Jan Koenraadt
023 1740 Portret in harnas van Johan van Raye van Breukelerwaard, gouverneur-generaal van Suriname, mezzotint door Johannes van Vilsteren
Portret van Johan van Raye in harnas met zwaard op het Rijksmuseum. Publiek domein. Hij is de derde echtgenoot van Charlotte Elisabeth van der Lith. Hij was van 1735 tot 1737 gouverneur-generaal van Suriname. Dit portret is in 1740 gemaakt drie jaar na zijn dood door Jan van Vilsteren. Dat staat links onderaan in kleine letters. Het is gemaakt in de noordelijke Nederlanden. Het is een "mezzotint en gravure" op papier, afmetingen 205x260mm. Mezzotint in ene gravure is te herkennen aan het verloop van een tint van lichter naar donkerder op ronde vormen als hierboven de boomstam, het harnas of zelfs zijn wang. Zoals het lichte vlak rechts achter zijn hoofd langzaam verloopt van licht naar donker. Normaal werd dat verloop in een gravure bereikt met meer en minder lijntjes arcering, in mezzo wordt dat bereikt met grote aantallen kleine puntjes.
In zijn hand houdt hij een envelop vast waarop staat:
"W. Ed. Gest. Heer Joan Raje, Heer van Breukelerwaart enz., enz. Te Suriname". Op het schilderij is hij dus in Suriname, maar de voorstelling heeft erg weinig weg van een Surinaamse omgeving. Door de warmte is het in zo'n harnas in Suriname geen uur vol te houden. Het dragen van een dergelijk harnas kwam in Suriname ook niet voor. De afbeelding lijkt meer op een gedachtenisprent die het hoogtepunt weergeeft van zijn status voorafgaand aan zijn overlijden. Linksachter staat een schild met drie pijlen met daarop een hoofd in wanhoop. Daarboven een schim van het hoofd van een wolf. Terwijl hij dus wel in Suriname is, is de voorstelling in het geheel niet Surinaams. Het is ook bijzonder dat dit schilderij is overgebleven want zijn zoon Joan bleef kinderloos en er wordt aangenomen dat in de gewoontes van die tijd als de familietak uitsterft de zoon toen alle familieportretten heeft laten vernietigen. Daar zit dan mogelijk ook een portret bij van zijn moeder Charlotte Elisabeth van der Lith, want daar is geen portret meer van bekend.
URL: hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.47110
Johan van Raye kwam uit een koopmansfamilie
Johan van Raye was geboren in Amsterdam op 10 juni 1699 en heet ook Joan van Raye sr. want zijn zoon heet ook Joan van Raye. Zijn voorvader was een koopman die in 1585 uit Antwerpen wegging naar Amterdam. In 1660 kocht zijn grootvader de ambachtsheerlijkheid Breukelerwaard bij Maarssen. Zijn vader was Jan van Raye, Heer van Breukelerwaard en zijn moeder Alida Catharina Bicker. Terwijl zijn vader raffinadeur van suiker was in Amsterdam was Johan de afslager op de Oude Vismarkt in Amsterdam van 1718-1736. Dit werk werd ook wel gedaan door een plaatsvervanger waardoor Johan in 1726 voor een half jaar op zee kon. Daarna was hij ook buitengewoon kapitein ter zee bij de Admiraliteit van Amsterdam.
Gouverneur-generaal van Suriname
Op 8 juni 1735 werd Johan van Raye door de Directeuren van de Sociëteit aangesteld tot gouverneur-generaal van Suriname. De baan van afslager draagt hij over aan zijn jongere broer Jacob Bicker Raye. Uit diens dagboek zijn de nodige zakelijke gegevens oven Johan van Raye overgeleverd, want de zoon zou immers zijn eigen familiebescheiden hebben vernietigd. Op 20 september 1735 komt hij aan in Suriname. Hij ergerde zich aan de rommelige toestand op bestuurlijk niveau zoals de ruim 400 onafgedane processen voor het Hof van Justitie. Hij was geschokt door de behandeling van de negerslaven in de kolonie. Hij raakt in twee processen verwikkeld die hij niet kon winnen omdat slaven niet mochten getuigen.
