Jan Koenraadt
015 1877 Kaart van de Suriname rivier
Kaart van de Suriname rivier uit 1877 door G.P.H. Zimmermann, officier der infanterie.
In het uitgelichte segment rechtsboven op de kaart is de vaargeul met de meeste diepgang aangegeven vanaf de monding van de rivier bij de zee tot de stad Paramaribo. Net boven Paramaribo is een doorsnede profiel A-B over de rivier gemaakt van plantage Geijersvlijt naar plantage Belwaarde. Het segment geeft weer dat het diepste deel van de vaargeul in de buitenbocht ligt en dus niet in het midden van de rivier. Bij Belwaarde is de rivier bij laag water ruim 5 meter diep. Het diepe deel van de vaargeul verplaatst zich van de oostelijke oever bij Belwaarde naar de westelijke oever bij de stad.
De volgende plek waar de rivier een westelijke bocht maakt waardoor het diepe deel van de vaargeul aan de kant van de westelijke oever ligt is waar nu Paranam ligt en Samkalden. Daar was vroeger de eerste nederzetting Torarica die weer verloren is gegaan. De eerste gouverneur van Sommelsdijk had daar later zijn eigen plantage.
Joden die de inquisitie uit Europa waren ontvlucht hadden een goede reden om veel verder de rivier op te gaan voor nog meer veiligheid. Zij vestigen zich aan wat later de Joden Savanne wordt genoemd. De keuze van die plaats ligt ook aan het feit dat het net over de grens is van de vruchtbare kustvlakte naar het savannegebied. Maar er was nog een reden, het lag voorbij de grens bij l'Esperance tot waar zeilboten met 8 tot 10 voet diepgang nog konden komen. Een doorsnede C-D bij de Joden Savanne geeft weer dat de rivier daar bij laag water amper een meter diep is. Als een vijandig schip daar zou aankomen was er een lang recht stuk van de rivier om de vijand te kunnen ontdekken en hadden de Joden voldoende gelegenheid om te vluchten. Zodra het schip vastliep konden ze het vanaf de kant bestoken met musketten en veroveren.
Waar de Joden Savane is aangelegd was ook een natuurlijke drinkwaterbron aanwezig. In het savannegebied had je ook veel minder last van de muskieten. De Joden Savanne verdient een bijzondere plaats omdat het in de beginperiode van de kolonisatie groter was dan de stad Paramaribo. Doordat de plantages in het vruchtbare kleigebied aan de kust een veel grotere opbrengst hadden, en de plantages in het savannegebied door uitputting van de grond verloren gingen, wint de stad Paramaribo het uiteindelijk van de Joden Savanne en wordt het de hoofdstad van Suriname. Omdat de Joden in hun vrijheid van godsdienst in hun eigen Joodse Natie bevestigd werden door de gouverneur bouwen zij in 1687 op de Joden Savanne de eerste joodse synagoge in de Nieuwe Wereld. Maar door de teloorgang van de Joden Savanne en na een brand in 1830 raakt de synagoge in verval en is het sindsdien een ruïne. De joodse synagoge op Curcaçao is thans de oudste synagoge in de Nieuwe Wereld die nog in gebruik is.
In Paramaribo wordt in 1737 een joodse synagoge gebouwd, maar door verschil van mening tijdens de bouw tussen de Portugeze sephardische joden en Hoogduitse askenazische joden splitsen de sephardische joden zich af en bouwen een tweede joodse synagoge in de stad.
015 1877 Kaart van de Suriname rivier
Kaart van de Suriname rivier uit 1877 door G.P.H. Zimmermann, officier der infanterie.
In het uitgelichte segment rechtsboven op de kaart is de vaargeul met de meeste diepgang aangegeven vanaf de monding van de rivier bij de zee tot de stad Paramaribo. Net boven Paramaribo is een doorsnede profiel A-B over de rivier gemaakt van plantage Geijersvlijt naar plantage Belwaarde. Het segment geeft weer dat het diepste deel van de vaargeul in de buitenbocht ligt en dus niet in het midden van de rivier. Bij Belwaarde is de rivier bij laag water ruim 5 meter diep. Het diepe deel van de vaargeul verplaatst zich van de oostelijke oever bij Belwaarde naar de westelijke oever bij de stad.
De volgende plek waar de rivier een westelijke bocht maakt waardoor het diepe deel van de vaargeul aan de kant van de westelijke oever ligt is waar nu Paranam ligt en Samkalden. Daar was vroeger de eerste nederzetting Torarica die weer verloren is gegaan. De eerste gouverneur van Sommelsdijk had daar later zijn eigen plantage.
Joden die de inquisitie uit Europa waren ontvlucht hadden een goede reden om veel verder de rivier op te gaan voor nog meer veiligheid. Zij vestigen zich aan wat later de Joden Savanne wordt genoemd. De keuze van die plaats ligt ook aan het feit dat het net over de grens is van de vruchtbare kustvlakte naar het savannegebied. Maar er was nog een reden, het lag voorbij de grens bij l'Esperance tot waar zeilboten met 8 tot 10 voet diepgang nog konden komen. Een doorsnede C-D bij de Joden Savanne geeft weer dat de rivier daar bij laag water amper een meter diep is. Als een vijandig schip daar zou aankomen was er een lang recht stuk van de rivier om de vijand te kunnen ontdekken en hadden de Joden voldoende gelegenheid om te vluchten. Zodra het schip vastliep konden ze het vanaf de kant bestoken met musketten en veroveren.
Waar de Joden Savane is aangelegd was ook een natuurlijke drinkwaterbron aanwezig. In het savannegebied had je ook veel minder last van de muskieten. De Joden Savanne verdient een bijzondere plaats omdat het in de beginperiode van de kolonisatie groter was dan de stad Paramaribo. Doordat de plantages in het vruchtbare kleigebied aan de kust een veel grotere opbrengst hadden, en de plantages in het savannegebied door uitputting van de grond verloren gingen, wint de stad Paramaribo het uiteindelijk van de Joden Savanne en wordt het de hoofdstad van Suriname. Omdat de Joden in hun vrijheid van godsdienst in hun eigen Joodse Natie bevestigd werden door de gouverneur bouwen zij in 1687 op de Joden Savanne de eerste joodse synagoge in de Nieuwe Wereld. Maar door de teloorgang van de Joden Savanne en na een brand in 1830 raakt de synagoge in verval en is het sindsdien een ruïne. De joodse synagoge op Curcaçao is thans de oudste synagoge in de Nieuwe Wereld die nog in gebruik is.
In Paramaribo wordt in 1737 een joodse synagoge gebouwd, maar door verschil van mening tijdens de bouw tussen de Portugeze sephardische joden en Hoogduitse askenazische joden splitsen de sephardische joden zich af en bouwen een tweede joodse synagoge in de stad.