroi - Anderlues, dat vroeger verder liep als tramlijn 90 via Binche naar La Louvière. De foto toont U ditmaal tramstel 7436, dat in ruste hier stilstaat in de lommerrijke omgeving. Nota bene: we troffen toevalligerwijs net een reclametram, in plaats van een gewoon stel in de TEC-kleurstelling. Het is goed te zien dat de reclame er al een tijdje opzit, me dunkt. Achter de fotograaf bevindt zich de wisselplaats, dit is dus echt het laatste stukje spoor van het traject. Een stukje verderop staat het stootblok: al bijna 25 jaar lang rijdt de tram niet meer verder. Wat in dezen enigszins merkwaardig is: dankzij de sluiting van het baanvak naar La Louvière is Grand Coupure weer een wisselplaats geworden. Jarenlang had men om een duistere reden op één spoor een stootblok geplaatst, waardoor het wissel aan de kant van La Louvière dus onnodig was. De bekende Charleroispecialist 'Razende Reporter' Peter ( phonepics only) Eijkman uit 020 heeft daar een prachtige foto van gemaakt: www.flickr.com/photos/meijkie/16393445477/in/photostream/. De bestuurder is zojuist in deze cabine ingestapt, en heeft reeds de frontseinen ontstoken. Helaas zijn de bestemmingsdisplays weer eens niet te zien, maar die toonden nog steeds Anderlues Monument.
13-05-2017 TEC 7436, Anderlues Grand Couture
Al geruime tijd geleden had het plan bij de schrijver dezes postgevat om eens richting de industriële regio van Charleroi te trekken. Ofschoon ondergetekende daar vorig jaar reeds eenmaal had verkeerd, was dat slechts een kort bezoek, waarbij aangaande de trams in Charleroi alleen op station Charleroi-Sud werd gebivakkeerd. Dientenvolge wilde ik graag dit jaar eens verder kijken dan alleen daar, en een bezoekje aan Anderlues stond zeker op het programma. Spoorpunt.nl had al meermaals foto's uit die contreien getoond, en vanwege het enkelspoor aldaar stond die plaats hoog op mijn wensenlijst. Woorden werden in dezen niet omgezet in daden, dus aanvankelijk zou dit bezoek pas in augustus plaats hopen te vinden.
Eensklaps doorsneed een foto zijnerzijds deze plannen: het verontrustende bericht kwam mij ter ore dat het enkelspoor hier weldra verleden tijd zou zijn. Uw fotograaf besloot daarom om eventjes op Flickr rond te kijken, waarop de conclusie werd getrokken dat een bezoekje zeer zeker moest worden afgelegd: Anderlues bleek - hoewel dat dus aanvankelijk niet tot mij was doorgedrongen - een curiositeit te bevatten: het is namelijk de laatste locatie waar de aloude SNCV-beveiliging actief is. Degenen die van de SNCV ontwetend zijn, behoeven mijns inziens een toelichting in dezen, die derhalve eerst volgt.
De Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen (NMVB), oftewel de Société Nationale des Chemins de fer Vicinaux (SNCV) genaamd in de andere helft van het Belgenland, is een wezenlijk onderdeel van de geschiedenis van het openbaar vervoer. De SNCV - omwille van de relatie met mijn bezoek aan Anderlues pleeg ik de Franse naam te bezigen - was een in Nederlandse ogen uniek bedrijf: het doel was om heel België tramlijnen aan te leggen, en juist daar waar er geen spoorlijnen werden aangelegd. Zo ongeveer tot aan de Tweede Wereldoorlog werden vele, vele tramlijnen aangeleged, die inderdaad heel België doorkruisten. Dit maakte het mogelijk om enorm lange reizen te ondernemen, die uitsluitend met de tram gemaakt werden. De tramfanaat kon op die wijze van Oostende tot aan Eupen reizen, zonder van de trein gebruik te hoeven maken. De erg uitgebreide spoornetten waren dus een lust voor de tramliefhebber: Maurits van Witsen heeft hier in Op de Rails daarom een aantal maal verslag van gedaan.
Zo rond 1945 bevond de SNCV zich op een hoogtepunt: het totale net omvatte bijna vijfduizend kilometer aan tramlijnen! Alhoewel in Nederland de neergang van de spoorwegen reeds in de jaren \'30 begon, vond deze afkalving bij de zuiderburen pas rond 1950 plaats. Vanaf dat moment verdween in ras tempo een groot deel van het buurtspoortramnet, in zo'n vijftien jaar tijd verdween driekwart van het net. Sedert de opheffing van de laatste buurttramlijnen rondom Brussel in 1978, bleek de buurttram in Henegouwen de laatste der Mohikanen te zijn. Dit trieste feit heeft ertoe geleid dat de buurttram van Henegouwen - mijns inziens terecht - tot een mytische status is verheven. Het feit dat de tramliefhebbers die ook de moderne media gebruiken, ook 'alleen maar' die lijnen hebben meegemaakt, draagt daar uiteraard aan bij.