Plantage Breukelerwaard
Johan van Raye begon aan de Boven-Commewijne rivier een plantage Breukelerwaard van 1400 akkers. Best gunstig gelegen direct achter het Fort Sommelsdijk net voorbij de splitsing van de Commewijne en Cottica rivier en dan met de voor- en achterzijde grenzend aan beide rivieren.
Trouwen met de weduwe Charlotte Elisabeth van der Lith
Op 2 maart 1737 trouwt Johan van Raye met de weduwe Charlotte Elisabeth van der Lith ongeveer 1,5 jaar na zijn aankomst in Suriname. Charlotte was eerder al met twee vorige gouverneurs van Suriname getrouwd. Van allebei had zij een kind en mocht om die reden van de directeuren van de Sociëteit op het gouvernementshuis blijven wonen. De voorlaatste gouverneur vòòr Johan van Raye was met haar stiefdochter getrouwd, maar die overleed al zes weken na zijn aanstelling. De stiefdochter is toen met haar kind voorgoed naar Nederland vertrokken. Charlotte bezat al de helft van plantage Berg en Dal, haar stiefdochter verkoopt dan de tweede helft aan Charlotte waardoor die enig eigenaar wordt van plantage Berg en Dal. Tijdens haar vorige huwelijk werd het houten gouverneurshuis verbouwd tot een stenen huis waardoor Charlotte merendeels op haar plantage diep in het binnenland verbleef, of waarschijnlijk in haar huis aan de (toen) Gravenstraat 16.
Een toekomst in de plantagelandbouw?
Misschien wilden Charlotte en Johan zich toeleggen op de plantagelandbouw en afstand doen van alle perikelenen en processen die het gouverneurschap met zich meebracht. Charlotte had plantage Berg en Dal toen al zelf opgewerkt tot een houtplantage. En plantage Breukelerwaard moest nog helemaal worden aangelegd. Van andere plantages is bekend dat zoiets wel 16 jaar kon duren. Met de productie van suiker zou Johan de suikerraffinaderij van zijn vader in Amsterdam ruim kunnen voorzien.
Ontslagaanvraag
Want twee maanden en een week na zijn trouwen doet Johan al op op 8 mei 1737 zijn tweede ontslagaanvraag bij de Sociëteit. Die wordt hem dan verleend. Een dergelijke aanvraag is ruim 44 dagen onderweg op zee, en een antwoord duurt net zo lang. Hij moet die dus net een paar weken in zijn bezit hebben gehad als hij op 11 augustus 1737 in Paramaribo overlijdt.
Op 21 november 1737, drieeneenhalve maand na zijn overlijden bevalt Charlotte van hun zoon Joan van Raye. De broer Jacob Bicker Raye noteert in zijn dagboek dat het haar derde kind is die "geen de minste kennis had aan zijn vader". Charlotte trouwt 4,5 jaar later op 7 februari 1742 met Antoine Audra, de predikant van de Lutherse kerk, en heet zij vervolgens in de papieren van de latere gouverneur Mauricius vrouw Audra. Het huwelijk met de predikant blijft kinderloos, en de predikant overlijdt echter nog hetzelfde jaar op plantage Breukelerwaard. In 1745 komt haar eerste dochter Johanna Baldina Temming uit Nederland terug naar Suriname met haar echtgenoot Etienne Couderc die lid van de Raad van Politie en Crimineele Justitie wordt. In 1747 stuurt Charlotte haar dan 10-jarige zoon Joan van Raye naar Nederland voor zijn verdere opvoeding. Hij zal nooit meer terugkeren naar Suriname. Vier jaar later op 10 mei 1748 trouwt Charlotte tenslotte voor de vijfde keer, nu met een Waalse predikant Bartholomeus Louis Duvoisin uit Zwitserland. Ook dit huwelijk blijft kinderloos en die predikant overlijdt in 1751.
Gouverneur Gerard de Schepper
Na Johan van Raye sr. wordt Gerard de Schepper op 1 april 1738 ingehuldigd tot gouverneur-generaal van Surimane. Hij was eerst commandeur en had een geheime lastbrief bij zich van de directeuren van de Sociëteit, dat als gouverneur Johan van Raye zou komen te overlijden hij de opvolger zou worden. Hij trad krachtig op als gouverneur maar kreeg meerdere vijanden. Op 15 oktober 1742 komt Johan Jacob Maricius aan in Suriname en neemt twee dagen later het gouverneurschap van hem over.
