Aartselaar, Wolffaertshof.
Het Wolffaertshof in Aartselaar werd waarschijnlijk gebouwd in de 15de eeuw. In 1559 kwam het huis in het bezit van Jacob Wolffaert, aalmoezenier van de stad Antwerpen, naar wie het huis voortaan zou genoemd worden. Nadien zouden een aantal rijke families het Wolffaertshof bewonen tot het in 1687 gehuurd werd door E.H. Van Horen, pastoor van Aartselaar. Tot 1950 zou het Wolffaertshof als pastorij dienst doen.
In 1728 kwam het huis in het bezit van de tiendenheffers van Aartselaar, de kerkelijke overheid. Tijdens de Franse Revolutie werden alle kerkelijke bezittingen door de Franse bezetter aangeslagen en openbaar verkocht. De nieuwe eigenaar, Bernard Fiocco, verkocht het Wolffaertshof in 1819 aan de gemeente, onder de voorwaarde dat het zijn functie als pastorij zou behouden.
In 1944 ontplofte een V-bom in de tuin van het Wolffaertshof, dat hierdoor onbewoonbaar werd. Om het tegen afbraak te beschermen liet de toenmalige pastoor de woning erkennen als beschermd monument. In 1950 besliste het gemeentebestuur om het huis af te breken en het vervolgens met dezelfde stenen en volgens de originele plannen weer op te bouwen. Meteen zou het gebouw een nieuwe bestemming krijgen als gemeentehuis van Aartselaar.
Aartselaar, Wolffaertshof.
Het Wolffaertshof in Aartselaar werd waarschijnlijk gebouwd in de 15de eeuw. In 1559 kwam het huis in het bezit van Jacob Wolffaert, aalmoezenier van de stad Antwerpen, naar wie het huis voortaan zou genoemd worden. Nadien zouden een aantal rijke families het Wolffaertshof bewonen tot het in 1687 gehuurd werd door E.H. Van Horen, pastoor van Aartselaar. Tot 1950 zou het Wolffaertshof als pastorij dienst doen.
In 1728 kwam het huis in het bezit van de tiendenheffers van Aartselaar, de kerkelijke overheid. Tijdens de Franse Revolutie werden alle kerkelijke bezittingen door de Franse bezetter aangeslagen en openbaar verkocht. De nieuwe eigenaar, Bernard Fiocco, verkocht het Wolffaertshof in 1819 aan de gemeente, onder de voorwaarde dat het zijn functie als pastorij zou behouden.
In 1944 ontplofte een V-bom in de tuin van het Wolffaertshof, dat hierdoor onbewoonbaar werd. Om het tegen afbraak te beschermen liet de toenmalige pastoor de woning erkennen als beschermd monument. In 1950 besliste het gemeentebestuur om het huis af te breken en het vervolgens met dezelfde stenen en volgens de originele plannen weer op te bouwen. Meteen zou het gebouw een nieuwe bestemming krijgen als gemeentehuis van Aartselaar.