Klein Koolwitje - Small Cabbage White - Pieris Rapae
Klein Koolwitje - Small Cabbage White - Pieris Rapae
______________________________
-Rijk:Animalia(Dieren)
-Stam:Arthropoda Geleedpotigen)
-Klasse:Insecta(Insecten)
-Orde:Lepidoptera(Vlinders)
-Familie:Pieridae(Witjes)
-Geslacht:Pieris
______________________________
Het klein koolwitje of knollenwitje (Pieris rapae) is een dagvlinder uit de familie witjes (Pieridae).
Biotoop
Het klein koolwitje komt in grote delen van Europa voor, maar ook in Noord-Afrika, Azië en Japan en is een exoot in Noord-Amerika en Australië. De vlinder vliegt van zeeniveau tot 3000 meter in berggebied. Het stelt geen specifieke eisen aan zijn omgeving en kan daarom overal worden aangetroffen waar de waardplanten groeien.
Onder de waardplanten van het klein koolwitje bevinden zich verscheiden koolsoorten, vandaar ook de naam. Door kwekers van koolsoorten wordt de rups algemeen als een plaagdier gezien. Meer specifiek zijn de waardplanten: de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae), de resedafamilie (Resedaceae), de kappertjesplant (Capparis spinosa), de Oost-Indische kers en andere Tropaeolaceae en enkele soorten uit de amarantenfamilie (Chenopodiaceae) zoals vooral meldes (Atriplex).
Levenscyclus
De vlinder legt één tot hooguit zes eieren per plant op de onder- of bovenkant van het blad of op de stengel van de plant. Mede hierdoor leven de rupsen vaak solitair. Er zijn 3 tot 4 generaties per jaar. De eerste generatie vliegt tot eind juni. De tweede en de derde generatie overlappen elkaar en vliegen van eind juni tot eind september. Soms is er ook nog een vierde generatie tot in november.
De vlinder overwintert als pop, vaak relatief laag bij de grond (1-3 meter) en regelmatig aan niet-natuurlijke voorwerpen (muren, hekwerk, tuinmeubels etc.). De vliegtijd is van maart tot en met november, maar de vlinder wordt op de Canarische Eilanden het hele jaar door waargenomen.
De rups zit vaak langs een nerf of bladrand van kruisbloemigen, maar vanaf het derde stadium leeft deze meestal in het hart van de koolplant.
Natuurlijke vijanden
De rups wordt geparasiteerd door een Europese sluipwesp uit het Apantheles-geslacht. Daarnaast zetten sommige sluipvliegen hun eitjes op de poppen af en eten lieveheersbeestjes en de gewone hooiwagen de rupsen op. Ook sommige wantsen en een virus zijn natuurlijke vijanden van de rups.
Herkennen
De vleugel heeft een lengte van 21 tot 27 millimeter en is gesierd met enkele zwarte vlekken. Op de onderzijde zit een groene bestuiving. Zowel de vrouwtjes als de mannetjes hebben een donkere tip aan de bovenkant van de voorvleugel, die recht is afgesneden. Bij het mannetje zit daaronder nog één stip en bij het vrouwtje nog twee stippen. Bij de tweede en volgende generaties zijn de stippen iets donkerder van kleur.
Klein Koolwitje - Small Cabbage White - Pieris Rapae
Klein Koolwitje - Small Cabbage White - Pieris Rapae
______________________________
-Rijk:Animalia(Dieren)
-Stam:Arthropoda Geleedpotigen)
-Klasse:Insecta(Insecten)
-Orde:Lepidoptera(Vlinders)
-Familie:Pieridae(Witjes)
-Geslacht:Pieris
______________________________
Het klein koolwitje of knollenwitje (Pieris rapae) is een dagvlinder uit de familie witjes (Pieridae).
Biotoop
Het klein koolwitje komt in grote delen van Europa voor, maar ook in Noord-Afrika, Azië en Japan en is een exoot in Noord-Amerika en Australië. De vlinder vliegt van zeeniveau tot 3000 meter in berggebied. Het stelt geen specifieke eisen aan zijn omgeving en kan daarom overal worden aangetroffen waar de waardplanten groeien.
Onder de waardplanten van het klein koolwitje bevinden zich verscheiden koolsoorten, vandaar ook de naam. Door kwekers van koolsoorten wordt de rups algemeen als een plaagdier gezien. Meer specifiek zijn de waardplanten: de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae), de resedafamilie (Resedaceae), de kappertjesplant (Capparis spinosa), de Oost-Indische kers en andere Tropaeolaceae en enkele soorten uit de amarantenfamilie (Chenopodiaceae) zoals vooral meldes (Atriplex).
Levenscyclus
De vlinder legt één tot hooguit zes eieren per plant op de onder- of bovenkant van het blad of op de stengel van de plant. Mede hierdoor leven de rupsen vaak solitair. Er zijn 3 tot 4 generaties per jaar. De eerste generatie vliegt tot eind juni. De tweede en de derde generatie overlappen elkaar en vliegen van eind juni tot eind september. Soms is er ook nog een vierde generatie tot in november.
De vlinder overwintert als pop, vaak relatief laag bij de grond (1-3 meter) en regelmatig aan niet-natuurlijke voorwerpen (muren, hekwerk, tuinmeubels etc.). De vliegtijd is van maart tot en met november, maar de vlinder wordt op de Canarische Eilanden het hele jaar door waargenomen.
De rups zit vaak langs een nerf of bladrand van kruisbloemigen, maar vanaf het derde stadium leeft deze meestal in het hart van de koolplant.
Natuurlijke vijanden
De rups wordt geparasiteerd door een Europese sluipwesp uit het Apantheles-geslacht. Daarnaast zetten sommige sluipvliegen hun eitjes op de poppen af en eten lieveheersbeestjes en de gewone hooiwagen de rupsen op. Ook sommige wantsen en een virus zijn natuurlijke vijanden van de rups.
Herkennen
De vleugel heeft een lengte van 21 tot 27 millimeter en is gesierd met enkele zwarte vlekken. Op de onderzijde zit een groene bestuiving. Zowel de vrouwtjes als de mannetjes hebben een donkere tip aan de bovenkant van de voorvleugel, die recht is afgesneden. Bij het mannetje zit daaronder nog één stip en bij het vrouwtje nog twee stippen. Bij de tweede en volgende generaties zijn de stippen iets donkerder van kleur.