Gouverneur Mauricius
Over gouverneur Maricius in Suriname is een apart verhaal in dit album opgenomen. Hij krijgt het ernstig aan de stok met een groep republikeinse planters onder aanvoering van Salomon du Plessis en Charlotte Elisabeth van de Lith. Zo ernstig zelfs dat Mauricius in 1751 naar Nederland moet gaan omdat hij eigenlijk weggepest is. Hij moet zich dan verantwoorden tegenover de Hoge Raad maar weet zich goed te verdedigen en wint het proces. Hij gaat daarna echter niet meer terug naar Suriname. Charlotte Elisabeth van der Lith overlijdt drie maanden later op 6 augustus 1753. Zij wordt op het Fort Zeelandia begraven.
Joan van Raye jr.
In 1747 stuurt Charlotte Elisabeth van der Lith haar dan 10-jarige zoon Joan van Raye jr. dus naar Nederland voor izjn verdere opvoeding. Hij reist samen met zijn knecht Champagne. Hij gaat wonen bij zijn vaders moeder Aletta Catherina Bicker in Amsterdam. Hij studeert af in twee rechten. Als hij 27 jaar is maakt hij in 1764 een grote reis naar Constantinopel om als diplomaat te worden opgeleid. Na het bezoeken van enkele bijzondere paleizen komt hij in 1766 aan in de Bosporus. Via Griekenland en Napels komt hij enkele jaren later aan in Amsterdam. Van zijn belevenissen maakt hij een uitgebreid verslag dat in handschrift nog aanwezig is in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.
Hij was ook een verzamelaar van vlinders en leende zijn collectie uit. De vlinders werden ook nagetekend. In 1783 erft hij het huis van zijn in 1777 overleden oom Jacob Bicker Raye aan de Keizersgracht in Amsterdam. Rond 1800 woont Joan in de Gouden Bocht. Hij overleed in 1823 op 85-jarige leeftijd.
023 1740 Portret in harnas van Johan van Raye van Breukelerwaard, gouverneur-generaal van Suriname, mezzotint door Johannes van Vilsteren
Portret van Johan van Raye in harnas met zwaard op het Rijksmuseum. Publiek domein. Hij is de derde echtgenoot van Charlotte Elisabeth van der Lith. Hij was van 1735 tot 1737 gouverneur-generaal van Suriname. Dit portret is in 1740 gemaakt drie jaar na zijn dood door Jan van Vilsteren. Dat staat links onderaan in kleine letters. Het is gemaakt in de noordelijke Nederlanden. Het is een "mezzotint en gravure" op papier, afmetingen 205x260mm. Mezzotint in ene gravure is te herkennen aan het verloop van een tint van lichter naar donkerder op ronde vormen als hierboven de boomstam, het harnas of zelfs zijn wang. Zoals het lichte vlak rechts achter zijn hoofd langzaam verloopt van licht naar donker. Normaal werd dat verloop in een gravure bereikt met meer en minder lijntjes arcering, in mezzo wordt dat bereikt met grote aantallen kleine puntjes.
In zijn hand houdt hij een envelop vast waarop staat:
"W. Ed. Gest. Heer Joan Raje, Heer van Breukelerwaart enz., enz. Te Suriname". Op het schilderij is hij dus in Suriname, maar de voorstelling heeft erg weinig weg van een Surinaamse omgeving. Door de warmte is het in zo'n harnas in Suriname geen uur vol te houden. Het dragen van een dergelijk harnas kwam in Suriname ook niet voor. De afbeelding lijkt meer op een gedachtenisprent die het hoogtepunt weergeeft van zijn status voorafgaand aan zijn overlijden. Linksachter staat een schild met drie pijlen met daarop een hoofd in wanhoop. Daarboven een schim van het hoofd van een wolf. Terwijl hij dus wel in Suriname is, is de voorstelling in het geheel niet Surinaams. Het is ook bijzonder dat dit schilderij is overgebleven want zijn zoon Joan bleef kinderloos en er wordt aangenomen dat in de gewoontes van die tijd als de familietak uitsterft de zoon toen alle familieportretten heeft laten vernietigen. Daar zit dan mogelijk ook een portret bij van zijn moeder Charlotte Elisabeth van der Lith, want daar is geen portret meer van bekend.