In de geschiedenis van de SNCV concentreren we ons derhalve op de provincie Henegouwen. Nadat de meeste tramlijnen in de jaren vijftig en zestig waren opgeheven, bevond het net zich in een tijdelijk rust. Er werden slechts enkele lijnen opgeheven na 1960, maar dat was vooral doordat ze weinig gebruikt waren, en niet in het kader van geldbesparingen. Rond de jaren zeventig achtte Antwerpen het nodig dat zij een premetrosysteem kreeg, omdat de stad té druk werd. Vanwege de zeer beruchte wafelijzerpolitiek moest ook een Waalse stad dan een premetrosysteem krijgen. Charleroi was de enige plaats in Wallonië waar nog een tram reed, en de keuze om een premetrosysteem aan te leggen viel derhalve op de genoemde stad. Het premetrosysteem zou de omringende plaatsen van Charleroi omsluiten, hetgeen tegelijkertijd een aanvulling op de nog resterende tramlijnen inhield. Ten behoeve van dit project werd besloten om nieuwe trajecten aan te leggen, waar de tram op een vrije baan zou rijden, en tevens werden op enkele plaatsen tramtunnels gepland. Het resultaat zou dus een tramnet zijn, dat in het centrum enkele tunnels zou bevatten, en waarbij buiten deze 'ring' uitlopers zouden komen, deels op de vrije baan.
Driftig werd het bouwgereedschap ter hand genomen en reeds in 1976 werd het eerste gedeelte geopend, namelijk Charleroi-Sud - Villette. De aanleg van de premetro bleek onderdeel te zijn van een grootscheepse vernieuwing: naast de premetro werden voor deze tramlijnen en voor een deel van de buurttramlijnen nieuwe BN-trams besteld, en bovendien zou de infrastructuur van de buurttram worden gemoderniseerd. Men meende namelijk dat de nieuwe BN-trams te belastend zouden zijn voor de huidige infrastructuur, waardoor er bijvoorbeeld een ander type spoor moest worden gebruikt. Tot slot werden een aantal S-trams gemoderniseerd tot SJ-trams (de J van het depot Jumet, waar ze verbouwd werden). Op een aantal trajecten werd daarom al begonnen om de infrastructuur op te knappen, als eerste werd de bovenleiding vernieuwd.
Helaas, grote bezuinigingen doorkruiste deze vernieuwingen. Tegelijk met de grondige moderniseringsslag, met de daarbij gepaard gaande aanleg van het premetrosysteem, stak een economische crisis de kop op in de tachtiger jaren: als gevolg van de oliecrisis moest men enorm bezuinigen, in Nederland hebben de eerst twee kabinetten van CDA'er Ruud Lubbers dit gedaan. Vanaf nu werd het resterende buurttramnet geleidelijk opgeheven, wat er bij tijd en wijle tamelijk vreemd aan toe ging. Diverse trajecten werden namelijk gedeeltelijk vernieuwd, maar plotseliing staakte men de werkzaamheden en is de buurttram niet meer weergekeerd op dat traject. De ironie wil dus dat juist door de werkzaamheden ten behoeve van de modernseringen vele trajecten zijn opgeheven.
Kortom, het resterende buurttramnet verdween in rap tempo. Enkelen op Flickr hebben die periode gelukkig nog meegemaakt, en zij mogen zich derhalve in de bevoorrechte positie bevinden om op dat terrein een schitterend archief te hebben. Uiteindelijk was het laatste restant nog de tramlijn 90, die vanaf Charleroi via Anderlues naar La Louvière reed. Deze tramlijn is niet zo zeer opgeheven door een bezuiniging, alswel door de regionalisering van de NMVB. In 1992 besloot men namelijk om dit landelijke bedrijf op te gaan splitsen in meerdere ondernemingen, namelijk De Lijn voor Vlaanderen en TEC voor het openbaar vervoer in Wallonië. De TEC werd echter ook weer opgesplitst in vijf subondernemingen, waarbij TEC Charleroi en TEC Henegouwen in dezen van belang zijn. De scheiding tussen deze beide organisaties liep net ten westen van Anderlues, waardoor het beheer van tramlijn 90 dus in tweeën werd gesplist. TEC Henegouwen zou dus een deel van de kosten moeten betalen, wat het helaas niet deed. Deze reden deed de buurttram dus definitief de das om: op 29 augustus 1993 werd het traject Anderlues - La Louvière opgeheven. Ook hier geldt dus: veel geld is uitgegeven om het traject op te knappen, en even later werd het traject opgeheven. Sedertdien vormen de metrolijnen M1 en M2 (Anderlues - Charleroi) het overblijfsel van de eens zo grote buurtspoorwegen.
