Boomklever.
Kenmerken en Gedrag
Uiterlijk: De boomklever is een compacte zangvogel, ongeveer zo groot als een pimpelmees, met een blauwgrijze rug en een flets oranje tot crèmekleurige buik. Hij heeft een opvallende zwarte oogstreep die van de snavel naar de nek loopt, en een sterke, spitse snavel.
Acrobatisch: Deze vogel staat bekend om zijn unieke vermogen om boomstammen en takken zowel omhoog als, in tegenstelling tot de boomkruiper, met de kop naar beneden te beklimmen en af te dalen.
Habitat: Ze geven de voorkeur aan oudere loof- en gemengde bossen, maar zijn ook te vinden in parken en tuinen met grote, volwassen bomen die holtes bieden voor nesten.
Dieet: In de zomer eten ze voornamelijk insecten en larven. In de herfst en winter schakelen ze over op zaden, noten en eikels, die ze vaak in boomspleten klemmen en 'uitbroeden' (stukhakken) met hun snavel om ze te openen.
Voedselverzamelaar: Boomklevers staan bekend als 'hamsteraars'; ze verstoppen het hele jaar door, maar vooral in de herfst, zaden en noten in schorsspleten of in de grond, om ze later bij kou of voedselschaarste op te eten.
Nesten: Ze nestelen in boomholtes, vaak oude spechtengaten. Als de ingang te groot is, metselen ze deze dicht met modder, klei en soms uitwerpselen om concurrenten en roofdieren buiten te houden.
Boomklever.
Kenmerken en Gedrag
Uiterlijk: De boomklever is een compacte zangvogel, ongeveer zo groot als een pimpelmees, met een blauwgrijze rug en een flets oranje tot crèmekleurige buik. Hij heeft een opvallende zwarte oogstreep die van de snavel naar de nek loopt, en een sterke, spitse snavel.
Acrobatisch: Deze vogel staat bekend om zijn unieke vermogen om boomstammen en takken zowel omhoog als, in tegenstelling tot de boomkruiper, met de kop naar beneden te beklimmen en af te dalen.
Habitat: Ze geven de voorkeur aan oudere loof- en gemengde bossen, maar zijn ook te vinden in parken en tuinen met grote, volwassen bomen die holtes bieden voor nesten.
Dieet: In de zomer eten ze voornamelijk insecten en larven. In de herfst en winter schakelen ze over op zaden, noten en eikels, die ze vaak in boomspleten klemmen en 'uitbroeden' (stukhakken) met hun snavel om ze te openen.
Voedselverzamelaar: Boomklevers staan bekend als 'hamsteraars'; ze verstoppen het hele jaar door, maar vooral in de herfst, zaden en noten in schorsspleten of in de grond, om ze later bij kou of voedselschaarste op te eten.
Nesten: Ze nestelen in boomholtes, vaak oude spechtengaten. Als de ingang te groot is, metselen ze deze dicht met modder, klei en soms uitwerpselen om concurrenten en roofdieren buiten te houden.