URL: hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.47110
Johan van Raye kwam uit een koopmansfamilie
Johan van Raye was geboren in Amsterdam op 10 juni 1699 en heet ook Joan van Raye sr. want zijn zoon heet ook Joan van Raye. Zijn voorvader was een koopman die in 1585 uit Antwerpen wegging naar Amterdam. In 1660 kocht zijn grootvader de ambachtsheerlijkheid Breukelerwaard bij Maarssen. Zijn vader was Jan van Raye, Heer van Breukelerwaard en zijn moeder Alida Catharina Bicker. Terwijl zijn vader raffinadeur van suiker was in Amsterdam was Johan de afslager op de Oude Vismarkt in Amsterdam van 1718-1736. Dit werk werd ook wel gedaan door een plaatsvervanger waardoor Johan in 1726 voor een half jaar op zee kon. Daarna was hij ook buitengewoon kapitein ter zee bij de Admiraliteit van Amsterdam.
Gouverneur-generaal van Suriname
Op 8 juni 1735 werd Johan van Raye door de Directeuren van de Sociëteit aangesteld tot gouverneur-generaal van Suriname. De baan van afslager draagt hij over aan zijn jongere broer Jacob Bicker Raye. Uit diens dagboek zijn de nodige zakelijke gegevens oven Johan van Raye overgeleverd, want de zoon zou immers zijn eigen familiebescheiden hebben vernietigd. Op 20 september 1735 komt hij aan in Suriname. Hij ergerde zich aan de rommelige toestand op bestuurlijk niveau zoals de ruim 400 onafgedane processen voor het Hof van Justitie. Hij was geschokt door de behandeling van de negerslaven in de kolonie. Hij raakt in twee processen verwikkeld die hij niet kon winnen omdat slaven niet mochten getuigen.
Plantage Breukelerwaard
Johan van Raye begon aan de Boven-Commewijne rivier een plantage Breukelerwaard van 1400 akkers. Best gunstig gelegen direct achter het Fort Sommelsdijk net voorbij de splitsing van de Commewijne en Cottica rivier en dan met de voor- en achterzijde grenzend aan beide rivieren.
Trouwen met de weduwe Charlotte Elisabeth van der Lith
Op 2 maart 1737 trouwt Johan van Raye met de weduwe Charlotte Elisabeth van der Lith ongeveer 1,5 jaar na zijn aankomst in Suriname. Charlotte was eerder al met twee vorige gouverneurs van Suriname getrouwd. Van allebei had zij een kind en mocht om die reden van de directeuren van de Sociëteit op het gouvernementshuis blijven wonen. De voorlaatste gouverneur vòòr Johan van Raye was met haar stiefdochter getrouwd, maar die overleed al zes weken na zijn aanstelling. De stiefdochter is toen met haar kind voorgoed naar Nederland vertrokken. Charlotte bezat al de helft van plantage Berg en Dal, haar stiefdochter verkoopt dan de tweede helft aan Charlotte waardoor die enig eigenaar wordt van plantage Berg en Dal. Tijdens haar vorige huwelijk werd het houten gouverneurshuis verbouwd tot een stenen huis waardoor Charlotte merendeels op haar plantage diep in het binnenland verbleef, of waarschijnlijk in haar huis aan de (toen) Gravenstraat 16.
Een toekomst in de plantagelandbouw?
Misschien wilden Charlotte en Johan zich toeleggen op de plantagelandbouw en afstand doen van alle perikelenen en processen die het gouverneurschap met zich meebracht. Charlotte had plantage Berg en Dal toen al zelf opgewerkt tot een houtplantage. En plantage Breukelerwaard moest nog helemaal worden aangelegd. Van andere plantages is bekend dat zoiets wel 16 jaar kon duren. Met de productie van suiker zou Johan de suikerraffinaderij van zijn vader in Amsterdam ruim kunnen voorzien.