De buurttramtrajecten, evenals het buurtspoormaterieel (de bekende S-trams) zijn verdwenen, maar desondanks bleef één SNCV-relict intact: de beveiliging. Vrijwel alle trajecten waren namelijk enkelsporig, en dit vroeg uiteraard om een vorm van beveiliging. Hiertoe had de SNCV een eigen seinstelsel ontwikkeld, dat ik in een van de volgende foto's hoop toe te lichten. We kunnen dus concluderen dat het traject van de M1 en de M2, meer bepaald het traject Pétria - Monument een laatste SNCV-relict is, namelijk zowel om het enkelspoor als om de beveiliging.
Dit in gedachten houdend, was absoluut een reden om eens naar Anderlues te trekken. Dankzij een foto van Spoorpunt.nl en de daarbij toegevoegde reactie van de onvolprezen buurttramexpert Wattman (trams, treinen, etc) werd ik op het laatste nippertje wakker geschud: vanaf 15 mei zijn er werkzaamheden op het traject tussen Pétria en Monument, waarbij de beveiliging wordt vernieuwd en er een deel van het enkelspoor verdwijnt. Dit is erg jammer, vooral vanwege het verdwijnen van de beveiliging. Dankzij het initiatief van Hendrik om eens die kant op te trekken voor het te laat is, werd ik dus net op tijd nog in staat gesteld om Anderlues te bezoeken. Tot onze spijt bleek er niet meer animo te zijn voor een afscheidsexcursie, waardoor Hendrik en ondergetekende slechts de enigen waren die nog die kant op trokken. Na een erg lange treinreis - meer dan zes uur kostte het om in Anderlues te komen - bereikten we dan eindelijk het gewenste doel. Vanaf het eindpunt Monument te Anderlues zijn we toen teruggelopen naar de halte Surchiste, waarbij we onderweg de nodige trams op de foto\'s zetten.
Op deze laatste zaterdag voor de werkzaamheden rijdt er, zoals normaal, slechts eens in het halfuur een tram, in plaats van een werkdagelijkse kwartierdienst. Het was dus telkens een poos wachten op de volgende tram, maar de aanwezigheid van Hendrik verlichtte het wachten gelukkig. Terwijl we langs het traject liepen, kon hij mij namelijk veel interessante informatie meedelen over de situatie vroeger, waardoor de tijd werkelijk voorbij vloog. De excursie naar Anderlues is derhalve zeer geslaagd, vooral door de erg interessante verhalen van Hendrik, waarvoor dank overigens!
In deze reportage hoop ik U enige SNCV-relicten te laten zien, waarbij we beginnen bij Grand Coupure te Anderlues. Officieel is Monument het eindpunt, maar feitelijk rijden de trams steevast door naar de wisselplaats Grand Coupure, dat zo'n honderd meter verderop ligt. Grand Couture is hiermee het echte eindpunt van het traject Charleroi - Anderlues, dat vroeger verder liep als tramlijn 90 via Binche naar La Louvière. De foto toont U ditmaal tramstel 7436, dat in ruste hier stilstaat in de lommerrijke omgeving. Nota bene: we troffen toevalligerwijs net een reclametram, in plaats van een gewoon stel in de TEC-kleurstelling. Het is goed te zien dat de reclame er al een tijdje opzit, me dunkt. Achter de fotograaf bevindt zich de wisselplaats, dit is dus echt het laatste stukje spoor van het traject. Een stukje verderop staat het stootblok: al bijna 25 jaar lang rijdt de tram niet meer verder. Wat in dezen enigszins merkwaardig is: dankzij de sluiting van het baanvak naar La Louvière is Grand Coupure weer een wisselplaats geworden. Jarenlang had men om een duistere reden op één spoor een stootblok geplaatst, waardoor het wissel aan de kant van La Louvière dus onnodig was. De bekende Charleroispecialist 'Razende Reporter' Peter ( phonepics only) Eijkman uit 020 heeft daar een prachtige foto van gemaakt: www.flickr.com/photos/meijkie/16393445477/in/photostream/. De bestuurder is zojuist in deze cabine ingestapt, en heeft reeds de frontseinen ontstoken. Helaas zijn de bestemmingsdisplays weer eens niet te zien, maar die toonden nog steeds Anderlues Monument.