Ontslagaanvraag
Want twee maanden en een week na zijn trouwen doet Johan al op op 8 mei 1737 zijn tweede ontslagaanvraag bij de Sociëteit. Die wordt hem dan verleend. Een dergelijke aanvraag is ruim 44 dagen onderweg op zee, en een antwoord duurt net zo lang. Hij moet die dus net een paar weken in zijn bezit hebben gehad als hij op 11 augustus 1737 in Paramaribo overlijdt.
Op 21 november 1737, drieeneenhalve maand na zijn overlijden bevalt Charlotte van hun zoon Joan van Raye. De broer Jacob Bicker Raye noteert in zijn dagboek dat het haar derde kind is die "geen de minste kennis had aan zijn vader". Charlotte trouwt 4,5 jaar later op 7 februari 1742 met Antoine Audra, de predikant van de Lutherse kerk, en heet zij vervolgens in de papieren van de latere gouverneur Mauricius vrouw Audra. Het huwelijk met de predikant blijft kinderloos, en de predikant overlijdt echter nog hetzelfde jaar op plantage Breukelerwaard. In 1745 komt haar eerste dochter Johanna Baldina Temming uit Nederland terug naar Suriname met haar echtgenoot Etienne Couderc die lid van de Raad van Politie en Crimineele Justitie wordt. In 1747 stuurt Charlotte haar dan 10-jarige zoon Joan van Raye naar Nederland voor zijn verdere opvoeding. Hij zal nooit meer terugkeren naar Suriname. Vier jaar later op 10 mei 1748 trouwt Charlotte tenslotte voor de vijfde keer, nu met een Waalse predikant Bartholomeus Louis Duvoisin uit Zwitserland. Ook dit huwelijk blijft kinderloos en die predikant overlijdt in 1751.
Gouverneur Gerard de Schepper
Na Johan van Raye sr. wordt Gerard de Schepper op 1 april 1738 ingehuldigd tot gouverneur-generaal van Surimane. Hij was eerst commandeur en had een geheime lastbrief bij zich van de directeuren van de Sociëteit, dat als gouverneur Johan van Raye zou komen te overlijden hij de opvolger zou worden. Hij trad krachtig op als gouverneur maar kreeg meerdere vijanden. Op 15 oktober 1742 komt Johan Jacob Maricius aan in Suriname en neemt twee dagen later het gouverneurschap van hem over.
Gouverneur Mauricius
Over gouverneur Maricius in Suriname is een apart verhaal in dit album opgenomen. Hij krijgt het ernstig aan de stok met een groep republikeinse planters onder aanvoering van Salomon du Plessis en Charlotte Elisabeth van de Lith. Zo ernstig zelfs dat Mauricius in 1751 naar Nederland moet gaan omdat hij eigenlijk weggepest is. Hij moet zich dan verantwoorden tegenover de Hoge Raad maar weet zich goed te verdedigen en wint het proces. Hij gaat daarna echter niet meer terug naar Suriname. Charlotte Elisabeth van der Lith overlijdt drie maanden later op 6 augustus 1753. Zij wordt op het Fort Zeelandia begraven.
Joan van Raye jr.
In 1747 stuurt Charlotte Elisabeth van der Lith haar dan 10-jarige zoon Joan van Raye jr. dus naar Nederland voor izjn verdere opvoeding. Hij reist samen met zijn knecht Champagne. Hij gaat wonen bij zijn vaders moeder Aletta Catherina Bicker in Amsterdam. Hij studeert af in twee rechten. Als hij 27 jaar is maakt hij in 1764 een grote reis naar Constantinopel om als diplomaat te worden opgeleid. Na het bezoeken van enkele bijzondere paleizen komt hij in 1766 aan in de Bosporus. Via Griekenland en Napels komt hij enkele jaren later aan in Amsterdam. Van zijn belevenissen maakt hij een uitgebreid verslag dat in handschrift nog aanwezig is in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.
Hij was ook een verzamelaar van vlinders en leende zijn collectie uit. De vlinders werden ook nagetekend. In 1783 erft hij het huis van zijn in 1777 overleden oom Jacob Bicker Raye aan de Keizersgracht in Amsterdam. Rond 1800 woont Joan in de Gouden Bocht. Hij overleed in 1823 op 85-jarige leeftijd.